Goed kunnen prompten is niet meer genoeg: dit verwachten werkgevers nu

Wie vandaag met ChatGPT of een andere AI-tool overweg kan, heeft daarmee niet automatisch een streepje voor bij sollicitaties. Uit het Global Workforce Report 2026 van Workday blijkt dat de vraag naar basisvaardigheden rond artificiële intelligentie (AI) sinds januari met 25 procent is gedaald. Werkgevers verwachten steeds vaker dat medewerkers méér kunnen dan alleen prompts schrijven.
Voor het onderzoek analyseerde Workday onder meer vacatures van 554 grote werkgevers tussen september 2025 en juli 2026. Daaruit blijkt dat vooral de vraag naar praktische AI-kennis sterk toeneemt.
Prompten alleen is niet meer genoeg
De vraag naar algemene AI-vaardigheden, zoals chatbots gebruiken en instructies schrijven voor AI-assistenten, bereikte in januari 2026 een piek. Sindsdien ging het bergafwaarts.
Bij vaardigheden waarmee werknemers daadwerkelijk AI-oplossingen kunnen bouwen, integreren en beheren, ziet Workday het tegenovergestelde. De vraag naar die competenties steeg in de onderzochte periode met maar liefst 51 procent.
Denk aan machinelearning, AI-engineering en het automatiseren van bedrijfsprocessen. Vooral dat laatste wordt steeds belangrijker. Een medewerker die met AI een repetitieve administratieve taak automatiseert, kan immers een directere bijdrage leveren aan de productiviteit dan iemand die de technologie uitsluitend gebruikt om teksten te genereren.
Dat betekent niet dat promptengineering plots waardeloos is. Basiskennis van AI evolueert eerder van een onderscheidende vaardigheid naar iets wat werkgevers steeds vaker vanzelfsprekend vinden. Opvallend genoeg blijft de technologiesector volgens Workday wel nadrukkelijk op zoek naar kandidaten die zowel vlot met AI kunnen werken als toepassingen kunnen ontwikkelen.
AI verandert jobs, maar schrapt ze niet noodzakelijk
Ook de vrees dat AI massaal banen zal vervangen, krijgt enige nuance. Van de ondervraagde leidinggevenden verwacht 40 procent dat AI vooral de productiviteit van bestaande medewerkers zal verhogen. Slechts 28 procent voorziet een kleiner personeelsbestand.
Daarnaast verwacht 34 procent veranderingen in bestaande functies en 33 procent het ontstaan van nieuwe rollen of vaardigheden. AI lijkt daarmee in de eerste plaats de inhoud van jobs te veranderen.
Dat betekent echter niet dat de impact beperkt blijft. Uit hetzelfde rapport blijkt dat interne promoties nauwelijks toenemen en dat werknemers minder mogelijkheden krijgen om binnen hun organisatie van functie te veranderen.
Werknemers willen bijleren, maar krijgen te weinig hulp
De bereidheid om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen is er alvast. Zo heeft 65 procent van de ondervraagde werknemers vertrouwen in het eigen aanpassingsvermogen.
Toch loopt de ondersteuning achter. Hoewel 79 procent weet welke vaardigheden nodig zijn om relevant te blijven, voelt slechts 66 procent zich daarbij voldoende geholpen door de werkgever.
Die kloof kan op termijn problematisch worden. Van de werknemers die AI voor vrijwel al hun taken gebruiken, vreest 62 procent dat hun bestaande vaardigheden minder waardevol worden. Tegelijk verwacht 76 procent dat AI nieuwe carrièremogelijkheden creëert.
Net nu besparen bedrijven op leiderschapsvaardigheden
Opmerkelijk is dat vacatures ondertussen minder vaak verwijzen naar management- en leiderschapsvaardigheden (-7 procent) en opleidingsvaardigheden (-13 procent).
Daar wringt het schoentje. AI succesvol invoeren vraagt niet alleen technische expertise, maar ook mensen die collega’s begeleiden, processen hertekenen en de kwaliteit van AI-resultaten bewaken.Voor bedrijven ligt de uitdaging dus niet uitsluitend bij het aantrekken van AI-specialisten. Ze zullen ook bestaande medewerkers de ruimte moeten geven om met de technologie te leren werken.














