Mobiel internet te duur door gebrek aan concurrentie

Uit een vergelijkend onderzoek van Test-Aankoop tussen acht Europese landen blijkt dat de Belg twee tot vijf keer zoveel betaalt voor mobiel internet als zijn buren.
Consumentenorganisatie Test-Aankoop vergeleek begin september de prijzen van data only-formules in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. België komt erg slecht uit de test.
Maar vier opties
Naast de prijs remt ook het gebrek aan concurrentie de groei van mobiel internet af, meent de consumentenorganisatie. De consument kan voor data-only mobiel internet enkel terecht bij twee van de grote providers (Mobistar en Proximus) of bij twee alternatieve providers.
[related_article id=”161563″]
Telenet, dat gebruikmaakt van het netwerk van Mobistar, staat niet bepaald bekend als prijzenklopper. En Mobile Vikings doet een beroep op het netwerk van Base, dat een maximumsnelheid van 1,5 Mbps hanteert op zijn 3G-netwerk. Dat bovendien niet overal dekking biedt.
Light of medium gebruiksprofiel
Test-Aankoop hanteerde voor zijn onderzoek twee gebruikersprofielen: de light-gebruiker die ongeveer 500 MB per maand nodig heeft en de medium-gebruiker die een snelheid van minstens 3,6 Mbps eist en een volume van 2 GB.
Voor de light-gebruiker is Mobile Vikings met zijn 2 GB mobiel internet (dertig dagen geldig) voor 12 euro het voordeligst. Dat is nog meer dan het dubbele van wat een Italiaanse lichte gebruiker betaalt bij de provider Coop.
De medium-gebruiker is in ons land het goedkoopst (lees minst duur) af bij Mobistar. Mobistar vraagt 30 euro voor mobiel internet dat aan de medium-eisen van Test-Aankoop voldoet. In andere landen betaalt de medium-gebruiker tot vijf keer minder.
Test-Aankoop pleit voor meer concurrentie in de vorm van nieuwe providers en formules en wil ook meer transparantie van de telecomsector.














