De storage-revolutie (deel 2)

De huidige NAND Flash-gebaseerde SSD’s zijn, vergeleken met de magnetische disks, veruit superieur wat betreft prestaties, betrouwbaarheid, schokbestendigheid en energieverbruik.
Dat maakt SSD’s nog aantrekkelijker voor een bedrijfsomgeving dan voor de gewone gebruiker. Maar toch blijven ze voornamelijk beperkt tot high-end portables en desktops.
De reden ligt voor de hand: enterprise-SSD’s zijn nu eenmaal peperduur. Zoals we in de vorige blog opmerkten, is 2.000 euro per 100 GB-schijf geen uitzondering. Dat is bijzonder duur als je het vergelijkt met een typische 120 GB desktop-SSD die voor 400 euro de uwe is. In de VS zijn dergelijke schijfjes al verkrijgbaar voor 250 dollar.
Waar komt dat grote prijsverschil vandaan? De desktopschijfjes zijn multi level cell-schijven, en die zijn totaal niet geschikt voor schrijfintensieve database-omgevingen. MLC-schijven kunnen maar tienduizend schrijfacties verdragen en ondanks intelligente wear level-algoritmen zal een MLC het ongeveer één jaar uitzingen in een intensieve transactionele database-omgeving. Single level cell (SLC) NAND, dat slechts één bit per floating gate opslaat, zou tien keer langer beschrijfbaar moeten zijn.
De Intel SLC-schijven die ongeveer 700 euro per 64 GB kosten, lijken dan een aantrekkelijk alternatief: meer dan de helft goedkoper dan de high-end enterprise-SSD’s en bovendien nog sneller ook. Maar ook deze en heel wat andere SLC-schijven zijn minder geschikt voor de kritische OLTP-databases. Ze halen immers hun uitstekende prestaties uit een geheugencache op de controller die niet beveiligd is tegen stroomuitval.
Dat betekent dat u een weliswaar klein, maar bestaand risico hebt dat de software denkt dat de transactie goed uitgevoerd is, maar dat het toch fout loopt op hardwareniveau als de stroom naar de schijf wat later onderbroken wordt.
Professionele SAN’s schakelen de cache van de magnetische SAS-schijven uit met bijzonder weinig impact op de prestaties. Maar de geheugencache op de controller is kritisch voor de SSD-prestaties, dus is uitschakelen geen optie.
Slechts een paar SSD-fabrikanten hebben dit al opgelost met de zogenaamde ‘supercondensator’ die als een minibatterij fungeert. Bij een onderbreking levert de condensator net lang genoeg stroom om de cache te ledigen. SSD’s zonder ‘supercap’ moet je goed beveiligen tegen stroomuitval, en dat maakt de SAN wat complexer.
Maar er is meer. Fabrikanten van SAN’s kunnen geen risico nemen: veel high-availability-opstellingen gaan ervan uit dat de SAN onfeilbaar is. Het gevolg is dat de grote SAN-fabrikanten de kat uit de boom kijken en niet snel technologie van een nieuwe speler op de markt adopteren.
STEC rules
De gevolgen zijn er ook naar. Alle EMC Symmetrix en Clarion met SSD gebruiken de schijfjes van STEC. HP EVA? STEC. IBM DS8000, NetApp FAS, Fujitsu Eternus: STEC. Het Californische STEC heeft de huidige markt voor ‘enterprise-SSD in SAN’ zo stevig in handen dat het lijkt op een monopolie.
Gelukkig is er beterschap op komst: Hitachi en Intel sloegen de handen in elkaar en hopen met een echte concurrent op de proppen te komen. En enterprise-SSD’s van Seagate zijn ook niet meer veraf. Geen wonder dat men verwacht dat het aantal verkochte enterprise-SSD’s de komende vijf jaar ieder jaar met negentig procent zal stijgen. Een revolutie die je als IT-professional met intensieve applicaties gewoon niet mag missen. Wordt vervolgd…










