Een virtueel serverpark met Virtual Infrastructure 3

Met virtualisatie kunt u meerdere servers op één fysieke machine onderbrengen. Moderne processors laten dit probleemloos toe en u merkt ook amper een snelheidsverlies. Zo kunt u uw serverpark consolideren en een stuk makkelijker beheren. Virtual Infrastructure 3 is het top-of-the-line product van VMware, dat niet alleen servervirtualisatie biedt, maar ook zowat alle tools die u nodig heeft om met meerdere servers te werken.
Heeft uw bedrijf een serverpark met kasten vol rackmounted servers, dan weet u hoe lastig het is om al die servers efficiënt te beheren. Zeker als sommige servers op Windows 2003 draaien, andere op NT4 en uw webservers Linux-distributies zijn.
Bovendien zijn al die verschillende servers vaak overbodig: moderne processors met meerdere kernen (bijvoorbeeld van het type Intel Xeon) worden vaak maar voor enkele procenten benut. Sommige kernen worden zelfs amper gebruikt. Bovendien moet u elke server fysiek beheren of een KVM-over-IP-oplossing aanschaffen voor elke machine, en dat is niet goedkoop.
Virtual Infrastructure 3
Virtual Infrastructure 3 is eigenlijk een (goed geïntegreerde) verzameling van meerdere programma’s. Spil van de ‘suite’ is ESX Server, een aangepaste versie van een Linux-distributie gebaseerd op Red Hat. U installeert ESX Server op een ‘lege’ server die voldoet aan de systeemeisen.
Op die manier is er geen overhead omdat ESX Server niet op een ander besturingssysteem draait: de virtuele machines worden namelijk op ESX Server geïnstalleerd. Dit komt de snelheid ten goede omdat ESX Server rechtstreeks in verbinding staat met de fysieke hardware van de server.
In theorie is ESX Server tevreden met een processor van 1,5 GHz, maar het programma is enkel compatibel met systemen uit de ‘Systems Compatibility Guide’ van VMware. En die is, helaas, nogal beperkt. Zo worden recente servers van grote merken als Dell, HP, IBM, Sun of Unisys ondersteund. Meestal gaat het om rackmount servers, hoewel ook enkele towers op de lijst staan.
ESX Servers is daarenboven enkel compatibel met harde schijven aangesloten via SCSI, SAS, (SCSI of SAS) RAID of Fibre Channel en daarnaast ondersteunt het ook maar een beperkt aantal modellen van netwerkkaarten (vooral Intel en sommige Broadcom-kaarten).
Tijdens onze tests verliep de installatie probleemloos op een IBM x3550 rackmount-server met SAS-schijven, die netjes in de ‘Systems Compatibility Guide’ voorkomt. We probeerden het ook op een goedkope Dell PowerEdge SC440 towerserver met een SAS-schijf. Hoewel deze niet op de compatibility-lijst voorkomt, slaagden we er in om ESX aan de praat te krijgen, maar enkel met een Intel PCI Express-netwerkkaart. De Broadcom-poort op het moederbord werd niet herkend.
VMFS
De harde schijven worden vervolgens ingedeeld in het VMware-eigen VMFS-bestandssysteem. Deze virtuele partities kunnen op de schijven van de server zelf aangemaakt worden of via iSCSI en Fibre Channel elders aangesproken worden. Alle virtuele machines hebben gelijktijdig toegang tot één of meerdere VMFS-schijven.
Bijkomend voordeel is dat u een ‘snapshot’ kunt nemen van een virtuele machine terwijl de machine draait en terwijl clients op die machine aan het werk zijn. Ook ‘live migration’ van één fysieke server naar een andere behoort tot de mogelijkheden, zonder downtime.
Ook voor datacenters
Wij installeerden Virtual Infrastructure 3 op een IBM x3550-server die we vervolgens in een (internet-)datacenter plaatsten. Heeft de machine genoeg werkgeheugen (10 GB of meer is aan te raden), dan kunt u probleemloos vier tot acht virtuele machines draaien op één 1U-server. U betaalt maar één hoogte-eenheid en kunt het toegelaten datavolume automatisch ‘poolen’ over alle virtuele machines.
Daarnaast kunt u alle virtuele machines op afstand besturen, zelfs op virtueel BIOS-level, zonder dat u extra moet betalen voor een KVM-over-IP switch per machine. Het volstaat eventueel om zo’n dergelijke switch te configureren voor de fysieke server. Uiteraard is het aan te raden om bijvoorbeeld twee fysieke servers te installeren, om de high availability te garanderen.
Als virtuele machines kunt u Windows 2000, 2003 of NT4 gebruiken, maar ook Suse Linux of Red Hat, Novell Netware en Sun Solaris 10, en dat zowel in 32-bit als 64-bit versie. Het installeren en beheren gebeurt volledig op afstand met de Virtual Infrastructure Client of VirtualCenter client op een Windows-pc. U kunt een virtuele switch aanmaken en ESX Server bevat ook een op ip tables gebaseerde firewall. Niets weerhoudt er u echter van om een echte Linux-firewall als Monowall te installeren als aparte virtuele machine en deze via de virtuele switch ‘vóór’ alle andere servers te plaatsen.













