Business

Originaliteit van software is zoek

Software wordt in Europa juridisch beschermd door het auteursrecht (copyright). Op enkele uitzonderingen na, verloopt die bescherming volledig analoog met de bescherming van meer traditionele werken, zoals foto’s, boeken, tijdschriftartikelen en poëzie.

Hoewel auteursrechtelijke bescherming automatisch tot stand komt – in tegenstelling tot merken en octrooien moet men geen aanvraag of registratie verrichten – wordt wel vereist dat het werk ‘origineel’ is. De precieze betekenis van deze vereiste is nog steeds niet duidelijk.

‘Originaliteit’ is geen gemakkelijk begrip in het auteursrecht. Ruwweg komt het hierop neer dat een werk slechts bescherming zal genieten als het zich in zekere mate onderscheidt van andere werken. Hoewel het auteursrecht gebaseerd is op internationale verdragen, is er allerminst eensgezindheid over de vraag hoe dit nu precies moet worden ingevuld.

Nederland, Frankrijk en België zijn erg streng en vereisen dat het werk “de stempel van de persoonlijkheid van de auteur” draagt. In het Verenigd Koninkrijk volstaat het daarentegen dat een werk niet volledig gekopieerd werd. Andere landen hanteren criteria tussen deze twee uitersten.

Wanneer de Europese Softwarerichtlijn werd opgesteld in de jaren ’90, rees opnieuw de vraag hoe origineel software moet zijn om auteursrechtelijk beschermd te worden. In plaats van een duidelijke wettekst werd echter een tekst aangenomen die dubbelzinnig genoeg was om elke lidstaat zijn zin te geven. De vraag of een foto, tekst of softwarepakket dus origineel genoeg is om te worden beschermd, blijft moeilijk te beantwoorden, en stoot op verschillende interpretaties doorheen Europa.

Zelfs binnen België heerst er verdeeldheid over dit onderwerp. Het Hof van Beroep van Antwerpen vereiste in 2004 bijvoorbeeld ook voor software het criterium van de “stempel van de persoonlijkheid” van de auteur. Het Hof van Beroep van Gent vond dan weer dat de vereiste originaliteit van software tussen de twee uitersten moet liggen, dus minder dan de stempel van de persoonlijkheid van de auteur, maar toch meer dan een kopie waarin enkele punten en komma’s veranderd werden.

Hoewel deze juridische discussie hoogst abstract en theoretisch is, heeft de uitkomst ervan natuurlijk verregaande gevolgen. In de praktijk blijft het echter koffiedik kijken. Zelfs als op dit moment duidelijk zou zijn hoe hoog de lat van de originaliteit moet liggen, blijft de vraag hoe dit praktisch moet worden ingevuld.

Hoe moet de “stempel van de persoonlijkheid van de auteur” immers blijken uit een onpersoonlijk iets als een softwarepakket – enkele voorbeelden van pakweg Apple en markante interfacegoeroes zoals Kai Krause daargelaten? In welke mate kan broncode origineel zijn, nu belangrijke delen van broncode louter routineuze taken betreffen (bijvoorbeeld interface glue code) en de ideeën die ten grondslag liggen aan algoritmes en programmastructuren, niet beschermd worden? Is het louter bij elkaar harken van componenten – gepromoot door RAD-development tools – op zich een uiting van creativiteit? Wat met de loutere omzetting van een stokoud COBOL-programma naar een nieuwe programmeertaal?

Eens te meer blijkt het erg moeilijk om bestaande juridische concepten toe te passen op de digitale wereld, en rijst de vraag of we niet toe zijn aan een herziening van het auteursrecht. Want hoe theoretisch de juridische discussies ook zijn, het antwoord op de bovenstaande vragen is van groot praktisch belang voor de industrie. Industry hates uncertainty, maar onduidelijke wetteksten en tegenstrijdige rechterlijke beslissingen rechters hebben momenteel het laatste woord.

Prof. Dr. Patrick Van Eecke is advocaat gespecialiseerd in IT-recht bij DLA Piper. Hij doceert tevens IT-recht aan Queen Mary University, London en aan de Universiteit Antwerpen.

blogbusinessitprofessional

Gerelateerde artikelen

Volg ons

Bekijk de huidige aanbiedingen bij Coolblue

Bekijk de huidige aanbiedingen bij Coolblue

👉 Bekijk alle deals