RapLeaf weet wie je bent

RapLeaf, het bedrijf dat onder meer via Facebookapplicaties gegevens over gebruikers verzamelt, weet meer over je dan je lief is.
The Wall Street Journal berichtte vorige week dat de gehele top tien van de populairste Facebookapplicaties gebruikersgegevens doorsluist naar minstens vijfentwintig adverteerders en databasebedrijven. RapLeaf is er daar een van.
Het jonge bedrijf uit San Francisco onderscheidt zich van de concurrentie door gegevens van anonieme surfers te linken aan hun namen en e-mailadressen. Hierdoor kunnen ze een compleet profiel opbouwen van de bezoekers van een van hun partnersites. Die sluizen de gegevens door in ruil voor harde dollars.
[related_article id=”158578″]
Volgens The Wall Street Journal staan onder meer de e-cardsite Pingg.com, het adviesportaal About.com en de fotodienst TwitPic toe dat RapLeaf cookies op de computers van gebruikers plaatst. De gewraakte Facebookapplicaties doen hetzelfde.
Een miljard e-mailadressen
Rapleaf geeft toe dat het op die manier data verzamelt over internetgebruikers, het heeft een miljard e-mailadressen in zijn database. Maar het ontkent dat het namen koppelt aan al die verschillende profielen, of niet-geanonimiseerde gegevens met klanten deelt.
Tot die klanten behoren verschillende Amerikaanse politieke partijen, die dankzij de data van RapLeaf gerichte advertenties op het beeldscherm van twijfelende kiezers toveren. Dit jaar werd RapLeaf ingeschakeld bij ongeveer tien politieke campagnes. Welke dat waren, wil het bedrijf niet kwijt.
Ook klanten in de politiek
Een ander soort klanten zijn bedrijven die een profiel willen opstellen van personen die op hun mailinglist zijn ingeschreven. RapLeaf linkt die e-mailadressen dan aan zijn database. Sinds dit jaar verzorgt het ook de online advertenties voor dergelijke klanten.
Hoewel RapLeaf beweert geen profielgegevens door te spelen waaruit een identiteit afgeleid kan worden, spreekt The Wall Street Journal dat tegen. De krant haalt het voorbeeld van een zekere Mrs. Twombly aan.
Het internetverkeer van de dame werd onderschept. Daaruit bleek dat haar Facebook-identificatienummer (dat uniek is voor elke gebruiker en dus de naam en andere details onthult) aan minstens twaalf klanten was doorgespeeld.
Ook het identificatienummer van haar MySpace-account is in handen van zes van RapLeafs klanten.
Toen het bedrijf hiermee werd geconfronteerd, gaf het aan dat het om een vergissing ging en dat ze het niet meer zouden doen.
Daarnaast wist RapLeaf dat mevrouw Twombly de bijbel leest, een aanhanger van de conservatieven is, geïnteresseerd is in republikeinse politici, geld schenkt aan politieke doelen en milieu-activisten, en andere persoonlijke details.
Voorliefde voor porno en gokken
Maar wat weet RapLeaf nu allemaal over de gemiddelde Amerikaan? Volgens documenten die de krant onder ogen kreeg, zijn voor elk profiel meer dan vierhonderd verschillende categorieën voorbehouden.
Die omvatten informatie over inkomen, politieke voorkeur en geloofsovertuiging, leeftijd, geslacht, huisgenoten, voorliefde voor porno enzovoorts.
In de privacy-overeenkomst van het bedrijf ontdekte The Wall Street Journal de vermelding dat er geen gevoelige data over kinderen, medische aandoeningen, seksuele voorkeur, gedetailleerde financiële informatie of religieuze overtuigingen worden verzameld.
Dit bleek echter niet helemaal te stroken met de categorieën die de journalisten onder ogen kregen. RapLeaf erkende dit en schrapte vervolgens de categorieën over de bijbel, interesse in Latijns-Amerikaanse of Aziatische producten, gokken, tabak, porno, ‘word snel rijk’-aanbiedingen en het geslacht en leeftijd van kinderen in het gezin.
Als verdediging stelt het bedrijf dat veel van die categorieën gehanteerd worden in de moderne directmarketing-industrie. In een blogpost naar aanleiding van de media-aandacht schrijft directeur Auren Haufmann dat hij de privacy van internetgebruikers hoog in het vaandel draagt. Hij geeft ook toe dat er fouten zijn gemaakt.












