Review: Call of Duty – Black Ops

Oerdegelijk!
Helemaal politiek correct is Call of Duty: Black Ops niet. De game stuurt je als een huurling in overheidsdienst door allerlei schimmige Koude Oorlog-operaties, waar diezelfde overheid alle betrokkenheid bij ontkent.Dat neemt niet weg dat de populairste aller shooterreeksen weer een oerdegelijk nieuw hoofdstuk neerzet. De grootste kritiek op de laatste drie uit de Call of Duty-serie was dat het singleplayerluik wel het betere vuurgevecht en filmische spektakel biedt, maar eerder aan de korte kant is. Ook deze keer knal je jezelf in een vijftal uren door het vrij onsamenhangend verhaaltje. Een door John F. Kennedy geautoriseerde moord op een vooraanstaand Sovjet, een missie in Laos tijdens de Vietnam-oorlog en een best schokkende finale ergens in Dallas anno 1963 houden het allemaal boeiend, net zoals de mogelijkheid om voor het eerst in een Call of Duty-game achter de stuurknuppel van een gevechtshelikopter plaats te nemen.
De meerwaarde voor de singleplayerspeler zit in de Bootcamp-modus. Een game dat in een handvol speltypes multiplayer simuleert tegen computergestuurde vijanden. De overgrote meerderheid van de uren die wereldwijd met Call of Duty: Black Ops doorgebracht worden, situeert zich echter op de competitieve online slagvelden. Naast de beproefde gamemodi zijn het daar vooral de zogenaamde ‘Wager Matches’ die vernieuwing brengen. Daarin zet je zuurverdiende credits in tegen die van je tegenspelers en gaan de beste drie met de winst lopen.
[related_article id=”160734″]













