Door beeldmateriaal met de software te scannen, wil de Belgische politie sneller kinderporno kunnen opsporen en ordenen op prioriteit.


Het aantal meldingen van kinderporno dat de federale politie binnenkrijgt, is al een aantal jaar sterk aan het toenemen. In 2015 lag dat aantal op 2500, in 2018 waren dat er al 15.000. Exacte cijfers van 2019 zijn nog niet bekend, maar vermoedelijk liggen die nog hoger. Volgens Yves Goethals, die aan het hoofd staat van het departement Child Abuse dat hier strijd tegen voert, heeft dat twee oorzaken. Het is eenvoudiger geworden om beeldmateriaal te verspreiden, en langs de andere kant nemen ook socialemediabedrijven zoals Facebook en Twitter hun meldingsplicht op die hen door de Amerikaanse regering is opgelegd.

Facebook en Twitter sturen mogelijk verdachte beelden dan door naar internationale politiediensten zoals Interpol en Europol. Zij sturen op hun beurt die beelden dan weer door naar de federale politie, die ze moet analyseren. Daarvoor kunnen ze steunen op een grote internationale database van geregistreerde gevallen van kinderporno. Volgens Goethals gaat het om ongeveer de helft van de gevallen ook daadwerkelijk om kindermisbruik. Indien er wel sprake is van een misdrijf maar er kan geen link met een Belgische zaak worden gevonden, dan worden de beelden verder doorgestuurd.

Kinderporno wordt steeds gruwelijker

De federale politie maakt al een jaar of 10 gebruik van beeldmateriaal om daders en slachtoffers op te sporen. En dat werpt zijn vruchten af: dit jaren werden er viertal daders opgepakt en een achttal kinderen gered. Sinds beeldmateriaal gebruikt werd, werden er al zo’n 200 kinderen gered.


Om al dat beeldmateriaal te kunnen analyseren, zou je je aan een groot team verwachten. Maar dat is niet zo. Het departement Child Abuse bestaat uit slechts vijf politievrouwen, die hun handen vol hebben met al het beeldmateriaal dat binnenkomt te blijven bijhouden.

De politie gaat daarom verbeterde technologie inschakelen om sneller te kunnen optreden. De software moet vooral een snelle en autonome beslissing kunnen maken over de urgentie van de zaak. Nu moeten de politievrouwen handmatig de beelden gaan vergelijken met afgesloten en lopende dossiers uit de databank van Interpol. Wanneer een dader al opgepakt is en de slachtoffers al gered zijn, dan heeft een zaak een stuk minder urgentie dan wanneer dader en/of slachtoffer nog onbekend zijn.

Die schifting kan de software nu al op voorhand maken. Het is de bedoeling dat de software zo snel mogelijk geïmplementeerd wordt. Goethals voorziet in de eerste maanden nog wat aanpassingsproblemen, maar is er van overtuigd dat de software op termijn zijn diensten zal bewijzen.

En dat is ook nodig. Volgens Goethals is de gemiddelde leeftijd van de slachtoffers aan het dalen en lopen zelfs baby’s risico om misbruik te worden. Bovendien wordt kinderporno ook steeds gruwelijker en brutaler.

“Ik doe deze job al negentien jaar en heb al vaak gedacht dat ik de grens van het menselijke nu wel had bereikt. En dan kwam er toch weer een nog gruwelijker beeld voorbij.” Yves Goethals, federale politie