Rechter verplicht Belgische banken om phishingschade meteen te vergoeden

Met de uitspraak volgt de Antwerpse kortgedingrechter de Europese richtlijnen over de vergoeding van phishingslachtoffers. Die stellen dat banken verplicht zijn phishingschade onmiddellijk terug te betalen. Pas daarna mogen ze onderzoeken wie er precies aansprakelijk is en of de klant recht heeft op een schadeloosstelling. Blijkt er achteraf sprake te zijn van grove nalatigheid, dan kan de bank het uitgekeerde bedrag alsnog terugvorderen.
In deze specifieke zaak werd een bejaard koppel voor 50.000 euro opgelicht. Ze schreven het bedrag zelfstandig over naar een nepbankmedewerker in Portugal. Toen het koppel bij hun bank aanklopte voor de geleden schade, kregen ze nul op het rekest.
De bank weigerde mee te werken omdat de klanten het geld zelf hadden overgemaakt. Volgens de bank is er sprake van grove nalatigheid en hoefden ze daarom niks uit te keren. Dat mag een bank dus niet zomaar zelf beslissen, blijkt uit de uitspraak: eerst moet het geld worden teruggestort, daarna kan de bank eventueel naar de rechter stappen om de vergoeding aan te vechten. De rechter toetst dan of er werkelijk sprake is van grove nalatigheid.
Gevolgen voor de KBC-phishingverzekering
De uitspraak brengt ook de veelbesproken phishingverzekering van KBC opnieuw in nauwe schoentjes. De bank biedt klanten de mogelijkheid om zich tegen phishing te verzekeren om zo (een deel van) hun schade vergoed te krijgen. Maar aangezien een bank wettelijk sowieso verplicht is de schade eerst te vergoeden, roept dat vragen op.
Phishing werd met die verzekering een nieuw verdienmodel voor KBC, wat vlak na de introductie al op de nodige kritiek stuitte. Daarnaast hanteert de verzekering ook strikte limieten: een verzekerde krijgt maximaal 25.000 euro uitgekeerd. De schade van het bejaarde koppel in deze zaak had daarmee dus niet eens volledig gedekt geweest.
Belangrijk precedent voor alle slachtoffers
Vanuit de juridische wereld wordt de uitspraak alvast als ‘baanbrekend’ bestempeld. Advocaat Geert Lenssens spreekt (via Trends) van een belangrijk precedent. Voor alle Belgische banken is hiermee nogmaals duidelijk gemaakt dat ze niet zomaar de portemonnee dicht mogen houden na een fraudegeval.
Voor slachtoffers van phishing brengt dit een hoop rust. Zij hoeven niet langer eerst een hele bewijslast te leveren en maanden te wachten op hun geld; de bank moet in eerste instantie gewoon uitkeren.











