Nieuws

Hoe ziek is uw IT?

Enkele maanden geleden schreven we een op kmo’s gericht dossier met als titel: ‘Hoe gezond is uw IT?’ Nu ik noodgedwongen enkele weken intensief contact heb gehad met artsen en verplegend personeel, zou ik als titel van dit stuk eerder ‘hoe ziek is uw IT?’ willen plaatsen.

 

Neen, niet als goedkope woordspeling of als provocatie, hooguit om de aandacht te trekken van die personen (en zoekmachines) die ook bij deze materie betrokken zijn.

Laten we beginnen met het goede nieuws. Medisch en verplegend personeel hier in Gasthuisberg, het Leuvense universitaire ziekenhuis, is van een uitzonderlijk hoge kwaliteit: efficiënt, vriendelijk en blijkbaar loopt er iemand rond die nog sneller kan lezen dan ik. Niets dan respect dus!

En ook de informaticavoorziening is er in enkele jaren waanzinnig snel op vooruitgegaan, haast nog sneller dan de vele nieuwe gebouwen op de bouwwerf van Gasthuisberg. Vele bedden hebben nu al een eigen entertainmenttablet waarmee patiënten niet alleen hun eigen tv-programma’s kunnen kiezen, maar zich ook nog met twee klikken op de knop in de wondere wereld van Facebook, YouTube en andere sites kunnen storten. En zoals het een universitair onderzoekscentrum betaamt, proberen ze zo veel mogelijk te leren uit de beschikbare gegevens. Ik probeer nog wel eens te achterhalen hoeveel terabyte aan data dit ziekenhuiscentrum intussen al herbergt.

Vele gegevens – en vooral het documenteren van alle handelingen – zijn niet alleen nodig vanuit onderzoeksperspectief, maar ook om te voldoen aan kwaliteitscriteria van instanties zoals Qfor en leveranciers zoals JCI. Het verzamelen van alle informatie die rond de patiënt wordt gecreëerd (toedienen van medicatie, klinische reactie hierop, misschien zelfs de flauwe grap die de patiënt vertelde over meer bloedvergiet in Gasthuisberg dan in eender welke ‘slasher’ horrorfilm?) dient dus zowel het streven naar kwaliteit en uitmuntendheid als de zoektocht naar nieuwe inzichten waar toevallige passanten zoals ik dan hun voordeel uit halen.

Maar…
In de vele onderhoudende gesprekken die ik richting IT liet afdwalen, merkte ik toch vaak als openingszin “ik ken zelf niks van IT, en het interesseert me ook niet, maar…". Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze weigerden thuis de mails van hun afdelingsoversten te lezen. Niet uit principiële of door vakbonden ingegeven koppigheid maar omdat hij thuis met zijn tuin wil bezig zijn, niet met die levenloze toestellen in de huiskamer.

Uit die hoek hoorde ik ook meermaals de zucht dat het invoeren van al die gegevens toch een substantieel onderdeel van hun werk is geworden. Sommigen durfden zelfs "‘20 à 25% van mijn werktijd" in de mond nemen. Vergeef me als die vergelijking u ongepast lijkt, maar het is alsof ze uw financial controllers zouden vragen ook nog eens lunch te bereiden, op te dienen en weer af te ruimen. Niets mis met het werk op zich, maar zeker niet waarvoor je deze mensen hebt in huis gehaald.

 

Er lijken me twee elementaire problemen aan de hand. Het eerste is een probleem waar ze pas enkele jaren geleden zelf nog komaf mee hadden gemaakt in de ziekenhuizen. Toen ging het nog van jij doet alle bedden, jij wast alle voeten, en jij zet alle spuitjes. Sindsdien heeft die lopendebandaanpak gelukkig plaatsgemaakt voor een behandeling waar de patiënt weer centraal staat, een aanpak waarvan ik mee de vruchten pluk.

Al vraag ik me soms wel af of die arts dat nu meteen allemaal in zijn iPad moet schrijven in plaats van eerst helemaal uit te luisteren. Maar als journalist weet ik dat zo’n aanpak ook zijn voordelen oplevert (“o ja, dit had ik nog niet verteld: …”, gevolgd door het interessantste van het gesprek). Maar nu dreigt de beschikbare tijd voor de patiënt ook in het gedrang te komen, en dat zou erg zonde zijn.

Motivatie
Het tweede beestje heet ‘motivatie’. Toen ik las over de Antwerpse politiechef die zich het leven benam, onder meer wegens de compromisloze manier waarop vernieuwingen werden ingevoerd, had ik moeite met de proportie van de reactie, maar begrip voor het gevoel van uitzichtloosheid dat op zo’n moment komt opsteken. “Waar doen wij dit hier allemaal voor?” is een logische vraag die ook in ‘gezonde’ arbeisdsomgevingen wel eens mag gesteld worden. En als het antwoord alleen luidt: "voor de chef, voor het systeem, voor ISO, voor de anderen" maar nooit "ah voor onszelf", dan zit je met een probleem. En ik vrees dat bij vele verpleegkundigen (en artsen) dit laatste antwoord nooit spontaan wordt gegeven.

De uitdaging voor alle ziekenhuizen luidt daarom niet alleen: het dreigende toekomstige gebrek aan verpleegkundigen blijven invullen. Het zal evenzeer zaak zijn om de juiste mensen op de juiste plaatsen in te zetten. Administratief sterke mensen die bereid zijn dit gedeelte van de verpleegkundigen over te nemen, moeten er heus wel gevonden worden. En verpleegkundigen die dit gedeelte van hun job met plezier afgeven, wijs ik je vandaag al probleemloos aan.

Het is niet altijd even eenvoudig om die gedeelten op te splitsen. Wie weet per slot van rekening beter wat je gedaan hebt dan jijzelf? Maar misschien is deze uitdaging nog kleiner dan het volledig ingevuld krijgen van al die verpleegkundige jobs?

De laatste en grootste uitdaging blijft steeds dezelfde: communiceer voldoende, niet alleen over het hoe van de job (waarmee ze de certificaties aan de verpleegkundigedegen rijgen) maar ook het waarom: hoe deze kwalificatie hun job verbetert maar ook hoe al deze miljoenen kleine klinische gegevens ooit kunnen leiden tot een groot inzicht dat weer eens duizenden levens kan redden.

Vrijblijvende tips en dankbare groeten van een toevallige passant.

 

blogbusinessititprofessionalmaatschappijziekenhuis

Gerelateerde artikelen

Volg ons

Korting bij Dreame!

Korting bij Dreame!

Bekijk de deals