‘zo gaat het goed, zo gaat het beter…’

Het mag gezegd. De opleidingssector heeft de wind in de zeilen. Niets dan positieve geluiden, althans toch aan de aanbodzijde. Maar denken bedrijven die op zoek zijn naar een geschikte opleiding daar ook zo over. Wij staken ‘de grens’ van vraag en aanbod over en spraken met enkele opleidingsverantwoordelijken over hun ervaringen.
Kloof
In 2006 werd door Traininginfo een grootschalige enquête gehouden bij 416.000 opleidingsverantwoordelijken, wat heel wat nuttig cijfermateriaal opleverde over de opleidingsmarkt. Een opmerkelijke vaststelling daarbij was dat vraag en aanbod niet goed op elkaar afgestemd waren.
Communicatie en management zijn de twee meest gevraagde opleidingsthema’s in bedrijven, zo blijkt. Gevolgd door informaticacursussen die vroeger ( van 1990 tot 2004) steevast bovenaan stonden.
Aan de aanbodzijde zien we dan weer een overaanbod aan informaticacursussen. ” Dat heeft te maken met het feit dat informaticacursussen meestal in open vorm worden georganiseerd en door de organisaties dan ook verschillende data worden voorgesteld. In werkelijkheid gaan slechts de helft van deze cursussen door.”
Nochtans is de kloof tussen vraag en aanbod in de praktijk niet zo groot, weet Sabine De Leeneer van Traininginfo. “Hoewel de percentages tussen vraag en aanbod hierdoor verschillen, zijn wat de onderlinge verdeling van de thema’s betreft vraag en aanbod eigenlijk goed op elkaar afgestemd.’ Tot hier de cijfers en de theorie, strookt dit ook met wat opleidingsverantwoordelijken in de praktijk ervaren?
Gezonde mix
De meeste bedrijven bieden aan hun medewerkers een heel brede waaier aan opleidingen aan. Vooral de wat grotere bedrijven (>100 werknemers) die met een enorme verscheidenheid aan profielen en noden te maken krijgen.
“Bij ons gaan opleidingen heel ver”, vertelt Lut Vande Velde, woordvoerster van Electrabel. “Van gedragscursussen tot communicatieopleidingen over talen en managementvaardigheden tot de heel gespecialiseerde technische opleidingen.”
Bij EDS en Dexia horen we een gelijkaardig verhaal. Telkens met de nadruk op business alignment, zo blijkt, want ook niet-businessprofielen moeten kunnen denken en handelen op businessniveau.
Intern
Het merendeel van de opleidingen wordt intern ontwikkeld en gegeven. Wat hierbij opvalt is dat het aantal in house opleidingen de laatste tijd erg is toegenomen, ook als ze afkomstig zijn van een externe partner.
” Klanten vragen specifiek naar op maat gemaakte trainingen die in house worden verzorgd. Bovendien wordt door de klant op voorhand vaak een soort case study aangehaald die dan door de lesgever wordt uitgewerkt en wordt gegeven”, vertelt Philippe Van der Stighelen van Genuine.
Een van de belangrijkste redenen waarom opleidingen intern worden ontwikkeld en gegeven is omdat er specifieke kennis en kunde aan te pas komt die enkel binnen het bedrijf zelf voor handen is. “Wij hebben bijvoorbeeld voor onze kerncentrale in Tihange speciale ruimtes voorzien waarin simulaties kunnen worden gedaan van alle mogelijk scenario’s.
Die opleidingen zijn niet alleen belangrijk omdat ze heel praktisch en bijna levensecht zijn, maar vooral ook omdat ze door interne medewerkers met ervaring binnen die gebieden worden gegeven” , vertelt Lut vande velde van Electrabel.
Patrick Demyttenaere; opleidingsverantwoordelijke bij Dexia ziet nog een ander voordeel van intern ontwikkelde en gegeven opleidingen. ” Door trainingen bijvoorbeeld door eigen trainers te laten geven, verzekeren we ons van een duidelijke Dexia-aanpak en grijpen we de kans om de Dexia-waarden mee te geven.”
Extern
Op maat gemaakte opleidingen zijn een must tegenwoordig. “Samen met consultancy”, vertelt Philippe Van der Stighelen van Genuine. Klanten willen naast de eigenlijke opleiding ook coaching. “De opleidingen die wij extern zoeken, dienen als aanvulling voor onze eigen opleidingen”, vertelt Claudia Poels, HR operations leader EMEA north EDS.
Als we hen de vraag stellen of ze bij externe partners vinden wat ze nodig hebben, dan blijken alle drie de partijen het eens te zijn dat het aanbod op de markt zeker voldoende is.
“Externe partners zijn vandaag zeer bereid op mee te gaan in de precieze behoefte van een klant en de uitwerking van een geschikte oplossing op maat. Het blijft evenwel zeer moeilijk om de juiste trainer te vinden”, vertelt Patrick Demyttenaere van Dexia.
Alternatieve werkvormen (1)
De tijden van braaf op de schoolbanken zitten luisteren naar een docent die vooraan zijn verhaal doet en aantekeningen maakt op een krijtbord zijn allang voorbij. Het klassikale gegeven wil nog wel eens terugkuren, maar dan eerder in een virtule wereld. Opleidingen anno 2007 nemen heel andere, vooral heel praktische vormen aan.
e-Learning
Over e-learning is al heel wat geschreven. En telkens blijkt dat de meningen erg verdeeld zijn. Volgens de ene bron is het nooit een groot succes geweest, wie de cijfers van e-learningbedrijf U&I Learning erbij haalt moet echter toegeven dat het tegendeel waar is.
Wellicht zit het verschil hem in de definitie van wat e-learning precies is. Wie het gewoon ziet als een theoretische online cursus, zal het succes ervan in twijfel trekken. Wie meegaat in de moderne technologieën en methodes zoals wiki’s, blogs en ook die vormen als een werkvorm beschouwen gaat eerder voor het tweede scenario.
Wat uw mening ook mag zijn, wie vandaag de dag een opleiding volgt, krijgt hoe dan ook te maken met e-learning. “Heel wat jaren geleden hebben wij de overstap gemaakt van puur klassikale opleidingen naar e-learning.
Ondertussen zijn we overgeschakeld naar blended learning, wat een mengeling van verschillende werkvormen is. e-learning is er daar een van. Door de variatie zijn gebruikers meer tevreden en een extra voordeel is dat de medewerker zijn opleiding kan inplannen op momenten dat het voor hem past” , vertelt Claudia Poels van EDS.
Alternatieve werkvormen (2)
Training on the job
Een van de alternatieve werkvormen om kennis op te doen is ’training on the job’. Leren door het te doen. “Vandaag wordt daar heel veel belang aan gehecht”, weet Sabine De Leeneer van Traininginfo.
Ook Claudia Poels van EDS ziet deze werkvorm ziet deze werkvorm belangrijker worden. Voor haar is het een goede aanvulling op de klassikale opleidignsmethoden.
” Theoretische kennis en know how verwerven kan best via een opleiding in de klassieke zin van het woord, maar voor een job heb je ook ervaring en maturiteit nodig en dat leer je enkel on the job.”
Behalve training on the job, zijn voor haar ook jobrotatie en coaching erg belangrijk. De variatie tussen al deze vormen zorgt ervoor dat medewerkers meer tevreden en gemotiveerd zijn.
Alternatieve werkvormen (3)
Mentorship
Naast training on the job, blijken coaching en mentorship niet meer weg te denken uit de bedrijfswereld. Opleidingsbedrijven geven een voor een aan dat klanten bij hun opleiding coaching verwachten. Een degelijke begeleiding.
Bovendien moeten werknemers die de functie van coach of mentor krijgen, zelf ook een beetje worden opgeleid om die taak naar behoren te vervullen. Iets goed kunnen uitvoeren is tenslotte één zaak, maar het ook goed kunnen uitleggen aan iemand is nog iets anders.
Bij EDS is het coachingsysteem uitgewerkt tot in de hoogste geledingen. “Wij hebben voor elke werknemer een individual development plan. Bedoeling daarvan is om samen met de coach te kijken naar wat mogelijk is en waar er gaten zitten voor een verdere ontplooiing.
De coach is bovendien een klankbord”, vertels Claudia Poels. Ook bij Dexia wordt daar veel aandacht aan besteed. “Wij proberen de directe leidinggevende meer en meer in te schakelen in het leerproces,” zegt Patrick Demyttenaere, “zowel bij de behoeftebepaling als bij de opvolging nadien, coaching on the field.”
Alles kan beter
Alles welbeschouwd, lijkt ook de vraagkant van de markt dus tevreden te zijn over het aanbod. Van de kloof die tussen vraag en aanbod zou bestaan, lijkt in de praktijk niet veel te merken. Toch kan alles beter. Wij zetten de belangrijkste punten van kritiek nog even op een rijtje.
1. juiste werkvorm
Het grootst punt van kritiek zijn de werkvormen die worden gebruikt. De werkvormen moeten dringend worden aangepast aan de nieuwe generaties die zijn opgegroeid met computers en internet.
“Spelend leren zou een gewone zaak moeten worden”, zegt Patrick Demyttenaere van Dexia. ” Maar vandaag vind ik hiervan nog weinig terug op de opleidingsmarkt, een paar uitzonderlijke simulatoren ( business games) en een enkel leerspel niet te na gesproken.”
Nochtans zijn die nieuwe werkvormen een booming business, kijk maar naar U&I learning dat met leren 2.0, communities, blogging en wiki’s een gat in de markt gevonden lijkt te hebben.
Claudia Poels van EDS deelt die mening, maar ziet het nog breder. Voor haar gaat het erom dat de werkvormen niet enkel aangepast moeten worden aan de ‘internet- en computergeneratie’, maar aan de verschillende leerstijlen in het algemeen.
“Het zou echt sterk zijn, als de opleidingsmarkt zijn aanbod meer zou aanpassen aan de verschillende leerstijlen eigen aan de generaties. Het onderscheid tussen ‘visual’, ‘auditory’ en ‘kinesthetic’ is hierbij slechts één mogelijke insteek op een opleiding naar vorm toe aantrekkelijk te maken.
Ze verwijst daarmee naar de verschillende manier waarop mensen dingen in zich opnemen. Iemand die visueel (visual) ingesteld is, zal beter leren door het gebruik van grafieken en andere beelden. Iemand die eerder op het gehoor (auditory) gefocust is, steekt meer op door aandachtig te luisteren en de manier waarop iets wordt verteld, door in discussie te gaan bijvoorbeeld. Tot slot zijn er ook mensen die dingen het best leren door het te doen. De hands-on approach ( kinesthetic)
2. juiste inhoud
Opleidinginstituten en ook privé-opleiders merken dat bedrijven meer en meer op zoek zijn naar op maat gemaakte oplossingen. Toch hebben ze nog een lange weg te gaan, zo blijkt.
“Het is voor ons heel moeilijk om heel concrete, praktische opleidingen te vinden”, zegt Lut Vande Velde van Electrabel. Bedrijven willen dat hun medewerkers iets aangeleerd krijgen waar ze onmiddellijk mee aan de slag kunnen. En daar blijkt het schoentje af en toe nog wel eens te haperen.
3. juiste partner
“Het aanbod is bijzonder groot en de prijzen variëren geweldig”, zegt Patrick Demyttenaere van Dexia. “Het zoeken naar de juiste aanbieder is geen eenvoudige klus: hoe zie je door het bos de bomen?”
Om dat probleem op te lossen beperken zij zich tot een beperkt aantal aanbieders, die eerst ook een test moeten afleggen om na te gaan of ze voldoen aan de door Dexia gestelde eisen.
Ook Lut vande velde van Electrabel geeft aan dat de zoektocht naar degelijke partners niet evident is. “Wij werken met heel veel externe partners samen, maar die slagen er lang niet allemaal in op de beloftes die zij ons voorhouden waar te maken.”













