Vandaag is het IPv6-dag. Het internetprotocol van de toekomst staat volop in de kijker. Maar waarom precies? En waarom moeten we binnenkort overstappen? Kort samengevat wordt er op IPv6-dag, 8 juni 2011, wereldwijd getest. Gedurende 24 uur maken verschillende organisaties hun websites beschikbaar via IPv6. Zo kan het nieuwe protocol uitgebreid getest worden in afwachting […]


Vandaag is het IPv6-dag. Het internetprotocol van de toekomst staat volop in de kijker. Maar waarom precies? En waarom moeten we binnenkort overstappen?

Kort samengevat wordt er op IPv6-dag, 8 juni 2011, wereldwijd getest. Gedurende 24 uur maken verschillende organisaties hun websites beschikbaar via IPv6. Zo kan het nieuwe protocol uitgebreid getest worden in afwachting van de grote omschakeling.

Waarom IPv6?
IPv6 is de opvolger van IPv4, dat we nu gebruiken. Dat systeem zorgt ervoor dat elk internettoestel een uniek IP-adres krijgt toegewezen, waardoor het kan communiceren met het internet.


Helaas gebruikt IPv4 32-bitadressen. Dat zijn vier cijferreeksen van 0 tot 256, waardoor je combinaties zoals 192.168.0.1 krijgt. Daardoor zijn er maar 4,295 miljard unieke IP-adressen te genereren. Toen het protocol voor het eerst werd voorgesteld in 1981 was dat meer dan voldoende. Internet stond nog in zijn kinderschoenen en de wereld telde nog geen vijf miljard mensen, laat staan dat ze allemaal een computer (met internet) hadden.

Vandaag is dat bijna ondenkbaar. Bijna elk modern gezin en bedrijf heeft minstens één computer. Daar komen nog andere internettoestellen bij zoals spelconsoles, smartphones en digitale televisie. Op die manier kom je al snel aan een handvol adressen per persoon.

 

IPv6 lost dat groeiprobleem op door IP-adressen van 128 bits te maken. Die zien eruit als acht groepen van vier hexadecimale getallen, telkens gescheiden door een dubbele punt (bijvoorbeeld 2001:0db8:85a3:0000:0000:8a2e:0370:7334).

Dit zorgt voor adressen die bijna oneindig veel combinaties mogelijk maken en de explosieve groei van toestellen op het internet moeten opvangen.

Iedereen mee
Onder meer webgiganten als Google en Facebook nemen vandaag deel aan de testdag, die overigens vannacht om 2 uur onze tijd begon. Maar ook lokaal gaan online-organisaties en internetproviders aan de slag.

De Europese Commissie is al zeer lang bezig met het nieuwe protocol en steunt het initiatief door zijn site op beide manieren online te zetten. Commissie-vicevoorzitter Neelie Kroes haalt vandaag in een blogpost nog aan dat momenteel slechts twee procent van het internetverkeer compatibel is met IPv6.

Te laat?
Dat doet de vraag rijzen of netwerkbeheerders wereldwijd niet te laat in actie zijn geschoten. Het probleem dat de IPv4-adressen opraken is al sinds de jaren negentig bekend. Maar zo’n overstap betekent aanpassen, wat op zijn beurt betekent dat er tijd en geld moet worden geïnvesteerd. Middelen die sommige organisaties liever op andere manieren besteden.

Wat moet je doen?
De internetter hoeft weinig of niets te doen. Omdat IPv4 en IPv6 naast elkaar kunnen bestaan, hoeven we geen grote omzetting te organiseren waarbij het internet even wordt uitgezet. Voor consumenten zal er dan ook weinig van te merken zijn. Providers gaan hun infrastructuur geleidelijk aan vervangen of waar mogelijk softwarematig aanpassen.

Ook op softwarevlak valt er weinig te vrezen, want zelfs Windows XP bevatte al een testversie van IPv6.