Hoe groot is de stap van Microsoft?

Microsoft gooit al zijn protocols op het web, en laat zijn patenten gratis gebruiken door non-profit openbronprojecten. Zes maanden geleden was zo’n aankondiging ondenkbaar. Vandaag wordt het schamper, zelfs ronduit negatief onthaald. Blijkbaar hadden media, concurrenten en regulatoren ondertussen al veel méér verwacht.
Merkwaardig, toch. Ik denk dat de Microsoft top echt meende, dat ze met deze stap de koe bij de hoorns aan het vatten waren. Dit was de grote stap, waar ongetwijfeld een gigantische gewetensstrijd aan vooraf ging. En dat wordt dan lauw onthaald als “too little, too late”. In de fundamentele omschakeling die de softwaremarkt dit decennium doormaakt, naar open standaarden en open broncode, kan Microsoft blijkbaar alleen maar achter de feiten aanhollen.
Toch mag deze stap van Microsoft niet worden onderschat. De positieve effecten voor het software ecosysteem – zeker op de bedrijfsmarkt – zijn volgens mij reëel. Een belangrijk aspect dat weinig aandacht heeft gekregen, is dat een schaduw die boven de openbronwereld hing, nu is verdreven. Wij weten het nu namelijk wel zeker: het monsterproces van de oude garde tegen de openbronleveranciers en hun klanten, dat komt er nooit. Niet van SCO (hoewel dat bedrijf toch nog een beetje ademt) maar dus ook niet van Microsoft. Het is nu wel duidelijk dat Microsoft geen zaak gaat maken van die 250 van zijn patenten die ergens in Linux zouden worden gebruikt – dat zegt het bedrijf niet letterlijk, maar het zou hoogst inconsequent zijn.
De uitgesproken negatieve reacties op deze toch wel positieve stap, doen mij vrezen dat we misschien té ver zijn aan het opschuiven in de richting van het open source gedachtegoed.
Het idee dat software van iedereen is en best niet wordt afgeschermd, heeft een aantal interessante consequenties. Iedereen kan vaststellen dat dit idee (meer dan tien jaar geleden visionair vertolkt door Eric Raymond in The Cathedral and the Bazaar) de gehele IT-industrie een heel nieuwe en hard nodige dynamiek heeft gegeven. De druk op grote spelers als Microsoft, Oracle en wellicht straks ook SAP om te innoveren en zo de aanstormende openbronconcurrentie vóór te blijven, wordt steeds groter. Dat is een heel goede zaak.
Maar die dynamiek zal alleen werken, als deze bedrijven ook worden vergoed voor hun nieuwe ideeën. Dat kan op dit moment alleen via het ‘ouderwetse’ model van geheime broncode, al dan niet extra beschermd via patenten.
Dat is belangrijk. Steeds meer wordt de indruk gewekt, dat je in software niet écht kunt innoveren. Elke vondst die een programmeur doet, ligt in feite voor de hand en zou door eender welke andere programmeur uiteindelijk ook wel worden ontdekt. Maar is dat wel waar? Ik geloof van niet. Waarom zou een computerbedrijf als IBM wél innovatief zijn in het ontwikkelen van hardware, en op dat vlak zijn innovatie mogen beschermen via een patent en verkopen voor winst, terwijl de IBM software-ingenieurs in het zaaltje ernaast hun werk gratis moeten weggeven?
Ja, natuurlijk zijn er een aantal – kleine! – bedrijven die rond open source een leefbaar zakenmodel hebben opgebouwd. Maar monsterwinsten zijn er voor hen niet bij – en dus ook geen monsterinvesteringen in hoogst riskante, visionaire nieuwe projecten. Terwijl wij – de gebruikers – wel verwachten dat die projecten er komen.
Nu vraagt u mij natuurlijk meteen, wanneer ik dan voor het laatst een visionair nieuw monsterproject van Microsoft heb gezien. Laat ons zeggen: hoop doet leven.














