"We willen meer Linux"

Oracle stelde in oktober 2006 OEL voor, Oracle Enterprise Linux, beter bekend als Unbreakable Linux. Het besturingssysteem verschilde in niets van Red Hat. Critici merkten op dat het enige verschil de prijs zou zijn. Tot op heden is het niet duidelijk of OEL in België ingang vindt of niet. Het bedrijf kan geen cijfers voorleggen en mag geen Belgische referentieklanten vrijgeven.
Wim Coekaert was er bij om op het hoofdpodium OEL voor te stellen. We vroegen hem een stand van zaken, nu anderhalf jaar later.
IT Professional: Ik ben persoonlijk nog geen OEL-gebruiker tegengekomen, en u?
Wim Coekaert: Na de aankondiging van OEL vorig jaar, hadden we zo’n 1500 klanten. Tegenwoordig is dat 2000. Alle gebruikers van OEL zijn Oracle-klanten, op een tien tot vijftiental uitzonderingen na. Negentig procent van alle gebruikers draaien Oracle. Daarvan draait zo’n 70 procent enkel Oracle-producten op Linux. De rest heeft ook applicaties als Websphere, BEA of SAP.
Een aantal van onze klanten is van Unix of Linux overgestapt op onze linuxdistributie. Zij hebben dan alle support ondergebracht bij Oracle. Dat is een beweging die we meestal zien: mensen brengen alle support naar Oracle. Firma’s die volledig overgestapt zijn, hebben vaak geen enkele andere linuxdistributie in huis.
Waarom zou iemand OEL kiezen in plaats van Red Hat?
Met OEL concurreren we niet op gebied van software, maar op gebied van diensten. Onze software verschilt niet van die van Red Hat. Als we onze job niet goed doen, kunnen ze net zo makkelijk overstappen op Red Hat als ze naar ons gekomen zijn. Totnogtoe heb ik alleen nog maar positieve zaken gehoord.
We hebben zelf geen release schedules voor onze zelfontwikkelde producten omdat we Red Hat volgen qua releases. Als zij een nieuwe versie uitbrengen, doen wij dat ook. Daardoor hebben we niet veel ontwikkelwerk, vooral support. Als een klant een probleem heeft, is er geen conflict tussen de afwerking van ons product en de klant helpen.
Is er op technisch vlak dan geen verschil tussen Red Hat en OEL?
Het enige verschil is dat we trademarks en copyright hebben verwijderd. We bieden onze klanten een systeem aan dat gelijk is aan Red Hat, want ze kunnen er niet zelf aan geraken. Enkel een gratis versie van Fedora is beschikbaar.
We wilden het ook eenvoudig maken voor mensen die al Red Hat geïnstalleerd hebben en willen overstappen. Zij moeten bij een switch niets aan hun systeem wijzigen. Ze moeten gewoon een ander telefoonnummer draaien. In twee minuten zijn de systemen geswitcht. Ook niet-klanten kunnen OEL downloaden en ze kunnen ook de software onveranderd herdistribueren. Als je een kleine pc-shop bent, mag je dus servers met OEL verkopen zonder contract met Oracle. We laten dat toe omdat we meer Linux willen. Fedora kan dat niet verwezenlijken.
Wat met de certificering van software? ISV’s zijn er blijkbaar niet zo zeker van dat Red Hat en OEL gelijk zijn.
Dat is een van de dingen die mij verbaasden. We wilden geen eigen distributie om voor de partners duidelijk te maken dat applicaties ook op OEL werken als ze op Red Hat draaien. De partners dachten dat het wel iets anders was en waren er bezorgd over dat OEL en Red Hat op lange termijn uit elkaar zou groeien. Zij zagen het niet zitten om een extra distributie te ondersteunen.
Een aantal van onze partners heeft nooit een probleem gehad. Een ander deel vraagt eerst of er klanten en referenties zijn. Mettertijd is de steun van partners een pak verbeterd. Er is ook een groep bedrijven die niet publiek willen zeggen dat ze OEL ondersteunen, maar ze doen het wel.
Een van de dingen die we nu publiek doen, is Linux gebruiken als ons basisontwikkelplatform. En dat is OEL, niet Red Hat. We certificeren niet meer op Red Hat, omdat we er zo van overtuigd zijn dat die twee gelijk zijn.
En wat met de hardware vendors?
We hebben een testsuite. Die geven we aan partners en gebruiken we intern om Oracle-producten te testen op Linux en storage.
In tegenstelling tot wat Red Hat en Novell deden, testen we niet alleen Linux op de hardware, maar ook de combinatie met Oracle-producten. Sun en HP doen dat ook voor hun besturingssystemen. Dus we waren vrij lastig op die twee firma’s dat ze het niet deden.
Waarom met een OS komen en niet met een blackbox waar besturingssysteem en databank al inzitten?
We hebben dat ooit geprobeerd, in 1999 met het ‘Raw Iron’-project. Maar een blackbox voor producten zoals die van Oracle is moeilijk omdat mensen extra pakketten willen installeren. Een cd-speler kan makkelijk een blackbox zijn, maar voor een complexe toepassing zoals Oracle, is dat zeer moeilijk.
Met virtualisatie gaat dat weer veranderen. Met gespecialiseerde Oracle-producten kan je wel gevirtualiseerde blackboxes maken. Dit zijn bijvoorbeeld Secure Enterprise Search, Web Center en Internet Directory. Dat zijn allemaal installaties van Oracle met één taak die je kan preconfigureren.
Wat is voor de klanten het voordeel van een Oracle-besturingssysteem?
Full stack support. Als je een grote Oracle-klant bent, heb je misschien dertig tot veertig Oracle-applicaties. Die draaien allemaal op een OS. Als er een probleem is, dan moet je als klant tussen twee vendors gaan mailen. Een groot aantal klanten wil geen verschillende telefoonnummers hebben.
Over het algemeen kiest men eerst welke databank men gaat gebuiken. Je kiest voor DB2, Oracle of SQL Server. Met SQL Server kies je automatisch je OS, maar ja. Pas daarna kiezen ze het platform om de databank op te draaien. Eén van de redenen waarom Sun zo populair was, is dat het ons basisplatform was. Voor veel klanten was dat een reden om voor Sun te kiezen.
Wat is het voordeel voor Oracle: onafhankelijkheid van Sun, IBM, Microsoft?
Dat is vooral de onafhankelijkheid van Microsoft. We hebben een tijd geleden al gekozen voor commodity hardware en daarom had je twee keuzes: Microsoft Windows of Linux. Linux is een goed platform voor ons, het draait op de hardware waarvan wij denken dat die goed is voor onze klanten. We hebben 82 procent marktaandeel op Linux in de databank.
Is Linux een kostenpost voor Oracle of zorgt het voor extra inkomen?
OEL is liefst geen kostenpost. We hebben genoeg klanten om niet als kostenpost door te gaan. Maar de inkomsten van OS-support tegenover die van alle andere producten zijn slechts een afrondingsfout. We zullen er niet rijk van worden.
Waarom kochten jullie Red Hat niet als bedrijf?
Wel ja, 3 miljard dollar… Red Hat maakt openbronsoftware en de echte waarde van zo’n firma ligt lager dan die van andere bedrijven die we gekocht hebben.
Het is grappig. De kernelontwikkelaars in de Linux-omgeving hadden er geen problemen mee met wat wij deden (openbronsoftware overnemen, red). Volgens de GPL en de Free Software Foundation deden we exact wat ze hebben gehoopt. De klagers waren net de firma’s die ook Linux-support aanbieden.
En om eerlijk te zijn, we doen niets mis. Alle broncode is publiek. Alle bugfixes die we maken, gaan terug naar Red Hat. Zelfs al is er geen overeenkomst tussen Oracle en Red Hat.
Doen jullie zelf ook ontwikkeling? Is dat dan open of proprietair
Alles wat we met ons team doen, is open. Als een developer in mijn team een check uitvoert, kan iedereen in de buitenwereld dat zien. Bij Red Hat heb je vaak projecten die intern lopen en die pas als bèta publiek worden. Dat doen we dus niet.
Ons corporate filesystem OCFS2 was het eerste stuk code dat Linux geaccepteerd heeft. Nu zijn we bezig aan een ander bestandssysteem, BTRFS. De filesystems in Linux zijn relatief oud tegenover die van Sun. JFS in Solaris is een modern en goed filesystem. Ext3 in Linux is niet meer dan een okee filesystem. Het is goed genoeg voor een productieomgeving, maar het is nog steeds een oud bestandssysteem. We hebben dan uit het niets een nieuw bestandssysteem gebouwd dat evenwaardig is aan JFS. Het is publiek en we werken eraan met andere mensen.
Het interessante aan Linux is dat we nu zelf wijzigingen kunnen doen aan het systeem. We kunnen ze zelf coderen en proberen in Linux te krijgen. Dat is het leuke.














