Alleen de eersten, snelsten en sterksten kunnen overleven

Volgens de recente studie van het Planbureau ‘Potential ICT-enabled Offshoring of Service Jobs in Belgium’ zou IT verantwoordelijk zijn voor de delokalisatie van 17% van de jobs in ons land. Wie enkel dergelijke krantenkoppen leest moet de indruk krijgen dat we nu echt op weg zijn naar de dag dat het laatste bedrijf in België zijn deuren sluit.
Misschien kan de outsourcing van IT-jobs in de dienstensector hen echter in staat stellen om een revolutionaire nieuwe dienst te ontwikkelen. We hebben gewoon nood aan een andere mentaliteit die meer focust op vernieuwing, snelheid en partnerships.
Het hoeft geen betoog dat rauwe delokalisatie – vooral door buitenlandse multinationals – persoonlijke drama’s inhouden voor de betrokken werknemers. Maar moeten we zo pessimistisch zijn? Lekt onze werkgelegenheid helemaal weg naar Oost-Europa en Azië of kan onze economie ook baat vinden in deze trend? Met de toenemende uitbesteding van de laaggeschoolde industriële werkgelegenheid, zijn we al langer vertrouwd. Nu is het de verplaatsing van het witteboordenwerk die voor de nodige onrust zorgt.
In de huidige economische constellatie is het nu eenmaal zo dat alleen de eersten, de snelsten en de sterksten kunnen overleven en kunnen blijven uitbreiden. Niemand kan dat vandaag de dag nog alleen. Men moet dus gebruik kunnen maken van de competentie van partners – ook van IT-partners – ongeacht of die in het binnenland of het buitenland zitten. Om te overleven zullen onze bedrijven sowieso ideeën en kennis van buitenaf naar hier moeten halen. Dat aspect wordt veel te weinig belicht als men het over outsourcing heeft, want het wordt altijd te veel louter als kostenbesparing gezien.
Er zijn voorbeelden genoeg die bewijzen dat het ook in België mogelijk is om tegelijk een aantal aspecten van de bedrijfsvoering uit te besteden en toch nieuwe werkgelegenheid te creëren in eigen land. Lingeriefabrikant Van de Velde heeft de banen van de naaisters geëxporteerd naar Tunesië en het Verre Oosten. Dat heeft het bedrijf wel in staat gesteld om in het eigen Schellebelle honderden andere banen te creëren, onder meer in ontwerp en branding. Dat is de weg die we moeten bewandelen. De jongste twee jaar hebben we in heel Vlaanderen 120 ondernemers laten getuigen over de manier waarop ze in de huidige marktomstandigheden weten te groeien. Tweeduizend andere ondernemers zijn die verhalen komen beluisteren en hebben er hopelijk inspiratie in gevonden. We zijn ervan overtuigd dat die getuigenissen aanstekelijk kunnen werken.
Intensieve samenwerking in een geest van open vernieuwing is dus de sleutel. Het gaat daarbij om een kruisbestuiving binnen netwerken van bedrijven en externe entiteiten zoals klanten, kleinhandelaars, leveranciers, concurrenten, universiteiten en andere onderzoekslaboratoria. Dit staat tegenover het conventionele model van gesloten vernieuwing die alleen plaatsvindt binnen de grenzen van het domein van de fabrikant. Dat de outsourcing van IT-banen in de dienstensector toch iets anders is dan de uitbesteding van het stik- en naaiwerk bij Van de Velde, kan niet ontkend worden maar mag ons niet van de wijs brengen.
Misschien is het dat juist wat Belgische dienstensector nodig heeft om zich te kunnen concentreren op het ontwikkelen van een product of dienst van wereldklasse. Waarom zou ook in België geen financiële dienstverlener kunnen ontstaan van het kaliber van een Morgan Stanley? We mogen niet bij de pakken blijven zitten en moeten durven blijven dromen.
Karel Uyttendaele was in een vroeger leven directeur bij Agoria en bij HP en kabinetschef van de Staatssecretaris voor Informatisering van de Staat.














