Import van Chinese EV’s zet Europese autoproductie onder druk

Terwijl vroeger veel Europese wagens de oversteek maakten naar China, is nu het omgekeerde aan de gang. Door de vraag naar betaalbare EV’s exporteert China meer voertuigen naar Europa dan omgekeerd. Heise meldt daarnaast dat China gezakt is naar de zesde plaats in de rangschikking van exportlanden voor Duitse autobouwers.
De Europese Unie voerde vorig jaar 34 procent minder auto’s en onderdelen uit dan vorig jaar, goed voor 16 miljard euro. Dat is een halvering ten opzichte van 2022. Dat toont al meteen de weg die is afgelegd op een relatief korte tijd. De import vanuit China steeg dan weer met 8% tot 22 miljard. Die cijfers komen van de de auditfirma EY.
Bij EY verwachten ze dat de concurrentie van China alleen maar steviger wordt. Voorlopig kunnen Duitse fabrikanten nog voet bij stuk houden in hun thuisland. Andere Europese landen blijken sneller geneigd om de stap naar een Chinese EV te zetten. EY plaatst overigens wel een kanttekening: bij de import van auto-onderdelen horen ook EV-batterijen. Aangezien China de belangrijkste productieplek is voor accu’s weegt dat natuurlijk zwaar door. Met de komst van Xiaomi en Denza wordt het aanbod aan Chinese elektrische voertuigen alleen maar groter.
De terugval in export en verkoop op de Europese markten heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de tewerkstelling. In Duitsland daalde het aantal jobs in de autosector met 6,2 procent tot 725.000. Vooral bij toeleveranciers zijn de gevolgen groot.
Het is niet alleen de druk vanuit China die daaraan ten grondslag ligt, maar ook de economische situatie. Daarnaast zijn er geopolitieke problemen en blijven de prijzen van wagens hoog.











