‘AI brengt heel wat nieuwe jobs met zich mee’

Uit het recente Global Hiring Report van Deel blijkt dat die verschuiving al volop bezig is. Wereldwijd zijn vandaag bijna 70.000 AI-trainers actief bij meer dan 600 bedrijven: een vertienvoudiging op één jaar tijd. Daarmee is het een van de snelst groeiende functies op de arbeidsmarkt.
In een gesprek met de specialist in internationale rekrutering en AI-transformatie van werk komt evenwel ook naar boven dat de AI-uitdagingen voor bedrijven vandaag enorm zijn omdat iedereen achter de curve aanloopt en rekrutering zelf een omwenteling ondergaat. Niet onbelangrijk detail dat tegelijk naar boven is gekomen: het ontstaan van een nieuwe loonkloof tussen de genders. Kortom, voldoende stof om het vuur aan de schenen van Price te leggen.
AI: bedreiging voor jobs?
Hoewel artificiële intelligentie vaak wordt voorgesteld als een bedreiging voor jobs, wijst Alan Price erop dat het beeld genuanceerder is. Volgens hem gaat het niet om een eenvoudige verschuiving waarbij jobs verdwijnen, maar om een bredere hertekening van de arbeidsmarkt. AI maakt bepaalde taken efficiënter of overbodig, maar creëert tegelijk ook nieuwe functies die enkele jaren geleden nog niet bestonden. ‘Er is veel aandacht voor jobs die onder druk staan, maar we zien tegelijk dat er nieuwe categorieën werk ontstaan. Denk aan functies rond het trainen, controleren en verbeteren van AI-systemen. Dat is een volledig nieuwe laag in de arbeidsmarkt.’
Tegelijk erkent hij dat de overgang niet voor iedereen even vlot verloopt. Vooral jongeren en starters ondervinden vandaag meer moeilijkheden om een eerste job te vinden, omdat net instaprollen vaker onder druk staan. Maar volgens Price is dat geen teken dat er minder werk is, wel dat de aard van dat werk verandert. Volgens hem is die evolutie vandaag al duidelijk zichtbaar, zowel binnen Deel als bij bedrijven wereldwijd. ‘Waar AI steeds meer taken automatiseert, groeit tegelijk de nood aan mensen die die systemen voeden, bijsturen en kritisch evalueren. AI functioneert niet zonder menselijke tussenkomst. Je hebt nog altijd mensen nodig om kwaliteit te bewaken en om te zorgen dat de output relevant en bruikbaar blijft.’

AI fluency wordt een kerncompetentie
Die dynamiek verandert ook de manier waarop bedrijven naar talent kijken. Naast klassieke criteria zoals ervaring en vakkennis komt er een nieuwe pijler bij: AI-fluency of AI-geletterdheid. Volgens Price is dat geen buzzwoord, maar een fundamentele verschuiving. ‘AI-fluency gaat niet over het gebruik van tools op zich, maar over de mate waarin iemand AI kan inzetten om werk te verbeteren of te herdenken. Op het basisniveau gebruiken mensen AI als assistent: om teksten te herschrijven of informatie op te zoeken. Dat is intussen wijdverspreid, maar wordt snel de norm en dus geen onderscheidende factor meer.’
Het verschil zit dus hoger in de waardeketen, licht hij verder toe. ‘Kandidaten die AI integreren in workflows, repetitieve taken automatiseren of zelfs processen herontwerpen, creëren echte meerwaarde. Dat is waar het transformerend wordt.’ Die evolutie speelt zich volgens hem af in alle functies, niet alleen in technische rollen. ‘Ook in HR, sales of finance bijvoorbeeld wordt verwacht dat medewerkers begrijpen hoe AI hun werk kan versterken. Dat bemoeilijkt aanwerven: bedrijven moeten niet alleen inschatten wat iemand kan, maar ook hoe die persoon met AI werkt.’
Nieuwe jobs: van data- tot AI-trainer
Tegelijk ontstaan er nieuwe categorieën werk. Het gaat onder meer om AI-trainers, data-trainers, softwaretesters en gespecialiseerde rollen zoals vertaal- of psychologietrainers. ‘Zij zorgen ervoor dat AI-systemen betrouwbare en contextueel correcte output leveren’, geeft Price aan. En die groei is spectaculair. In Nederland steeg het aantal AI-trainers met meer dan 500% op één jaar tijd. ‘Vandaag zijn veel AI-jobs nog relatief laagdrempelig, zoals het labelen van data of controleren van output. Maar die evolueren snel: complexere AI-toepassingen vragen ook om gespecialiseerde profielen met meer inhoudelijke expertise.’
Volgens Price zijn dit echter geen nichejobs voor een kleine groep experts. ‘Twee jaar geleden bestond de rol van AI-trainer amper. Vandaag staat ze open voor heel veel profielen.’ Daarmee wijst hij op een belangrijk verschil met eerdere technologische golven. Waar nieuwe technologie vroeger vaak leidde tot gespecialiseerde functies die enkel toegankelijk waren voor hoogopgeleide profielen, ontstaan AI-jobs vandaag veel breder in de markt. Veel van de nieuwe rollen vereisen geen diepgaande programmeerkennis, maar wel inzicht, nauwkeurigheid en het vermogen om met AI-systemen te werken.
Het selectieproces zelf is tegelijk ook door AI ingrijpend veranderd. ‘AI wordt steeds vaker ingezet om kandidaten te screenen, interviews te analyseren en extra signalen te verzamelen naast het klassieke cv.’ Bij Deel werd dat concreet toegepast tijdens een grootschalige aanwervingscampagne voor salesprofielen. ‘AI hielp om kandidaten te identificeren en objectiever te beoordelen, waardoor ook minder voor de hand liggende profielen een kans kregen.’ Volgens Price leidt dat tot een meer meritocratische aanpak. ‘Een cv toont vooral ervaring, maar niet noodzakelijk potentieel. Toch blijft de menselijke factor centraal staan. Hiring blijft een kwestie van vertrouwen. AI kan processen ondersteunen en inzichten verbeteren, maar niet de uiteindelijke beslissing vervangen.’
Bedrijven moeten zichzelf heruitvinden
Volgens Alan Price zorgt AI niet alleen voor een technologische revolutie, maar ook een sociale kans. Nieuwe rollen ontstaan sneller dan klassieke opleidingen kunnen volgen, waardoor mensen uit uiteenlopende sectoren relatief vlot kunnen instappen. ‘Via korte opleidingen of praktijkervaring op de werkvloer kunnen ze zich snel aanpassen. Traditionele carrièrepaden worden daardoor minder bepalend.’ Volgens Price verschuift het zwaartepunt naar het vermogen om zich snel nieuwe vaardigheden eigen te maken. ‘Wie bereid is om zich bij te scholen en te experimenteren met AI, kan relatief snel nieuwe kansen grijpen. Wie dat niet doet, riskeert achterop te raken, niet omdat jobs verdwijnen, maar omdat de inhoud ervan verandert.’
Die evolutie dwingt ook bedrijven tot een grondige herdenking van hun organisatie, in een tempo dat zelden eerder gezien is. Het gaat niet alleen om het invullen van nieuwe functies, maar om het hertekenen van hoe werk georganiseerd wordt. ‘Veel bedrijven vertrekken nog van historische aannames over teamstructuren en competenties. Maar AI doorbreekt die logica. Repetitieve taken verdwijnen of worden geautomatiseerd, waardoor rollen verschuiven en teams anders worden opgebouwd.’
En hij wijst er bovendien op dat de AI-transformatie ongelijk verloopt: zowel tussen landen als binnen bedrijven zelf. ‘Sommige markten en teams lopen voorop, terwijl andere nog in een experimentele fase zitten. Iedereen zit in een leerproces, ook de mensen die beslissingen nemen. Dat maakt dat bedrijven hun strategie voortdurend moeten bijsturen. Wat vandaag werkt, kan morgen alweer achterhaald zijn.’
Loonkloof neemt opnieuw toe
Naast nieuwe kansen brengt de AI-boom ook nieuwe risico’s met zich mee. Het Deel-onderzoek legt een opvallende loonkloof bloot tussen mannen en vrouwen in AI-gerelateerde functies. Dat is een evolutie die vragen oproept, zeker omdat de voorbije jaren in het algemeen heel wat stappen werden gezet richting gelijkheid. De verschillen zijn aanzienlijk. In Nederland verdienen vrouwelijke AI-trainers gemiddeld ongeveer 25 euro per uur, tegenover 36 euro voor mannen. In Duitsland ligt het mediane uurloon voor vrouwen rond 17,6 euro, tegenover 31 euro voor mannen, en in Frankrijk gaat het om respectievelijk 16 euro en 35 euro per uur.
Volgens Deel ligt de verklaring in de verdeling van rollen binnen het AI-ecosysteem. ‘Mannen zijn vaker actief in beter betaalde technische functies, zoals softwaretesting of modeltraining voor complexe toepassingen. Vrouwen vinden vaker hun weg naar domeinen zoals taal, content of psychologie, waar de verloning gemiddeld lager ligt. Met andere woorden: de ongelijkheid zit minder in dezelfde job met verschillend loon, en meer in de toegang tot verschillende soorten functies.’
Loonkloof: nog geen alarm, wel aandachtspunt
Alan Price noemt die evolutie teleurstellend, maar plaatst ze ook in de context van een markt die zich razendsnel ontwikkelt en waarin structuren nog niet zijn bepaald en vastgelegd. ‘Organisaties bewegen vandaag extreem snel en proberen zo snel mogelijk toegang te krijgen tot talent. Als bepaalde groepen in een vroeg stadium terechtkomen in beter betaalde niches, vertaalt zich dat meteen in loonverschillen.’ Volgens hem speelt timing een cruciale rol. Wie vroeg instapt in de meest gevraagde en best betaalde specialisaties, bouwt een voorsprong op die zichzelf kan versterken. Dat risico is volgens hem reëel in een markt waar nieuwe functies sneller ontstaan dan dat er opleidingen of duidelijke carrièrepaden voor bestaan.
Daar ligt volgens Price ook een deel van de oplossing. Bedrijven en beleidsmakers moeten actief inzetten op gelijke toegang tot opleiding en ontwikkeling, zeker voor technische en gespecialiseerde AI-rollen. ‘Je moet ervoor zorgen dat mensen gelijke kansen krijgen om door te groeien naar die meer gespecialiseerde functies.’ Zonder gerichte inspanningen dreigt de kloof zich verder te verdiepen naarmate de markt volwassen wordt.
Opvallend is dat Price voorlopig weinig directe reacties ziet van bedrijven op die loonkloof. Dat heeft volgens hem ook te maken met de snelheid van de ontwikkelingen: organisaties focussen in de eerste plaats op het invullen van nieuwe noden en het bijhouden van de technologische evolutie. Maar net daardoor dreigt het risico onder de radar te blijven. De vaststelling is dan ook dubbel. AI creëert nieuwe kansen en nieuwe jobs, maar dreigt tegelijk bestaande ongelijkheden in een nieuw jasje te gieten.
Dit artikel is geschreven door een van onze partners. Onze redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud.













