Wikidit, Wikidat, Wikioveral

Rob McEwen, directeur van Goldcorp, een kwakkelende Canadese goudproducent, maakte eerder toevallig kennis met het in IT-kringen alom bekende principe van Linux: het delen van basiskennis en het onbezoldigd samenwerken aan de ontwikkeling van een product. Het inspireerde de wanhopige McEwen zozeer dat hij de euvele moed opbracht om via het internet buitenstaanders te overhalen om hem bij het exploreren van zijn kwakkelende goudmijnen te helpen.
Nooit eerder was zoiets gebeurd. Integendeel. Kennis over de exploitatie van goudmijnen werd tot dan toe angstvallig geheim gehouden. Maar McEwen deelde zijn kennis. Hij wist dankzij die demarche zijn bedrijf op te stoten in de vaart der volkeren. Zijn bedrijf genereerde tot dan toe op jaarbasis 100 miljoen dollar omzet. Dat veranderde in een bedrijf met een omzet van 9 miljard dollar, dankzij de inzet van vrijwilligers die via het internet participeerden. Aandeelhouders die eertijds 100 dollar in het bedrijf investeerden zagen hun investering stijgen tot een hoogte van 3.000 dollar.
Het sprookjesverhaal van McEwen komt in de economie van de IT of de wereld van de Wikinomics even exotisch over als het woord Waldorfsalade in een verhaal over SAP. De lezer stelt zich immers de vraag wat een goudproducent te maken heeft met IT. In eerste instantie niets. Maar het verhaal van Rob McEwen wordt door de auteurs zo prominent naar voren gehaald omdat het niet alleen moet dienen ter lering en vermaak, maar ook als katalysator voor verbazing. Op de wijze van: als Bill Gates rijk kan worden, waarom ik dan niet? De auteurs van Wikinomics gaan immers uit van de geruststellende gedachte dat intussen alles mogelijk is, want alles zal veranderen. De ondertitel van hun boek luidt dan ook niet toevallig: ‘How Mass Collaboration Changes Everything’. Nuchtere zielen die menen dat het wellicht zo’n vaart niet zal lopen, zullen aan de geëxalteerde stijl van dit hosannaverhaal weinig plezier beleven.
Dat neemt intussen niet weg dat de voorbeelden van ‘Mass Collaboration’ wel degelijk tot de verbeelding spreken. Te denken valt in dit verband aan – het spreekt voor zich – Wikipedia, naast Linux (ook dat spreekt), Youtube, Second Life, Flickr, Myspace en Innocentive. Allemaal voorbeelden van massaal voorkomende vormen van vrijwillige samenwerking. Wikipedia, de bekende online encyclopedie, heeft in geen tijd een onwaarschijnlijk groot aantal lemmata geproduceerd waarvan het niveau volgens onderzoek van Science nauwelijks hoeft onder te doen voor dat van de alom geprezen Encyclopedia Britannica. Niet dat er in Wikipedia geen fouten voorkomen, maar die komen in vergelijkbare aantallen ook voor in de Britannica. Fouten die in de Britannica voorkomen, blijven daar nog jarenlang in rondspoken, terwijl fouten in Wikipedia in de regel onmiddellijk verbeterd kunnen worden.
Wat is de definitie van het nieuwe, zelfstandige naamwoord Wiki? Volgens de auteurs is Wiki software die de buitenstaanders in staat stelt om de inhoud van webpagina’s bij te sturen. Wiki is open van karakter. Daar staan de oude economische wetmatigheden tegenover, die ‘hiërarchisch’, ‘gesloten’, ‘geheimzinnig’ en ‘op zichzelf gekeerd’ kunnen worden genoemd. In vergelijking met vroeger hebben onze contemporaine communicatietechnologieën inderdaad een hausse aan samenwerkingsverbanden mogelijk gemaakt die vroeger absoluut ondenkbaar waren. Dat neemt intussen niet weg dat het jammer is dat de auteurs van Wikinomics hun goed doorspekte verhaal zelf onderuit halen door de beloftes van die nieuwe economie tot onwaarschijnlijke hoogten op te hemelen.
Dan Tapscott & Anthony D. Williams, Wikinomics, How Mass Collaboration Changes Everything, 324 pagina’s, Uitgeverij Portfolio (Penguin Books), ISBN 978 1 59184 138 8, € 27













