Gepassioneerde grijswerkers gezocht

“Leeftijds- en anciënniteitsgebonden loonbarema’s prijzen de Belgische vijftigplussers uit de markt.” Dat waren de bevindingen van de Oostenrijkse arbeidsmarktexpert Skirbekk op een studiedag van het Leuvense Steunpunt Werk en Sociale Economie, begin februari. Aan de hand van OESO-statistieken toonde hij aan dat hun hoge loonkosten verantwoordelijk zijn voor hun moeilijke (her)intrede in de arbeidsmarkt. In Australië, Groot-Brittannië, Denemarken en Finland verdienen 55-plussers slechts 20% meer dan 25-30 jarigen. In België, Frankrijk en Duitsland 60%. In landen met een klein loonverschil maken vijftigplussers tot vijf maal meer kans voor aanwerving dan in de landen met een groot loonverschil.
Die harde cijfers maken komaf met de wijdverspreide mening dat oudere werknemers niet meer aan de bak komen wegens hun lagere productiviteit en omdat zij niet meer ‘mee’ zouden zijn met de meest recente arbeidsprocessen. Zeker de IT-sector vraagt geen fysieke inspanningen, wel een hoge concentratie, maar die wordt in de hand gewerkt door verbeterde voeding- en leefgewoonten.
De veroudering van de Europese arbeidsmarkt is onomkeerbaar. Over tien jaar zullen in Duitsland en in Italië 60% van alle inwoners ouder dan veertig zijn. Daartegenover staat dat in India en Marokko in 2025 nog steeds 40% van de bevolking jonger dan 24 zal zijn. De demografische evolutie confronteert de onderneming met een even grote uitdaging als de mondialisering en het effect van de technologische vooruitgang. Zij biedt echter ook kansen: oudere werknemers leggen een sterkere werkethiek aan de dag, zijn betrouwbaarder en stappen gemakkelijker in flexibele werktijden.
Daarenboven voelen zij zich meer positief betrokken bij de onderneming, zijn zij best geplaatst om hun passie aan jongere collega’s over te dragen en een ambassadeursrol naar de buitenwereld te vervullen. Redenen te over om medewerkers langer in dienst te houden.
Opvallend is dat KMO’s vandaag al vijftigplussers langer in dienst houden of hen sneller aanwerven dan grote bedrijven. Is er dan – in de grote ondernemingen – iets meer aan de hand dan de loonkost als belemmerende factor voor de rekrutering van grijswerkers? Zijn zowel werkgever als senior medewerker niet dringend aan een mentaliteitswijziging toe? Durft de werkgever wel in dialoog treden met zijn oudere werknemer en hem werkzekerheid en een minder stresserende job aanbieden in ruil voor een salarisinlevering? In plaats van de gemakkelijke oplossing te kiezen en hem/haar met een gouden handdruk de laan uit te sturen. Is het zo ondenkbaar dat meer en meer seniors wel eens zullen ingaan op zo’n voorstel? Hun hypothecaire lening is afbetaald, de kinderen zijn afgestudeerd en … de fiscus steekt een handje toe. Een gevoelige bruto-salarisinlevering brengt heel wat op voor de werkgever maar kost, ‘dankzij’ onze hoge fiscale druk relatief minder aan de werknemer.
Of is er toch iets meer aan de hand? Durft de jonge nieuw-genomineerde CEO het wel aan zijn grijswerker in dienst te houden? Niet zelden waren zij beide kandidaat voor de topjob en is de jonge streber met wat ellebogenwerk over het hoofd gesprongen van de senior collega. Zelfs wanneer de ‘gepasseerde’ duidelijk stelt “zand er over, ik heb geen carrière ambities meer, ik ben enkel uit op interessante werkzekerheid en ben zelfs tot een salarisinlevering bereid”, dan nog durft de jonge CEO het dikwijls niet aan zijn oudere collega in dienst te houden… uit ongefundeerde schrik voor revanche?
Karel Uyttendaele was in een vroeger leven directeur bij Agoria en bij HP en kabinetschef van de Staatssecretaris voor Informatisering van de Staat.














