Hyper-V: Microsoft neemt virtualisatie eindelijk ernstig

Virtualisatie staat synoniem met VMware, dat al jaren aan de markt timmert met bijvoorbeeld ESX Server, Virtual Infrastructure en VMware Workstation. Met Windows Server 2008 heeft Microsoft nu een ingebakken virtualisatieproduct, Hyper-V (codenaam: Viridian). De Release Candidate ‘Preview’ van Windows Server 2008 verscheen pas zodat we Hyper-V aan een eerste korte test onderwerpen.
Dat Microsoft helemaal niet aan virtualisatie deed, is uiteraard niet correct: Virtual Server en Virtual PC bestaan al enkele jaren. Toch waren die programma’s, in vergelijking met de programmatuur van VMware, van een ander (lees: lager) niveau, en dat wist Microsoft. De programma’s waren namelijk volledig gratis te downloaden en installeren, kwestie van een grote ‘user base’ op te bouwen. Hyper-V, onderdeel van Windows Server 2008, is een compleet nieuw virtualisatieplatform gebaseerd op het concept van de ‘hypervisor’, een technologie die in de kernel is ingebouwd en waarmee de performantie van de virtuele machines beter is.
Enkel 64-bit
De installatie van Hyper-V werkt enkel als Windows Server 2008 werd geïnstalleerd met ‘English United States’ als taalinstelling. Is dat niet het geval, dan zit er (in deze RC) niets anders op dan Windows herinstalleren. Eenmaal geïnstalleerd, moet er een nieuwe ‘role’ aangemaakt worden die Hyper-V bestuurt. Daarna maakt Hyper-V deel uit van de – overigens erg overzichtelijke – Server Manager. Let wel: Hyper-V werkt (in deze versie) enkel op recente 64-bit processors en met een 64-bit versie van Windows Server 2008. In tegenstelling tot VMware Virtual Infrastructure 3 werkt Hyper-V op elke computer of server waarop de 64-bit versie van Windows Server 2008 geïnstalleerd kan worden. Er is dus niet echt sprake van een officiële ‘hardware compatibility list’ zoals bij VI3 het geval is en waarbij enkel een (erg) beperkt aantal servers, netwerkkaarten en andere hardware ondersteund wordt. Voor betere performantie is het echter wel aangeraden om een moderne server te gebruiken.
Installatie en test
Een virtuele machine aanmaken is erg eenvoudig: het volstaat een kleine wizard te doorlopen en de hoeveelheid werkgeheugen, de netwerkkaarten en (virtuele) harde schijf te bepalen. Wij slaagden er probleemloos in een virtuele machine met Windows Server 2008, Windows Server 2003 en een Linux-distributie (Red Hat) aan te maken en gelijktijdig uit te voeren op een server met 4 GB werkgeheugen. Lopende virtuele machines kunt u via de ‘console’ beheren, maar u kunt ook een (voorlopig enkel 64-bit) client installeren op een andere pc, of gewoon via Remote Desktop of VNC werken, net als bij een gewone ‘fysieke’ server. Hyper-V is echter duidelijk nog bètacode, want het schrijven en lezen van en naar de virtuele machine gaat ettelijke malen trager dan bij ESX Server van VMware (onderdeel van Virtual Infrastructure 3); we haalden gemiddeld 25 MB per seconde, daar waar ESX op dezelfde machine makkelijk het dubbele haalt.
Hoewel de machine 64-bit moet zijn, mogen virtuele machines ook 32-bit zijn. Zelfs Windows XP konden we probleemloos installeren, hoewel Windows Vista als virtuele machine erg traag draait en officieel niet ondersteund wordt.
Hyper-V ondersteunt zogenaamde ‘snapshots’ om momentopnamen van de server te maken, maar kan niet overweg met USB-apparaten, net als Virtual Server en VirtualPC, en in tegenstelling tot de programma’s van VMware.
Met of zonder Server
Hyper-V zal deel uitmaken van Windows Server 2008, maar zou niet meteen in de eerste versie zitten die op 27 februari verschijnt. Microsoft heeft aangekondigd dat Hyper-V (gratis) binnen de 180 dagen na de release van Windows Server 2008 beschikbaar zal zijn. Zowel de Standard, Enterprise als Datacenter versies zullen beschikken over Hyper-V (zonder noemenswaardige meerkost tegenover dezelfde versies zonder Hyper-V), en dat is meteen de grote troef van Microsoft. Er komt ook een Hyper-V Server als alleenstaand programma dat meteen op een ‘lege’ computer of server geïnstalleerd kan worden. De prijs van die server bedraagt amper $28. Het verschil is groot met Virtual Infrastructure van VMware, dat € 750 tot € 6000 kost. Toch zijn de performantie en mogelijkheden van de Hyper-V voorlopig een stuk beperkter.













