Nieuwe camerawet roept vele vragen op

Eind mei werd de langverwachte nieuwe wet op de camerabewaking gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Nieuwe camera’s moeten nu al voldoen aan de nieuwe
regels, voor reeds geplaatste camera’s wordt een overgangsperiode van drie jaar ingebouwd. De camerawet gaat verder dan we misschien wel denken.
Met deze wetgeving heeft de overheid getracht een balans te vinden tussen het recht op veiligheid en het recht op privacy. De wet is bedoeld als algemene basisregeling inzake bewakingscamera’s, maar doet geen afbreuk aan de enkele bestaande regels, zoals het Koninklijk Besluit over bewakingscamera’s in voetbalstadions, de CAO 68 over het gebruik van camera’s op de werkvloer en de algemene privacywet. Deze regels blijven dus parallel met de nieuwe wet bestaan.
Om een camera te plaatsen voor bewakingsdoeleinden heb je vanaf nu toestemming nodig of moet je minstens een aangifte doen bij de Privacycommissie. Enkel wanneer je een camera plaatst bij je thuis, hoef je geen aangifte te doen. In elk geval is het verboden om bewakingscamera’s te plaatsen die beelden opleveren die de intimiteit van een persoon schenden. In ruimtes waar mensen al eens uit de kleren gaan (pashokjes, medische kabinetten, ziekenhuizen, sauna’s, toiletten enzovoort) mogen dus geen camera’s geplaatst worden. De beelden mogen trouwens nooit langer dan één maand bewaard worden, tenzij wanneer zij ondertussen gebruikt worden om een misdrijf op te helderen.
Afhankelijk van de plaats waar de camera hangt, moet je dus aan andere formaliteiten voldoen. In open publieke plaatsen (straten, pleinen, markten, parken, plantsoenen) mogen bewakingscamera’s enkel geplaatst worden na toestemming van zowel de gemeenteraad als de korpschef van de betrokken politiezone. De beelden mogen daarbij slechts in real-time worden bekeken om het de politie mogelijk te maken onmiddellijk in te grijpen bij misdrijven of ordeverstoring. Gezien de controverse over het bespieden van individuen op openbare plaatsen, zullen in de praktijk enkel publieke overheden de toestemming krijgen om open publieke ruimten te filmen voor bewakingsdoeleinden.
Bij besloten publieke plaatsen (winkels, restaurants, stations, bibliotheken, sportzalen) en besloten privé-plaatsen (woning, kantoor, fabriek, boerderij) is daarentegen geen overheidstoestemming nodig om een camera te plaatsen. Wel moet de korpschef geïnformeerd worden, zodat hij weet welke camera’s geïnstalleerd zijn en desnoods camerabeelden kan opvragen om misdrijven op te helderen. Tevens moet men steeds de Privacycommissie verwittigen dat men een camera gaat plaatsen door middel van een invulformuliertje.
Enkel wanneer de camera gebruikt wordt op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek en die alleen dient voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik, dus in uw eigen woning, moet je geen aangifte doen. Belangrijk is dat er steeds een pictogram moet worden geplaatst bij de toegang van de bewaakte plaats. Van zodra iemand een plaats betreedt waar een pictogram aangeeft dat er camera’s geplaatst zijn, dan geldt het betreden van de ruimte als voorafgaande toestemming. Om gefilmd te worden.
De wet verplicht je dus ook om thuis de nodige plaatjes te hangen wanneer je een camera plaats of wanneer je de webcam of de camera van je Playstation gebruikt voor bewakingsdoeleinden. De regering is gelukkig van plan om een standaardpictogram te ontwerpen dat hiervoor gebruikt kan worden. Laat ons hopen dat de overheid enige inventiviteit aan de dag legt bij het ontwerpen van het pictogram zodat we tenminste steeds lachend op de filmband staan.
Prof. Dr. Patrick Van Eecke is advocaat gespecialiseerd in IT-recht bij DLA Piper. Hij doceert tevens IT-recht aan Queen Mary University, London en aan de Universiteit Antwerpen.














