Caringo's CAStor is "marktverstorende" opslagtechnologie

De opslagtechnologie van de Belg Paul Carpentier wordt in het Amerikaanse vakblad eWeek omschreven als één van de tien ‘disruptive new storage technologies’. Daardoor krijgt zijn opstartbedrijf Caringo een duwtje in de rug.
eWeek noemt de technologie van Caringo ook nog ’the Porsche of read/write functions’. Volgens het blad heeft Caringo het potentieel om de markt van conventionele storageleveranciers te verstoren.
Caringo’s CAStor software is een technologie die grote en kleine bestanden zeer snel kan opslaan en terugvinden, door ze op te delen in kleine stukjes en te verdelen over vele (individueel spotgoedkope) opslagsystemen. Die opslagsystemen zijn gewone pc’s met harde schijven.
Het onderliggende principe, Content Addressable Storage of CAS, is hetzelfde als dat achter de bekende EMC Centera archiveringssystemen. “Maar de kostprijs is één tiende, en CAStor is 10 tot 50 keer sneller”, beweert Paul Carpentier, CTO van Caringo.
De gelijkenis tussen Centera en CAStor is geen toeval. EMC verwierf de software achter de Centera door het Belgische bedrijf Filepool over te nemen, een bedrijf dat ook opgericht was door Paul Carpentier. “Ik weet dus wat er goed is aan de architectuur van Centera, en wat er minder goed aan is”, zegt Carpentier. “EMC beschouwt het puur als archiveringstechnologie, wij zeggen dat Content Adressable Storage ook als een algemene opslagtechnologie bruikbaar is”, vertelt Paul Carpentier.
De CAStor software kwam midden 2006 op de markt. Een jaar later volgde versie 2.0. Ondertussen wordt de software in heel wat verschillende omgevingen gebruikt, onder meer voor medische beeldverwerking. Onlangs kreeg Caringo een kapitaalsverhoging waarmee het bedrijf, volgens Carpentier, nog minstens een tot anderhalf jaar kan verder werken.
Carpentier werkt vanuit België, en Caringo werd voor een groot deel met Belgisch kapitaal opgericht, maar het hoofdkwartier is in Austin (Texas). Het bedrijf heeft een dertigtal medewerkers.














