“We moeten de Duitsers zien te overtuigen”

Het Europese satellietnavigatieproject Galileo raakt maar niet uit het slop. Een vergadering van de Europese ministers van transport leverde gisteren niets op. “Tegen het einde van het jaar moet er een beslissing zijn genomen,” verklaart minister Renaat Landuyt (sp.a) aan IT Professional.
Het kostenplaatje van Galileo wordt geraamd op 3,4 miljard euro tot 2013. Op langere termijn, tot 2030, kan dat oplopen tot 10 miljard euro. Uiteindelijk moeten er dertig satellieten in de ruimte raken. Er is nog maar één testsatelliet gelanceerd.
Nog steeds raken de lidstaten het niet eens over de financiering van het project. Gisteren bogen de Europese ministers van transport zich over een financieringsvoorstel van de Europese Unie, dat overschotten op de begroting – gecreëerd door de landbouw – wilde aanwenden om het project weer op de rails te zetten. “Het is niet helemaal verworpen, maar het is ook nog niet goedgekeurd,” zegt Landuyt.
Deadline verschuift opnieuw
Het project staat dus nog geen stap verder: in concreto werd er gisteren enkel beslist dat er tegen het einde van het jaar een beslissing moet zijn. Renaat Landuyt: “Er gaat nu worden onderhandeld om het project mee te nemen naar de Europese top van december, zodat ook de ministers van Financiën zich erover kunnen uitspreken.”
Galileo heeft al verscheidene keren vertragingen opgelopen. De huidige problemen omtrent de financiering van het project kunnen opnieuw voor een vertraging zorgen. “Het is in elk geval geen versnelling,” aldus Landuyt.
Duitsland ligt dwars
Het uitblijven van een akkoord wordt vooral op het conto van de Duitsers geschreven. Zij zien de financiering liever via het Europees ruimteagentschap (ESA) verlopen, al willen ze dat niet letterlijk zo zeggen. “Ze zeggen enkel dat ze niet akkoord gaan met het financieringsvoorstel van de Europese Commissie”, aldus minister Landuyt. “Duitsland wil zijn eigen markt verdedigen, terwijl België de concurrentie meer wil laten spelen.” De landen die het voorstel van de Commissie genegen zijn, waaronder ons land, zien een financiering via ESA niet zitten: “Het Duitse voorstel is geen goed voorstel. We moeten hen ervan zien te overtuigen dat hun bedrijven dat allemaal wel aankunnen.”
Bedrijven staan paraat
Landuyt beklemtoont dat veel bedrijven klaarstaan om aan het project mee te werken. “Ze bereiden zich voor op de uitbouw van Galileo, we ontvangen positieve signalen van de bedrijfswereld.”
“We hadden niet echt een akkoord verwacht,” zegt Peter Grognard, CEO van Septentrio, een Leuvense chipmaker die betrokken is bij het project. “Het was eerder een eerste gedachtewisseling over een communiqué van de Commissie dat nog maar enkele weken oud is.” Toch was een beslissing wenselijk voor het Leuvense bedrijf: “Een akkoord was zeker leuk geweest. We hopen dat er op korte termijn een krachtig signaal komt ten gunste van de publieke financiering en de verdere ontwikkeling van het systeem.”
Galileo nog niet afgeschreven
Ondanks alle problemen lijkt het project nog steeds belangrijk. “Het gaat hier om een technologie die we nog generaties lang nodig zullen hebben,” zegt Europarlementslid Dirk Sterckx (Open VLD), lid van de commissie Transport. “Vele sectoren zijn gebaat met een eigen Europees systeem, kijk maar naar de transportsector: ze zouden zo de beweging van elke container kunnen volgen.” Sterckx ontkent dat het louter een prestigeproject is: “Het is vanuit economisch oogpunt een belangrijk project. En ook militair zal het een belangrijke rol kunnen spelen.”
GPS maakt geen indruk
Dat de Amerikaanse overheid haar GPS-systeem tegen 2013 wil hebben vernieuwd, lijkt geen indruk te maken: “Zelfs met die upgrade zal het Europese systeem nog steeds hoogstaander zijn dan GPS,” zegt Landuyt. “Willen we wel afhankelijk blijven van de Amerikanen?” vraagt Sterckx zich op zijn beurt af. Peter Grognard van zijn kant heeft zijn twijfels bij de Amerikaanse GPS-plannen: “Er vloeit in de States veel geld naar andere uitgavenposten, zoals bijvoorbeeld de oorlog in Irak. In dat opzicht denk ik dat GPS nu niet bepaald een prioriteit is voor de Amerikaanse overheid.”









