FTTH voor 10 € per maand

Ook de recente toevloed aan breedbandberichten gezien? Klachtenbrieven over hoge prijzen en lage snelheden, en de Eurocommissarissen Viviane en Neelie die elkaar in de haren vliegen: mevrouw ‘Informatiemaatschappij’ wil de historische operatoren opsplitsen maar mevrouw ‘Mededinging’ niet.
Interessanter zijn echter de nieuwtjes in de internationale pers. Zoals het bericht dat aanlegkosten van Fiber to the Home beperkt kunnen worden tot 1.000 € per woning door onder meer gebruik te maken van microgleuven in het wegdek. Dat is omgerekend 10 € per maand, zeker wanneer van start wordt gegaan met een propere lei, zonder ‘historische’ algemene kosten. De lage onderhouds- en upgradekosten van FTTH in vergelijking met koper en coax zorgen voor een inkorting van de terugbetalingsperiode na 8 jaar. Of het bericht dat er vijftig FTTH-projecten zijn opgestart in Frankrijk.
Of dat alle Finse nieuwbouwappartementen standaard uitgerust worden met 10 Mbps symmetrisch. Dat de beurswaarde van BT sinds de afsplitsing van haar Openreach infrastructuur met 50% de hoogte inging. Dat om het even waar FTTH wordt uitgerold, twee derde van alle woningen aansluit. Dat thuiswerken, VoIP, bewaking, telegeneeskunde, thuisproductie enzovoort 100 Mbps symmetrisch vergt. Dat de snelheid stroomopwaarts even belangrijk is als de snelheid stroomafwaarts of het einde van DSL. Dat Wimax geen alternatief is voor FTTH enzovoort.
Intercommunales zijn het meest actief: zij laten een ‘open’ FTTH-netwerk aanleggen en doen beroep op bestaande, maar onderbenutte backbones om hun FTTH-eiland te verbinden met de rest van de wereld.
Zij beschouwen het wegennet van de informatiemaatschappij als een natuurlijk monopolie dat onder toezicht van de gemeenschap dient te staan. Zij richten niet terug een eigen FTTH-Regie op. Op basis van een duidelijk lastenboek en onder hun streng toezicht verlenen zij monopolielicenties van bepaalde duur aan één privé-infrastructuuroperator.
Die infrastructuur staat dan open voor een veelvoud aan concurrerende dienstenaanbieders, zowel voor connectiviteit als voor inhoud. Zo verzekeren zij ook pluralistische informatie. Weg van de geprivatiseerde mono- of duopolisten die hengelen naar het grootste marktsegment, daardoor op vlak van inhoud ongeveer dezelfde eenheidsworst aanbieden en geen plaats laten voor informatie en ontspanning voor minderheden.
Wij mogen echter onze twee dominante operatoren niet met de vinger wijzen. Mochten de briefschrijvers-klagers in hun schoenen staan dan zouden zij net dezelfde strategie volgen: een maximale exploitatie van het netwerk aan zo hoog mogelijke prijzen. Dat is wat hun aandeelhouders willen, dat is wat onze markteconomie wil. Dezelfde marktwerking die aan de basis ligt van onze algemene welvaart. Maar de telecom-markt werkt op dit moment niet naar behoren.
Het is ‘de politiek’ die aangeklaagd moet worden. Onder invloed van de krachtige lobby van de historische operatoren heeft Europa indertijd gedacht dat concurrentie tussen infrastructuren tot zuivere mededinging zou leiden. Dat is een vergissing gebleken. Gelukkig spruiten overal in de wereld visionaire intercommunales – en financiële groepen – uit de grond die het glasvezellicht zien.
Karel Uyttendaele was in een vroeger leven directeur bij Agoria en bij HP en kabinetschef van de Staatssecretaris voor Informatisering van de Staat.













