Green IT

Hieronder vindt u een overzicht – in vogelvlucht natuurlijk – van enkele initiatieven binnen én buiten de ICT-sector. Telkens geven we een voorbeeld van een bedrijf dat in deze sector een opvallende rol heeft gespeeld met een milieu-initiatief. We streven hiermee zeker geen volledigheid na maar als u zich ergens door geïnspireerd voelt, is ons doel alvast al bereikt.
Client hardware
De notebook of desktop lijkt minder eenvoudig groen te krijgen dan grote broer de server. Toch zijn ook hier een aantal initiatieven die leveranciers en eindgebruikers kunnen nemen om de energiefactuur te verlagen. Denk maar aan heel eenvoudige ingrepen zoals het volledig uitzetten van de pc wanneer u klaar bent. Dat mag niet wegens geplande backups, zegt u? Ook daar zijn oplossingen voor: met de huidige generatie infrastructuurbeheersoftware kunt u centraal de backup verrichten en nadien toch netjes de pc’s afsluiten zonder dat deze vervelende pop-ups vertonen die de afsluitprocedure blokkeren.
Natuurlijk is ook een thin client een groen alternatief: aangezien de verwerking dan op de server gebeurt, is het energieverbruik aan de client-zijde bijzonder beperkt. Maar ook multicore processors schelen een slok op een borrel: door meerdere kernen op één processor te plaatsen kan de snelheid blijven stijgen terwijl het verbruik nagenoeg gelijk blijft. Zie ook het artikel op pagina XX (Intel)
Donkergroen: Energy Star. Deze organisatie, waarvan het logo bekender is dan de naam, beloont energie-efficiënte producten met een eco-label. Tegenwoordig hebben ze op hun site (www.eu-energystar.org) ook een leuke energiecalculator, waarmee je het verbruik van je pc’s pijnlijk nauwkeurig kan meten, maar ook kan bekijken wat een eenvoudige ingreep, zoals een pc volledig uitzetten in plaats van in stand-by, op jaarbasis aan besparing kan betekenen.
Server hardware
Weinig producten worden zo vaak geassocieerd met groene IT als servers, en bij uitbreiding de datacenters waar deze servers vaak als haringen op elkaar zitten gepakt. Het oorspronkelijke groene thema was het consolideren en virtualiseren van het serverpark. Met name virtualisatie zorgde ervoor dat soms tientallen servers tot één enkele werden herleid, eenvoudigweg door de verwerkingskracht of (in het geval van opslagservers) de opslagcapaciteit zoveel mogelijk te benutten. Dit leverde uiteraard enorme energiebesparingen op – één hard werkende server verbruikt nog altijd minder dan twintig of meer luie broertjes – maar zorgde tegelijk voor een ongewenst ecologisch neveneffect: een hard draaiende server produceert wel meer hitte dan een sporadisch werkend exemplaar. Als er zo veel naast elkaar worden gezet, dreigt het datacenter wel minder te verbruiken aan stroom voor de servers, maar wordt de stroomfactuur voor de koeling des te groter. Zeker met de intrede van de blade servers, waardoor veel meer servers in één rack kunnen worden geplaatst. Ook de vele oplossingen voor efficiënte koeling krijgen uiteraard het label ‘green’ opgeplakt, want weinig problemen worden meer met ‘global warming’ geassocieerd dan deze.
Donkergroen: IJsland. Wat Lourdes is voor bedevaarders, is IJsland voor ‘groene’ datacenters. Volgens een vertegenwoordiger van de IJslandse regering zal – op het Noordelijke eiland in de komende 5 tot 7 jaar zowat één groot datacenter per jaar zou worden geopend dat drijft op goedkope energiebronnen. De vulkanische activiteit zorgt er op het eiland voor een enorme hoeveelheid geothermische energie, die wordt gewonnen uit het aardoppervlak, en dus zo groen als u zich maar kunt inbeelden. Bovendien is het klimaat het grootste deel van het jaar zeer gunstig voor volle datacenters die meestal snakken naar een koele omgeving. Alleen de netwerkcapaciteit van en naar het eiland blijft nog een minpunt, maar wie de datacenters enkel gebruikt voor weinig bewegende toepassingen zoals gegevensarchivering, zit wel goed in Ijsland.
Printer
Serverleveranciers zijn fervente profeten van green IT, maar de printerbouwers kunnen er ook wat van. Dat heeft natuurlijk veel te maken met hun oude, totaal natuuronvriendelijk imago. Printers verbruiken niet alleen energie, ze drukken ook af op wat ooit bomen uit het regenwoud zijn geweest. Niet echt correct, maar dat stigma droegen ze wel met zich mee. Bovendien werd steeds duidelijker dat de inktdeeltjes niet alleen op papier werden gedrukt maar ook soms vrij in de lucht rondzweven en vandaar ook af en toe in uw longen gingen huishouden.
Daar wordt nu allemaal aan gewerkt. Elke leverancier bezweert u met de hand op het hart dat hij geen fijn stof meer verspreidt; het aantal printers dat standaard dubbelzijdig afdrukt en zo het aantal te kappen bomen bijna halveert, is haast niet meer te tellen; de grote printermerken hebben allen een recylageprogramma dat de lege cartridges recupereert wanneer er nieuwe worden aangekocht.
Donkergroen: Canon. Net als alle andere leveranciers recycleren zij ook hun printers en copiers wanneer die worden afgedankt. Maar zij maken hiervan ook nog een geslaagde marketingstunt. Sinds januari van dit jaar verkoopt Canon namelijk ook rekenmachines die volledig gemaakt zijn uit gerecycleerd materiaal. Wellicht geen winstgevende business maar wel een slimme manier om mee te spelen met de groensten van de klas.
Maar in de categorie ‘opvallen met groen’ toch een speciale vermelding voor Ricoh België, dat in april jongstleden de aanplanting sponsorde van 3.500 bomen in het Zoniënwoud. Anderhalve hectare bos met bomen gesponsord door een bouwer van papiervreters, qua kringloop der natuur kan dit tellen.
BI
Ook de softwareleveranciers laten zich niet onbetuigd in het groene debat. Een beetje in het verlengde van de vele GRC (governance, risk management en compliance) softwarepakketten die de voorbije jaren als paddenstoelen uit de grond schoten, werd ook hard gewerkt aan software voor het beheer van de milieu-initiatieven van een onderneming. De BI-software speelt hierin een bijzondere rol aangezien deze kan zorgen voor een efficiënte rapportering, tenminste als alle initiatieven netjes in de database geraken.
Donkergroen: SAS Institute. Dit voorjaar lanceerde het bedrijf SAS for Sustainability management, een suite waarmee een bedrijf zijn ecologische voetafdruk kan meten, beheren en tegelijk ook – via what-if scenario’s – de impact kan laten voorspellen als ze bepaalde acties zouden ondernemen. Tegelijk onderneemt het bedrijf zelf ook heel wat milieuvriendelijke acties, zoals de bouw van een centrale voor zonne-energie van bijna twee hectare, en de beslissing om software voortaan enkel via het internet te leveren.
Rockfestivals
Groen zijn is hip. Dat bewijzen bij uitstek de rockfestivals, die op allerlei manieren uitpakken met hun ecologisch bewustzijn. Neem nu Rock Werchter. Op hun site lezen we welke initiatieven de organisatoren ondernemen om hun ecologische voetafdruk te verminderen. Ter informatie: men heeft de voetafdruk berekend voor Rock Werchter, TW Classic én het concert van de Rolling Stones, en die bedroeg 662,5 hectare. Op Rock Werchter zelf kon iedereen zijn eigen voetafdruk berekenen met de festivalcalculator.
Naast de bewustmaking werkt Rock Werchter ook aan het verminderen van de voetafdruk. Het openbaar vervoer wordt actief gepromoot, wie lege drinkbekertjes inzamelt krijgt drankbonnen, en de sponsors dragen ook hun steentje bij: Toyota zet zonnepanelen op hun stand, Umicore verschaft ecologische GSM-opladers, en alle zeep op het festival – ook backstage – is biologisch afbreekbaar.
Donkergroen: Radiohead. Rock Werchter meldt trots dat Radiohead enkel naar Werchter wou komen omdat ze “goede groene papieren konden voorleggen”. Om diezelfde reden hebben ze bijvoorbeeld een optreden op Glastonbury geweigerd. Thom Yorke en de zijnen leggen ook voor zichzelf de lat hoog: ze zoeken continu naar technologie om hun energieverbruik te verminderen zonder aan kwaliteit in te boeten. Hun trendy LCD-scherm tijdens het optreden is daar een mooi voorbeeld van. Ook weigeren ze af en toe over te vliegen voor gelegenheidsoptredens, en stellen ze een live straalverbinding als alternatief voor.
Transport
Ook de transportsector is niet ongevoelig voor groene argumenten. Logisch: ook al worden ze zelf steevast tot de grootste vervuilers gerekend, toch hebben ze er alle belang bij om bijvoorbeeld hun CO2-uitstoot te verminderen, aangezien die meestal recht evenredig is met hun brandstofverbruik en dus ook met hun totale kostenplaatje. Eenvoudige ingrepen zoals het vermijden van te lage bandenspanning kunnen het verbuik met 3procent verminderen. Bovendien raken de banden minder snel versleten. Maar de beste resultaten worden behaald met defensief en ecologisch (lees: niet onnodig hard optrekken en remmen) rijden. Bij een eerste test met onder meer chauffeurs van Colruyt leidde dit tot een daling van de brandstofkosten tussen 5 en 7 procent.
Donkergroen: UPS. Het bedrijf ontdekte dat het enorme tijd- en brandstofbesparingen kon realiseren door bijna uitsluitend naar rechts af te slaan. De redenering hierachter: wie naar links moet afslaan, staat vaak bijna stil terwijl de motor toch blijft draaien. Door enkel naar rechts af te slaan kan men die soms lange wachttijden vermijden en zo tijd én brandstof besparen. Volgens UPS scheelt dit 1.100 trucks die dagelijks minder worden uitgestuurd. Nu zitten ze aan 92.000.











