Open source: op zoek naar een model dat werkt

Openbronsoftware lijkt aan een onstuitbare opmars begonnen in de bedrijfswereld. Maar de leveranciers achter bekende en minder bekende openbronproducten zijn nog steeds op zoek naar het juiste zakenmodel om dat succes om te zetten in een stabiele stroom van inkomsten.
Sommige openbronpakketten zijn gestart als een overheids- of universiteitsproject, zoals Apache. Andere zijn voormalige commerciële software die door de eigenaar is vrijgegeven, zoals Open Office. Maar steeds vaker gaat het om opstartbedrijven die een nieuw pakket ontwikkelen en voor het open source model kiezen, vaak omdat dit de snelste manier is om een gebruikersbasis te veroveren.
Luc Van Lier, CTO van CSC, ziet die vele openbronstartups als een belangrijke bron van innovatie in de ICT. “Nieuwe ideeën duiken heel snel op, en de ontwikkelaars krijgen er heel snel feedback op,” zegt Luc Van Lier. Volgens hem is het een vorm van Darwinisme: als een product niet aanslaat, verdwijnt het weer even snel. Wordt het wél een succes, dan kan het uitgroeien tot een commercieel openbronprogramma.
Outerthought uit Zwijnaarde is zo’n jong bedrijf dat voor openbron heeft gekozen. Het vijfkoppige bedrijf haalt naar eigen zeggen 70 procent van zijn omzet uit het openbron content management pakket Daisy. De helft van de ontwikkelkosten voor Daisy wordt gedragen door klanten die bepaalde uitbreidingen vragen, vertelt mede-oprichter Steven Noels. Ook de realisatie van projecten met Daisy brengt geld op. “Mentaal zijn wij een productbedrijf, financieel puur service-gebaseerd: uurtje-factuurtje”, zegt Noels.
Betalen voor service
Verschillende modellen zijn opgedoken om geld te verdienen aan open source (zie kader). Afhankelijk van de markt of het product, is het ene model makkelijker toepasbaar dan het andere. Het klassieke model is: de software is gratis, de dienstverlening kost geld. Dat werkt zeer goed in een situatie waar de enige mensen die de software écht door en door kennen, de ontwikkelaars zijn.
Soms bestaat die dienstverlening puur uit het aanbieden van updates en telefonische ondersteuning, zoals bij de grote Linux-distributies. Bij anderen gaat het om consultingopdrachten, om aanpassingen op maat van een bepaalde klant en om de realisatie van projecten.
Het model is niet zonder gevaar. Dat werd vorig jaar duidelijk, toen Oracle beloofde om ondersteuning te bieden voor Red Hat Linux aan een lagere prijs dan Red Hat zelf. Weliswaar tot op heden met vrij beperkt succes.
Openbronontwikkelaars zijn zich van het probleem bewust. Steven Noels: “Wij sturen Daisy’s evolutie in functie van de vragen van klanten en noden die we zelf in projecten tegenkomen, en zijn ook geheel zelfstandig in staat om alles van Daisy aan te passen aan voortschrijdende inzichten. Onze klanten zien dus vooral voordeel in het feit dat ze rechtstreeks met de makers van Daisy praten.” Maar het uitbouwen van een internationaal partnernetwerk is moeilijk, geeft Noels toe, want de partner gaat al snel met alle inkomsten lopen.
Betalen is normaal
Rondkomen met openbron is niet makkelijk, beaamt Tom Baeyens. Hij is één van de belangrijkste ontwikkelaars achter JBoss, het openbronproject dat onlangs door Red Hat is overgenomen. Zelf werkt hij nu ook voor Red Hat. “Er zijn de laatste tijd bijzonder veel bedrijfjes bijgekomen en vele verdwijnen ook na een korte tijd”, zegt Baeyens. “Ondanks dat open source zo’n hype meemaakt, blijft het bijzonder moeilijk om met openbron geld te verdienen.” Volgens Baeyens vereist het een geraffineerd businessmodel, en zijn JBoss en Red Hat pioniers op dat vlak.
Sommige nieuwere modellen leunen dicht aan bij commerciële software. Zoals het werken met dual licensing, waarbij dezelfde programmacode beschikbaar is met een openbronlicentie of een betaalde gesloten licentie. Een ander model is dat alleen van de basisfunctionaliteit de broncode wordt vrijgegeven. Bepaalde bijkomende functies – vaak functies die in een grote onderneming vereist zijn – zijn alleen tegen betaling beschikbaar. Zo is het bijvoorbeeld bij de Xen virtualisatiesoftware. Maker XenSource is onlangs overgenomen door Citrix, een bedrijf dat gesloten software verkoopt. Het onderscheid vervaagt zo nog verder.
Volgens Luc Van Lier is dat niet noodzakelijk een slechte evolutie. “Xen zal op lange termijn niet echt open source zijn”, stelt hij vast. “Maar dat is geen reden om het product niet aan te bevelen.” Heel wat voordelen van openbron blijven namelijk overeind, vindt hij. Bijvoorbeeld: als de leverancier failliet gaat, beschikt de klant toch over de code.
“In wezen bestaat er maar één model: ik geef jou iets van waarde en krijg daar geld voor in ruil”, concludeert Steven Noels van Outerthought. “Bij openbronmodellen is die waardebepaling gewoon opener en duidelijker voor de klant.”










