De real-time strategiefans hebben twaalf jaar op deze nummer twee moeten wachten, maar het is het waard geweest.


[related_article id=”160734″] Protoss vs Zerg vs mens

In het sciencefictionuniversum van StarCraft II strijden drie partijen om dominantie. Je hebt de technologisch sterk geavanceerde Protoss, de organische horde gruwels die zichzelf de Zerg noemen en de – wat had je gedacht – onderling verdeelde mensheid. StarCraft is een fenomeen in het strategiegenre. De voorganger verscheen in 1998 en vandaag trekken nog steeds tienduizenden spelers met grote regelmaat online om elkaar in multiplayersessies van de kaart te vegen. Met StarCraft II krijg je opnieuw twee games in een: een singleplayergame waarin je een bende rebelse ruimtepiraten door een knap verteld verhaal leidt en een multiplayerluik dat het speelplezier voor de competitiever ingestelde speler met vele jaren kan uitbreiden.

Hoewel de makers zich ervan bewust zijn dat de gemiddelde speler uiteindelijk slechts een paar procent van zijn StarCraft-beleving uit de singleplayercampagne zal halen, hebben ze kosten noch moeite gespaard om er een meeslepend gebeuren van te maken. Met gelikte tussenfilmpjes, de optie om onderweg je strijdmacht naar je persoonlijke speelstijl te kneden en missies die voor een keertje niet telkens een lichte variatie op altijd maar hetzelfde thema bieden. Klaar met het verhaal? Stort je dan op de multiplayerslagvelden, bouw je basis, stamp een leger uit de grond, voorzie dat van de gepaste upgrades en roei de oppositie uit. Het competitieve luik van de game schittert door het evenwicht dat de drie partijen, ondanks hun heel unieke units en tactieken, naar de tafel brengen.