Beleid in een gemondialiseerde informatiemaatschappij

Van de nieuwe regering wordt niet alleen verwacht dat ze de belastingen verlaagt, de uitkeringen verhoogt en de communautaire problemen oplost, maar ook dat zij er voor zorgt dat België haar rechtmatig deel van de oogst van een definitief gemondialiseerde economie binnenhaalt. Hier enkele adviezen.
Eerst en vooral moet de overheid niet nog meer wetten maken maar vooral informeren, duiden en sensibiliseren omtrent de kansen die de gemondialiseerde
economie biedt. De globalisering gaat nog te veel gebukt onder het stigma van enkele malafide ondernemers die vooral uit waren op geldgewin op korte termijn door uitbuiting van goedkope werkkrachten en beschadiging van het milieu.
Te veel mensen beseffen nog steeds niet dat, willen wij ons welvaartsniveau behouden, wij nood hebben aan meer Belgische ondernemingen die wereldwijd actief zijn. Wereldondernemingen, die op hun beurt beroep doen op wereldburgers met durf en innovatie in hun cultuur ingebakken.
Wat de overheid ook niet moet doen is zogenaamd ‘beloftevolle’ sectoren selecteren, en ze extra ondersteunen om zo een vermeend comparatief voordeel voor onze regio uit te bouwen. Overheden zijn nu eenmaal niet goed in de selectie van economische activiteiten ‘voor de toekomst’. Risicokapitalen wel. De overheid kan beter bepaalde projecten met een duidelijk maatschappelijke nood versneld invoeren en er op speculeren de opgedane kennis ook in het buitenland te verzilveren.
Be-Health, ons gedeeld medisch-elektronisch dossier, is zo’n voorbeeld. Dankzij onze eID kunnen zorgverstrekkers – die iedere burger individueel aanduidt – overal in het land gemakkelijk aan onze medische gegevens, worden dubbele onderzoeken vermeden en weten wij de privacy van onze gegevens gewaarborgd. Over gans de wereld kijken overheden uit naar middelen om de kost van gezondheidszorg in te dijken. Nog sneller BeHealth invoeren is dus de boodschap.
Een belangrijk domein van de informatiemaatschappij waar de overheid wel moet tussenkomen is onze telecominfrastructuur. Het wegennet van de informatiemaatschappij moet – net als ons actueel wegennet – een natuurlijk monopolie van de gemeenschap blijven.
Onder invloed van efficiënt lobbywerk van de dominante operatoren zagen Europese regelgevers concurrentie tussen infrastructuren als middel tot telecomliberalisering, lagere prijzen en versnelde technologische vernieuwing. Dit is een vergissing gebleken. Zowel Viviane Reding, eurocommissaris informatiemaatschappij, als Neelie Kroes, haar collega verantwoordelijk voor het mededingingsbeleid, houden actueel pleidooien voor een splitsing van infrastructuur en diensten, zowel van de kabel als van de telefoondraad.
Meer en meer – lokale – overheden verlenen dan ook monopolieconcessies
van beperkte duur aan onafhankelijke derden die een nagelnieuw aansluitnet met glasvezel aanleggen. Een veelvoud van echt concurrerende dienstenaanbieders maakt nadien gebruik van deze gemeenschappelijke Fiber to the Home (FTTH), goed voor de volgende dertig jaar. Mooi meegenomen is dat bij deze publiek-private samenwerkingsverbanden de overheid zelf niet hoeft te investeren. De privé neemt alle investeringen voor haar rekening. De overheid stelt het lastenboek op en ziet er op toe dat de privé geen misbruik maakt van het haar toegekend monopolie.
Echte of vermeende belangen van onze actuele telecom- en kabeloperatoren mogen niet in de weg staan van het algemeen economisch belang. Terloops weze nog aangestipt dat de Deense consument nu al voor 10€ per maand van een tweewegs FTTH-aanbod geniet.
Karel Uyttendaele was in een vroeger leven directeur bij Agoria en bij HP en kabinetschef van de Staatssecretaris voor Informatisering van de Staat.














