Apple Watch bewijst zijn nut met ECG-metingen na operatie

Onderzoekers van het St. Bartholomew’s Hospital in Londen hebben de resultaten van hun studie gepubliceerd in het Journal of the American College of Cardiology (via 9to5Mac). Daaruit blijkt dat een Apple Watch nuttig kan zijn na een ablatiebehandeling. Dat is de ingreep om hartritmestoornissen (atriumfibrilleren) weg te krijgen. Zo’n smartwatch met ECG-meting (elektrocardiogram) helpt namelijk zowel voor patiënten als artsen om een beter beeld te krijgen op hoe het hart reageert na de ingreep.
Zo’n ablatie brandt of bevriest met een katheter de stukjes hartweefsel weg die de ritmestoornissen veroorzaken. Artsen voeren die operatie uit als medicatie niet blijkt te werken. Toch keert bij zowat de helft van de patiënten het probleem terug. Dat zorgt dan weer voor ongeplande ziekenhuisbezoeken en voor een angstig gevoel bij de patiënt die vaak niet weet wat hij moet verwachten. Net daarom wilden de onderzoekers nagaan of het monitoren met een Apple Watch de detectie van ritmestoornissen kon versnellen en verbeteren. Op die manier zouden artsen daarop namelijk kunnen inspelen en zouden ongeplande opnames vermeden kunnen worden.
Met of zonder Apple Watch
De studie deelde de patiënten na een ablatie in twee groepen in. De standaardgroep ging naar de ziekenhuiscontroles die na 3, 6 en 12 maanden gepland stonden. Hadden ze in de tussentijd problemen, dan konden ze in het ziekenhuis een elektrocardiogram laten uitvoeren. Ze konden ook een Holter-monitor krijgen die minstens 24 uur de activiteit van het hart registreerde.
Daarnaast was er een Apple Watch‑groep. Die patiënten moesten een dagelijkse ECG-meting op hun smartwatch uitvoeren. Ook bij klachten of een waarschuwingsmelding van hun smartwatch moesten ze dat doen. De artsen beoordeelden de resultaten vanop afstand.
Snellere en meer detecties
De eerste 90 dagen na de operatie betekenen eventuele hartritmestoornissen niet dat de ingreep niet is geslaagd. Die eerste drie maanden tellen dus niet mee, maar daarna bleek dat de smartwatchgebruikers terugkerende stoornissen sneller vaststelden. Gemiddeld stelden ze de eerste stoornissen al na 116 dagen vast, tegenover 132 dagen bij de standaardgroep. De detectie gebeurde niet alleen sneller maar ook vaker. 52,9% van de patiënten in de Apple Watch‑groep stelde een terugkeer van de problemen vast, tegenover 34,9% in de controlegroep.
Dat komt natuurlijk doordat je met zo’n meting aan de pols sneller kan inspelen als je zelf een anomalie opmerkt. Vooral bij plotselinge gevallen van atriumfibrilleren is het vaak al voorbij vooraleer patiënten zich kunnen laten testen in het ziekenhuis.
Opvallend genoeg waren er ondanks de extra gevallen toch minder ongeplande ziekenhuisopnames bij de Apple Watch‑groep. Het aantal extra ablatiebehandelingen was in beide groepen dan weer vergelijkbaar.
Deze studie laat dus blijken dat apparaten als de Apple Watch hun plaats hebben in de nasleep van een ablatie-ingreep. Zo kan het zorgapparaat minder onder druk komen te staan, terwijl de patiënt zelf een beter zicht op zijn of haar situatie behoudt.













