Volgens het American Registry for Internet Numbers is er een merkbare toename in aanvragen voor IP-adresblokken. De IPv4-adressen zouden nog dit jaar op kunnen zijn. Daardoor kan er een zwarte markt voor IP-adressen ontstaan. Om op het internet bereikbaar te zijn, moet je over een Internet Protocol Address (IP-adres) beschikken. Dat geldt voor zowel thuisverbindingen, […]


Volgens het American Registry for Internet Numbers is er een merkbare toename in aanvragen voor IP-adresblokken. De IPv4-adressen zouden nog dit jaar op kunnen zijn. Daardoor kan er een zwarte markt voor IP-adressen ontstaan.

Om op het internet bereikbaar te zijn, moet je over een Internet Protocol Address (IP-adres) beschikken. Dat geldt voor zowel thuisverbindingen, bedrijfscomputers als websites.

In het geval van websites wordt het IP-adres bij een Domain Name Registrar (DNS) aan een naam gekoppeld. Daardoor kom je bijvoorbeeld via www.zdnet.be op http://193.74.68.111 terecht. Dat is een IPv4-adres (versie 4).


Het aantal adressen dat IPv4 aankan, is beperkt tot 4,2 miljard. Dat getal is afgeleid van de structuur waaruit een IP-adres bestaat: 32 bits die één of nul kunnen zijn; 232 dus.

Limiet IPv4 bereikt
Vorig jaar werden er in totaal acht grote IPv4-paketten met elk enkele miljoenen adressen geregistreerd. In de eerste drie maanden van dit jaar zijn er echter al zes bijgekomen, waardoor er nog maar 20 van de totale 256 overblijven.

In dat tempo zouden we ten laatste begin 2011 al zonder IP-adressen van de oude garde komen te zitten. Nu is het zo dat er al enkele jaren een nieuw protocol bestaat dat over nagenoeg oneindig veel IP-adressen beschikt: IPv6.

Dat protocol hanteert 128 bits in plaats van de gebruikelijke 32 en kan dus tot 340 undeciljoen adressen gaan: 340 met nog eens 36 nullen erachter.

Te lang gewacht
Maar veel regeringen, universiteiten en bedrijven hebben de limieten van IPv4 jarenlang genegeerd. In plaats van enkele jaren geleden netjes op IPv6 over te stappen, moeten ze nu gebruikmaken van een zogenaamde dualstack-techniek.

Die techniek kan zowel IPv4 als IPv6 interpreteren, op voorwaarde dat je op beide netwerktypes verbonden blijft. Je bent met andere woorden dus verplicht IPv4 te blijven ondersteunen tot iedereen op IPv6 is overgestapt.

Zwarte markt
Het probleem is dat vele instanties tijdens die overgangsfase nog over een of twee IPv4-adressen moeten beschikken. Nu die dreigen op te raken en een wereldwijde overstap op IPv6 in 2010 hoogst onwaarschijnlijk is, vrezen internetexperts voor woekerprijzen.

Er gaan al stemmen op om de laatste vijf grote IPv4-adresblokken onder controle van de wereldwijde IP-adresbeheerders (RIR’s) te houden. Dat zou ons een beetje extra tijd gunnen om op IPv6 over te stappen. Indien dat niet gebeurt, zouden IP-adressen in 2011 plots een stuk duurder kunnen worden.