Apple gebruikt tragere, goedkope opslag in duurste iPhone 18 Pro’s

Goedkoop zouden we de iPhone 18 Pro en Pro Max niet noemen, al helemaal niet als je kiest voor de varianten met meer opslagruimte. Uit benchmarktests blijkt nu dat Apple bij de uitvoeringen met 1 en 2 TB koos voor opslag met QLC-flashgeheugen (Quad-Level Cell). Dat werkt trager dan de TLC-chips (Triple-Level Cell) bij de versies met 256 en 512 GB. Kostenbesparing is de boosdoener (via Android Headlines).
In die QLC-chips kan je vier bits per cel opslaan, waardoor je meer capaciteit in een kleiner formaat kan proppen. Met andere woorden: ook fysica speelt een rol in de keuze. Volgens de tests van Homolab werken de TLC-varianten 10 tot 38% sneller dan de QLC-versies. Apple probeert dat verschil op te vangen met een trapsgewijs buffersysteem. Korte, snelle data-overdrachten komen eerst in een snelle SLC-buffer (Single-Level Cell). Die haalt snelheden van meer dan 3.000 MB/s. Zit die caching vol, dan stroomt de data door naar een tweede buffer. Die werkt op snelheden die TLC moeten simuleren, zo’n 578 MB/s. Daardoor kan de telefoon toch snel aanvoelen.
Moet de iPhone toch overschakelen naar het QLC-geheugen, dan zakt de snelheid helemaal in elkaar. Dan haal je maar 79 MB/s of (als de opslag stilaan vol raakt) zelfs 45 MB/s meer. In extreme gevallen was het amper nog 1,1 MB/s. Vooral geavanceerde gebruikers die echt grote bestanden overzetten, zouden hiervan last kunnen ondervinden.
Het blijft sowieso zuur dat je een tragere opslagmethode krijgt als je meer geld betaalt voor een iPhone 18 Pro met 1 of 2 TB. Gelukkig zal je daar in de overgrote meerderheid van de gevallen niets van merken.











