De Belgische oplossing voor het IoT

Innovatie van eigen bodem: DPTechnics, gevestigd in Knokke aan de Belgische kust, hoopt de de facto standaard voor het internet der dingen van de toekomst in handen te hebben. De kleine firma biedt een totaalpakket aan oplossingen aan die het zowel voor de fabrikant als de consument eenvoudiger zullen maken om toestellen aan het net te hangen.
Belgische Raspberry Pi
De kern van het systeem is een moederbordje dat we eerder al omschreven als de Belgische Raspberry Pi: het DPT-bord. Dezer dagen gaat het stukje hardware door het leven als IoT-modem. DPTechnics biedt de modem samen met een softwareplatform aan fabrikanten die toestellen online willen maken aan.
“Arduinobordjes, de Raspberry Pi en andere gelijkaardige toestellen zijn niet echt voor het internet der dingen ontworpen”, vertelt Ronny Pape van DPTechnics. “Het DPT-bord heeft wel alles voor connectiviteit met het internet en andere toestellen aan boord.”
Lijm
DPTechnics wil fabrikanten van IoT-toepassingen overtuigen met zijn open source-karakter. “Bedrijven die willen mogen de IoT-modem zelf fabriceren”, verduidelijkt Pape. “We vragen geen geld voor de plannen.” DPT hoopt klanten aan zich te binden met het BlueCherry-platform. Dat platform heeft het potentieel de lijm te worden die het internet der dingen bij elkaar houdt.
Wie vandaag meerdere IoT-toestellen heeft, maakt gebruik van evenveel verschillende applicaties op z’n smartphone. Bovendien zijn de meeste toepassingen verbonden met het net via een eigen hub, die een ethernetpoort in je router in beslag neemt. BlueCherry moet daar een einde aan maken. Pape: “De IoT-modem zit al verwerkt in compatibele toestellen. De modem zendt een draadloos signaal uit waarmee je als gebruiker eenmalig een verbinding tot stand moet brengen, en verder loopt alles vanzelf.”
Hulp op afstand
Verbinden doe je door als consument je BlueCherry-accountgegevens in te geven. Via het internetportaal dat aan de gratis account gebonden is, kan je vervolgens al je BlueCherry-toestellen bedienen. “Op de hoofdpagina zie je al je toestellen, met een eigen naam en icoontje, die je kan ordenen per locatie”, Schetst Pape. “Door op het icoontje te klikken kom je in de interface van het toestel in kwestie terecht.”
Ook de maker van het toestel in kwestie kan, indien je daar als gebruiker toestemming voor geeft, aan de gegevens die het IoT-toestel genereert. Zo kan de fabrikant van een wasmachine ingrijpen wanneer er iets dreigt mis te lopen, door zelf de eigenaar van het toestel te contacteren voor een herstelling.
Ook slim zonder internet
Iedere fabrikant kan zelf kiezen wat er allemaal terug te vinden is in die interface, maar DPTechnics geeft richtlijnen mee wat lay-out betreft. Door dezelfde stijl over heel het BlueCherry-platform te gebruiken hopen Pape en collega’s de leercurve zo goed als onbestaande te maken. Bovendien heb je zelfs geen internet nodig om je toestellen te bedienen. Pape: “BlueCherry werkt ook lokaal. De interface van ieder apparaat draait op het toestel zelf, zodat je slimme thermostaat ook slim blijft wanneer de verbinding weg valt.”
Poorten en rolluiken
DPTechnics bestaat nog maar drie jaar en stak het grootste deel van die tijd in het ontwikkelen van BlueCherry en het DPT-bord. De laatste maanden is het bedrijf op zoek naar fabrikanten die ook daadwerkelijk van de technologie gebruik willen maken. “Een twaalftal bedrijven tonen al interesse”, claimt Pape. “De eerste partners zullen we vermoedelijk al binnen een maand aankondigen.” De man kan nog geen namen noemen, maar spreekt over bedrijven die onder andere poorten en rolluiken automatiseren, een fabrikant van thermostaten en IoT-camera’s en een internationaal bedrijf dat waterbehandeling doet. Pape hoopt op een sneeuwbaleffect dat DPTechnics wereldwijde bekendheid zal geven.
In tussentijd gaat het bedrijf er prat op de nodige troeven in huis te hebben om zeker KMO’s te overtuigen. “We bieden een totaaloplossing aan zodat een IoT-ontwikkelaar niet met drie of meer partners in zee moet gaan”, verduidelijkt Pape. “Bovendien is de hardware Open Source en zijn er geen speciale API’s vereist om de interface voor de toestellen te schrijven.”
Geen app, wel overal beschikbaar
Het grootste nadeel van BlueCherry lijkt vooralsnog voort te komen uit het grootste voordeel: de dienst is web-based. Je kan dus overal, vanop iedere smartphone, laptop of desktop, aan je IoT-toestellen maar daar staat tegenover dat er geen mooie app bestaat. Dringende notificaties komen wel binnen via mail of sms, maar we kunnen ons voorstellen dat gebruikers ook wat zien in een gepolijste applicatie.
De ambities van dit West-Vlaamse bedrijfje zijn in ieder geval torenhoog, en de tijd lijkt rijp voor de oplossing die het aanbiedt. Wie weet lees je hier in de toekomst meer en meer over IoT-toepassingen met een BlueCherry-logo. Aan concurrentie in ieder geval geen gebrek: ook Google wil de IoT-wereld verenigen, maar dan onder zijn eigen vlag.
Op 25/6 organiseert Smart Business en Business Meets IT een gratis seminar over Trends in ICT. Meer info op: www.businessmeetsit.be











