Nieuws

Doe het niet, Anneke

Hey nonkel Tom!

Ik heb een vraagje voor jou. Op school hebben we allemaal een brochure gekregen over informatica. De federale minister van informatisering, Peter Vanvelthoven, laat ons weten dat er in België te weinig informatici zijn, en raadt ons aan om deze studierichting te kiezen.

Ik denk dat ik dit wel zou kunnen, maar is het een goed idee? Jij hebt twintig jaar ervaring met dit werk – wat denk jij ervan?

Groetjes,
An

Dag Anneke!

Over je vraag heb ik niet lang hoeven na te denken. Mijn advies is: doe het niet. Laat minister Vanvelthoven zijn eigen boontjes maar doppen. Als je in de IT-wereld gaat werken, ga je nooit gelukkig worden. De complexiteit is overweldigend, de projecten gaan altijd over tijd, en de klant is zelden tevreden. Je kan nooit voldaan terugblikken op wat je gepresteerd hebt. En je moet voortdurend samenwerken met mensen die er niks van snappen, en het ook niet willen begrijpen. Laat mij ’t even uitleggen.

* Als er iets mis kan gaan, zal het ook mis gaan. De wet van Murphy is van toepassing in de IT-wereld, meer dan elders, door de complexiteit van de omgevingen waarin we werken. Als je een nieuwe softwaretoepassing gaat installeren bij de klant, bijvoorbeeld, kunnen duizend dingen foutlopen. En dat doen ze ook, tenzij je ze één voor één uitgeschakeld hebt.

* De IT-wereld is heel jong; er is zelfs nog geen vaste woordenschat. Elk bedrijf kent zijn eigen betekenis toe aan woorden als outsourcing, architectuur, business process management, systeemingenieur enzovoort. Je weet dus nooit of je de website of de jobaanbiedingen van een IT-bedrijf goed begrijpt.

* Soms doen wij zinloos werk. Het komt al eens voor dat de toepassing die wij ontwikkelen helemaal geen oplossing is voor het probleem. Ik geef je een voorbeeld. Ik werkte eens in een firma waar veel belangrijke beslissingen bleven steken bij één bepaalde manager. De dossiers stapelden zich op op zijn bureau. Wij bouwden voor die manager een toepassing die op zijn pc-scherm een lijstje toont van uit te voeren taken. Onze software werkt, maar dat is geen oplossing. Als hij geen zin heeft om naar een dossier te kijken, dan doet hij het gewoon niet. Moraal van het verhaal: als het probleem niet technisch is, is de oplossing niet technisch.

* Wie neemt de beslissing over de aankoop van informatica? De klant. Een business manager. Wat weet die af van de mogelijkheden van IT? Noppes. Nada. Zilch. Hij wil het ook niet leren. Zijn redenering is: “Met elektriciteit en loogieterij moet ik me ook niet bezighouden, waarom dan wel met IT?” Hij laat zich leiden door de sprookjes die de verkoper hem op de mouw speldt. Als dan achteraf blijkt dat wij zijn droom niet kunnen omzetten in realiteit, is hij ontgoocheld. En kwaad. Op ons, welteverstaan.

* Je weet dat ik meewerk aan de ontwikkeling van softwaretoepassingen op maat. Daarbij komt het er in de eerste plaats op aan om precies te weten wat de klant nodig heeft. Welke gegevens wil men opslaan, welke verwerking is nodig? Hoe past dit in de bedrijfsprocessen? Daar hebben de toekomstige gebruikers en hun managers veel te weinig zicht op. Ze kunnen niet eens bepalen wat ze nodig hebben – hoe zou je willen dat dit goed afloopt?

* Veel software-ontwikkelingsprojecten mislukken – klik hier: //standishgroup.com/chaos_resources/index.php. De projecten gaan over de voorziene tijd, en over het voorziene budget. Voor ons betekent dat werken onder hoge tijdsdruk, met veel stress tot gevolg. Bovendien blijkt dikwijls achteraf dat de gebouwde toepassing niet echt doet wat de gebruikers nodig hebben. Voor ons als informatici betekent dit natuurlijk: arbeidsvreugde gelijk aan nul.

* Dan de support. De gebruikers bellen ons met de domste vragen – je houdt het niet voor mogelijk. Daarbij bevindt het antwoord zich dikwijls in de documentatie of in de helptekst waarover ze beschikken. Maar daar zoeken ze niet in – dat vinden ze veel te moeilijk. Wanneer een programma op een probleem stuit, geeft het een foutboodschap op het scherm om de gebruiker te informeren. Maar die vindt foutboodschappen hinderlijk, en klikt op de eerste de beste knop om ze te doen weggaan.

* Als informaticus moet je dikwijls samenwerken met consultants. Dat zijn arrogante heren met een das, die beslissingen nemen die jij moet uitvoeren. Het verschil tussen ons en hen is reuzengroot: wij maken software, zij maken slides. Wij bouwen dingen die echt werken, zij lanceren ideeën die er goed uitzien tijdens een presentatie.

* Jij ondergaat ook de gevolgen van de beslissingen die genomen worden door de commerciële afgevaardigden, de salesmensen. Hun kennis van informatica is niet bijzonder groot, hun interesse ook niet. Als het om software-ontwikkeling gaat, schatten ze de benodigde tijd steevast te laag in – en sluiten dan een contract af voor een vaste prijs. Achteraf zijn wij dan de sigaar, in hun plaats.

* De commerciële documenten en de website van een IT-bedrijf worden in elkaar gezet door mensen van marketing en PR. Wat zij weten over informatica past op een postzegel – een kleine postzegel. De teksten die zij schrijven bevatten onzin of zijn veel te vaag. Hun favoriet is: “Deze software helpt u om uw strategische doelstellingen te bereiken.” Die teksten creëren verkeerde verwachtingen bij de klant.
* Als je gaat solliciteren, kom je eerst terecht bij de rekruteerders, personeel van de dienst Human Resources. Hun kennis van IT is onbestaand, hun arrogantie onbegrensd. Dat leidt tot fouten bij de aanwerving. Een voorbeeld. Twintig jaar geleden solliciteerde ik bij een grote bank. Het antwoord was negatief, en ik belde op om te vragen waarom. De psycholoog zei: “U stelt de dingen te zwart-wit.”

Het enige standpunt dat ik verdedigd had, was: het is zeer belangrijk dat de analyse afgewerkt is voor men begint met programmeren. Als de personeelsdienst twintig jaar lang alle informatici geweigerd heeft met zulke radicale ideeën, dan heeft die dienst de bank wellicht onherroepelijke schade toegebracht. In een bank gebeurt er namelijk niet veel dat geen IT-ondersteuning nodig heeft.

* Hoe lang dacht je te werken als informaticus? Als beginneling heb je het moeilijk om aan werk te geraken. Werkgevers van vandaag geven de voorkeur aan mensen met wat ervaring – aan coaching van jongeren beginnen ze niet. Later heb je dan werk; je doet ervaring op, studeert telkens weer bij…en op je veertigste willen ze je niet meer, want je kennis is verouderd, of je bent te zeer gespecialiseerd. Bij de eerste reorganisatie lig je eruit. Aan omscholen denken ze niet.

* Ook beslissingen van de overheid strooien roet in het eten. De Belgische ministers hebben nog niet door dat bedrijven sinds de jaren ’70 met computers werken, en niet meer met papieren formulieren. Ze creëren wetten die onmiddellijk in werking treden, of erger nog, met terugwerkende kracht. Ze beseffen niet dat ontwikkelaars tijd nodig hebben om hun software, pakketten en maatsoftware, aan te passen en bij hun klanten te implementeren.

* Onze activiteit is helaas conjunctuurgevoelig. Als het slecht gaat met de economie, hebben de bedrijven geen budget voor informaticaprojecten. Ze doen gewoon nog wat langer met de hardware en de software die ze hebben. En dan staan de informatici op straat. In tijden van hoogconjunctuur geven de bedrijven hoge lonen en bedrijfswagens aan onervaren mensen; in tijden van laagconjunctuur worden soms gekwalificeerde, ervaren mensen ontslagen.

* In de wereld van IT moet je altijd nieuwe dingen leren. Dat is niet zo interessant als het klinkt. Soms zijn de nieuwe dingen namelijk minder goed dan hetgeen je al kende, en dat is ontmoedigend. Een voorbeeld. In 1985 werkte ik met een relationele database, waarbij ik referentiële integriteit kon gebruiken. In 1992 moest ik leren werken met een andere relationele database, en daar kon dat nog niet.

* Of je nu bij een gebruikersb
edrijf werkt of bij een IT-bedrijf, het is nooit goed. Als je bij een gebruikersbedrijf werkt, dan werk je misschien jarenlang met dezelfde tools, die na een tijd verouderd zijn. Gevolg: je waarde voor de arbeidsmarkt daalt. Als je bij een IT-bedrijf werkt, dan werk je steeds weer met de nieuwste tools, maar dat is niet altijd leuk. Leading edge technology is dikwijls bleeding edge technology, je hebt er veel problemen mee. Bovendien blijf je op deze manier voor eeuwig een beginneling, en dat is ook niet goed.
* IT-leveranciers brengen regelmatig nieuwe versies uit van hun producten. Jij moet telkens volgen, en de nieuwe versie installeren, een upgrade doen. En dat veroorzaakt onvermijdelijk problemen met de andere tools – alles stort in.

* De informaticawereld wordt geplaagd door vele theorieën, de ene al onverteerbaarder dan de andere: Cobit, ITIL, CMMI, PMI enzovoort. Het houdt niet op. En dat terwijl in vele organisaties zelfs de meest elementaire problemen niet opgelost zijn, er geen afspraken zijn, geen communicatie en geen voorzorgsmaatregelen.

* In de informaticawereld bestaan veel specialiteiten. De IT-ers die in een datacenter werken hebben een heel andere kennis en heel andere professionele vaardigheden dan de ontwikkelaars. Maar dat willen de mensen niet weten. Als je in de informatica werkt, gaan je kennissen ervan uit dat je alles weet over het hele vakgebied, en zeker over pc’s, printers en kantoorsoftware. Ze zullen voortdurend een beroep op je doen, ook voor dingen die jij niet weet, en ook voor dingen die ze zelf zouden kunnen vinden.

Je hoeft me niet op mijn woord te geloven. Doe de test. Vraag aan je klasgenoten om alle informatici aan te spreken die ze samen kennen, en tel dan uit hoeveel van hen ervan dromen een frietkraam te openen. Je zal wel zien.

Anneke, ik ben blij dat je mijn mening gevraagd hebt over deze belangrijke beslissing voor je professionele toekomst. Mijn advies is: doe het niet. Je wordt er doodongelukkig.

Groetjes aan je ouders,

Nonkel Tom

businessitprofessionalnieuws

Gerelateerde artikelen

Volg ons

Bekijk de huidige aanbiedingen bij Coolblue

Bekijk de huidige aanbiedingen bij Coolblue

👉 Bekijk alle deals