De wording van Silicon Valley

Amateurs waren het die van Silicon Valley het toonbeeld van economische professionaliteit hebben gemaakt. Zo betoogt Christophe Lécuyer in een boeiende studie over het explosieve karakter van de meest welvarende IT-cluster ooit.
Op een zonnig en rustiek terrein waar van oudsher abrikozen en pruimen werden geteeld, verdeeld over een oppervlakte van amper tachtig vierkante kilometer, onder de rook van San Francisco bevindt zich één van de grootste economische wonderen van de twintigste eeuw: Silicon Valley. Wie voetstoots aanneemt dat het ontstaan van dit machtige industriële complex in Santa Clara County met voorbedachte rade tot stand kwam heeft het mis.
De Amerikaanse historicus met de Franstalige naam Christophe Lécuyer toont in zijn omvangrijke studie over de geschiedenis van Silicon Valley dat in de praktijk juist veel van toeval afhing, alsook van een stevige portie gezond amateurisme.
Thuisland
Eind jaren twintig van de vorige eeuw was het gebied ten zuiden van San Francisco,grofweg te situeren tussen San Mateo en San Jose, het thuisland van niet meer dan een paar honderd ingenieurs. Die hadden veelal werk gevonden in kleine radiobedrijfjes. Veel meer hoger opgeleiden kende de streek niet. Toch zal Silicon Valley, met name na de Tweede Wereldoorlog, explosief expanderen tot het huidige economische spektakel van innovatie en technologie.
Volgens Lécuyer kon Silicon Valley enkel tot ontplooiing komen doordat er op een gegeven moment sprake was van een bijzonder ongewone, maar interessante wisselwerking tussen een drietal technologieën en hun respectieve wegbereiders: de radioamateurs, de microgolfspecialisten en de halfgeleidertechnologen.
Amateurs
Alleen de radioamateurs waren autochtone valleibewoners. De andere techneuten trokken pas tijdens of na de Tweede Wereldoorlog naar Silicon Valley. Het was de subcultuur van de radioamateurs echter die in eerste instantie de toon zette. Die hadden behoefte aan betere vacuümbuizen om hogere golflengtes te bereiken en langere afstanden te overbruggen.
Eén van de belangrijkste elementen van het latere succes van Silicon Valley, was er in de beginperiode helemaal niet: venture capital. Het is bijna aandoenlijk om te lezen dat aan de oprichting van Eitel-McCulough, één van de eerste successen in de vallei, in september 1934 een makelaar en een bioscoopuitbater te pas kwamen. Samen brachten ze de somma in van een schamele 2.500 dollar.
Fabricage
Maar wat maakt Silicon Valley nu echt tot Silicon Valley? Op die vraag zijn al talloze antwoorden gegeven. Maar volgens Lécuyer gaat het in hoofdzaak om de zeer gedurfde en innovatieve fabricagetechnieken die er worden gebruikt. Zo slaagden ingenieurs van Fairchild Semiconductor er als eersten in om geïntegreerde circuits te bouwen.
Een die tot grote economische activiteit zou leiden. Making Silicon Valley is een boeiend en exhaustief boek. Het ontkracht niet alle legendes over de bollebozen die er in hun garages verbluffende technologieën ontwierpen. Een deel van die legendes is gewoon waar, zoals de garage van William Hewlett en David Packard. Maar de echte reden om dit boek te koesteren is het feit dat Making Silicon Valley heel veel nieuwe, historische kennis bijbrengt over Silicon Valley.
Christophe Lécuyer, Making Silicon Valley, Innovation and the Growth of High Tech, 1930-1970, 393 pagina’s, Uitgeverij MIT Press, ISBN 0262122812, € 40,00.









