Zelf robot worden of er toch maar liever één maken?

Op tal van universitaire campussen ontkomen studenten informatica er niet meer aan zelf een robot in elkaar te knutselen. Uitdagend, leerzaam werk en nog bijzonder nuttig ook. Dat is ook de stelling van een nieuw leerzaam handboek over het onderwerp.
In deze rubriek kwamen al eerder boeken aan bod over robotica. De kans zit erin dat ‘The Robotics Primer’ van Maja J. Mataric ook niet het laatste boek zal zijn dat deze rubriek haalt. Al krijgt de lezer die dit boek doorneemt de indruk dat andere boeken, die boeken die vooralsnog het levenslicht niet hebben gezien, van goeden huizen zullen moeten komen om het werk van Maja Mataric naar de kroon te steken.
Deze auteur neemt haar lezers op een bijzonder vriendelijke en uitnodigende manier bij de hand en fluistert ze als het ware zachtmoedig, zij het gedecideerd de wereld van de moderne robotica in. Een rattenvanger van Hamelen met een bijzondere specialisatie voor moderne elektronica, maar dan wel één bij wie je niet bedrogen uitkomt. Zij heeft het bovendien niet op kleine kinderen gemunt, maar – met enige nadruk – op studenten.
Broodnodige wetenschap
Al meteen in het voorwoord maakt Mataric duidelijk dat Robotica wat haar betreft broodnodige wetenschap is: “Het creëren van intelligente machines kan onze verbeelding, onze creativiteit en ons verlangen om een verschil te maken in deze wereld doen losbranden.” En zij vervolgt met een voorspelling: “Robottechnologie zal zonder meer een sleutelrol spelen in de toekomst van de mensheid.
Op dit moment zijn we al heel direct bezig die toekomst vorm te geven in onze onderzoekslaboratoria en in onze klaslokalen over het hele land en in de hele wereld. Wat evenwel van het allergrootste belang is, is het gegeven dat als studenten maar vroeg genoeg beginnen met de studie van robotica hen dat in staat kan stellen om de fundamenten te leren doorgronden van de wereld van wetenschappen, de technologie, het ingenieurschap en de wiskunde.”
Kortom, zelf een robot in elkaar knutselen is niet zomaar een vorm van knutselen. Het is veel meer dan dat: het is een uitstekende manier om studenten kennis te leren maken met de veel fundamentelere, onderliggende vormen van wetenschap. Je loodst ze dus ongemerkt via de praktijk naar de wereld van de fundamentele kennis. Dat is de verleidingskunst van deze vrouw van Hamelen en dat is waar het haar in wezen om te doen is.
Tussen lassen en verplegen
Goed, maar dat moet dus vooral ‘leuk’ zijn, want anders wil onze student er niet aan. Daarom ook houdt Mataric haar inleidende, zij het verfrissende hoofdstuk over de geschiedkundige oorsprong van het woord en de betekenis van de robot relatief kort en valt zij redelijk snel in met het ware verhaal: waaruit bestaat die robot? Uit welke componenten bouwen we deze ‘Aibo’ van eigen makelij op?
De vraag stellen, is haar natuurlijk beantwoorden en meteen wordt duidelijk dat de lezer al goed beslagen moet zijn, want zomaar een robot bouwen kan ook weer niet. Het ding moet een doel dienen. Doelen waarvoor robots in het ‘echte’ leven in gebruik worden genomen, zijn vooralsnog beperkt. Dat neemt niet weg dat robotica intussen een hoge vlucht neemt.
Ergens tussen de zeer robuuste, lassende slaven uit de auto-industrie en het aaibare hondje van Sony in bevinden zich heel functionele medische, verpleegkundige en sociale robots die de vloer stofzuigen. De lezer komt ze allemaal tegen in dit boek van Maja Mataric en hij zal zich geen moment vervelen. Want Maja Mataric kan uitnodigend en enthousiasmerend schrijven als geen ander over de onmetelijk aaibare wereld van de robot.













