Digitale meter wint het stilaan van terugdraaiende teller, maar niet overal even snel

Al 80% van de Vlaamse woningen heeft een digitale meter, maar dat percentage ligt niet overal even hoog, zo kan je zien op een kaart van Het Nieuwsblad. Dat varieert van 93% in Beringen en Houthalen-Helchteren tot 62% in Middelkerke en zelfs 58% in Pepingen. Die regionale verschillen zijn opmerkelijk, zeker als je rekening houdt met de impact van het wegvallen van de terugdraaiende teller. Wie zonnepanelen heeft, moet met een digitale meter met veel meer zaken rekening houden.
Terwijl het de bedoeling was om die 80% dekking van de digitale meter in Vlaanderen al in 2024 te bereiken, zitten we daar nu nog maar. Onder meer de coronacrisis en een uitspraak van het Grondwettelijk Hof zorgden voor vertraging. Die uitspraak kelderde namelijk het gunstregime voor gezinnen die zonnepanelen hadden.
Net die gezinnen die nu nog een terugdraaiende teller hebben, zullen niet boos zijn om de vertraging. Niet voor niets weigeren nog altijd heel wat mensen de installatie voor de digitale meter. Dat kon vroeger redelijk gemakkelijk, nu niet meer. Eerst krijg je nu een aangetekende brief, daarna ook nog twee ingebrekestellingen. Volgens Het Nieuwsblad kregen 441 Vlamingen dat al. De boetes kunnen dan oplopen tot zo’n 600 euro. Uiteindelijk volgt een dagvaarding. Blijf je weigeren, dan meldt Fluvius dat het de meter zelfs met een deurwaarder en slotenmaker kan komen installeren bij jou.
Een digitale meter heeft natuurlijk ook een aantal voordelen. Zo helpt hij om je verbruik te monitoren. Minstens zo belangrijk is de mogelijkheid om via een aangesloten P1-meter een thuisbatterij te kunnen aansluiten. Zo kan je voor een relatief beperkte investering toch al heel wat energie opslaan op de zonnige momenten, zodat je die daarna kan gebruiken. Op die manier vermijd je dat je niet verbruikte zonne-energie terug op het net gaat. Daar krijg je namelijk veel minder geld voor terug dan dat je zelf moet betalen voor elektriciteit.











