Vraag: wat doe je als je een massaal onderzoek hebt afgerond naar de toekomstbestendigheid van bedrijven, en plots verandert die toekomst radicaal? Antwoord: je gooit er een extra onderzoek tegenaan om te zien hoe ze door deze crisis zijn aangetast, of ze hun aanpak hebben veranderd of net de vruchten hebben geplukt van hun strategie.

Advertentie

Zo eindigde Verizon met een uniek tweeluik: in het eerste deel wordt bepaald welke factoren een bedrijf toekomstbestendig maken, in het tweede deel wordt nagegaan hoe de verschillende types bedrijven de crisis tot dusver hebben doorstaan. De belangrijkste bevindingen leest u hieronder.

Wat maakt een bedrijf toekomstbestendig en in hoeverre zijn organisaties wereldwijd voorbereid op de toekomst? Dat waren de centrale vragen van het oorspronkelijke onderzoek. Om dit vast te leggen heeft Verizon een index opgesteld, die zich langs vier dimensies uitstrekt: technologie, vaardigheden en gedrag, leiderschap en nieuwe manieren van werken. Honderden bedrijven werden op basis daarvan bevraagd, en hun toekomstbestendigheid werd zo in kaart gebracht.

Voor elke dimensie werden drie vragen gesteld aan de bedrijven. Per antwoord kregen ze een score van 1 tot 10. Op basis daarvan werd een score per dimensie en een algeme score toegekend. Op die manier kon Verizon drie types van organisaties onderscheiden: de pioniers, de gemiddelde organisaties, en de achterblijvers. De pioniers scoren doorgaans beter op alle dimensies, maar vooral in het adopteren van nieuwe technologie, het beheren en up-to-date houden van de vaardigheden van de medewerkers, en het structureel mogelijk maken van werken op afstand. Ook de aard van technologische investeringen verschilt: waar de achterblijvers vooral investeren in kostenverlagende technologieën en verplichte investeringen zoals security en cloud, focussen de pioniers eerder op technologie die nieuwe businessmodellen mogelijk maakt, zoals AI, machine learning en/of IoT (Internet of things).

De focus op technologische innovatie gaat bij pioniers hand in hand met innovatie en flexibiliteit van en voor de werknemers. Bij 97% van de pioniers staat levenslang leren gebeiteld in het personeelsbeleid, bij de achterblijvers is dat minder dan de helft (48%). Nochtans weet iedereen dat de skills van vandaag over enkele jaren al deels achterhaald zijn, terwijl er tegen dan weer totaal nieuwe skills nodig zullen zijn. Een ander opvallend verschil: nog voor het coronavirus toesloeg, was al bij 48% van de pioniers een duidelijke verschuiving naar thuiswerk of mobiel werken aan de gang, tegenover slechts 26% van de achterblijvers.

De prioriteiten en investeringen van de pioniers, die bijdragen tot hun toekomstbestendigheid, blijken ook vandaag al te renderen: 63% van deze groep realiseerde een omzetgroei van minstens vijf procent in de voorbije drie jaar. Bij de achterblijvers kon slechts 20% zulke cijfers voorleggen.

 Het Corona-effect

Nog voor het onderzoek kon worden voorgesteld aan de buitenwereld, werd de wereld grondig dooreengeschud door de Corona-pandemie. Dit leek een bijzonder ongelukkige timing: iedereen had wel andere dingen aan zijn hoofd dan te lezen over de toekomstbestendigheid van bedrijven. Maar al gauw zag het onderzoeksteam ook een opportuniteit: de resultaten van het onderzoek konden meteen worden getoetst aan de werkelijkheid. Hoe reageren de toekomstbestendige bedrijven op een plotse en ingrijpende verandering in de wereld, en hoe zit het met de andere? Daarom werd een tweede luik aan het onderzoek toegevoegd, met aandacht voor de impact van Covid19 op de organisatie.

Op technologisch vlak was er weinig verschil tussen pioniers en achterblijvers. De meeste organisaties plannen meer investeringen in technologie. Hierbij komen zowel de technologieën aan bod die werken op afstand (meer) mogelijk maken – cloud, netwerktechnologie, security – als innovatievere technologie die nieuwe businessmodellen mogelijk maakt, zoals machine learning en IoT. Opvallende stijger over de hele lijn is 5G. Voor de crisis was er nauwelijks interesse voor deze nieuwe mobiele technologie, maar intussen heeft al meer dan de helft van de organisaties (57%) investeringen in 5G op de agenda gezet. Dit heeft uiteraard ook te maken met de plotse verplichting om te kunnen werken op afstand. Thuiswerk werd noodgedwongen de norm voor iedereen, en ruim twee derden van de bedrijven (68%) is niet van plan de klok volledig terug te draaien. Zowat 75% van de bedrijven plant ook een structureel beleid rond thuiswerken, ten gevolge van de crisis.

Het levenslang leren is bij alle bedrijven op een lager pitje gezet. Ook de pioniers moeten nog zoeken naar een nieuw evenwicht tussen werken en leren. Er is wel veel interesse voor nieuwe vaardigheden die in de nieuwe context belangrijker zijn geworden, zoals aanpassingsvermogen en emotionele intelligentie. Dat houdt ook in dat werknemers met de vele communicatiekanalen moeten leren wat ze wanneer kunnen voorrang geven of negeren.

Op het vlak van leiderschap in deze crisisperiode valt wel een opvallend verschil tussen pioniers en achterblijvers te noteren. Pioniers zijn zich meer bewust van hun maatschappelijke rol en werken harder om het welzijn van de werknemers te verbeteren door het bouwen van een empathische en ondersteunende bedrijfscultuur. Ze streven ook naar meer diversiteit, binnen én buiten de bedrijfsmuren. Deze diversiteit is niet alleen maatschappelijk verantwoord, ze zorgt ook de facto voor de broodnodige flexibiliteit.

Flexibiliteit en investeren in innovatie zijn cruciaal

Algemeen besluit van beide onderzoeken: toekomstbestendig handelen is belangrijk voor elke organisatie, niet alleen om over 5 à 10 jaar te overleven, maar ook om beter om te gaan met de uitdagingen van vandaag. Dit rapport toont aan dat flexibiliteit en investeren in innovatie het verschil zullen blijven maken, ook als deze crisis helemaal voorbij is.   

Wilt u ontdekken hoe toekomstbestendig uw organisatie is? Download het rapport.