Belgacom zet zwaar in op de cloud en de daarbij horende datacenters. Zo begint het in augustus aan de bouw van een uitbreiding voor het NetCenter in Evere. De investering bedraagt enkele miljoenen euro’s en vergroot de beschikbare oppervlakte met 2.250 vierkante meter. Tegelijkertijd mikt Belgacom op kostenverlaging. Het wil dat niet alleen doen door […]

Advertentie

Belgacom zet zwaar in op de cloud en de daarbij horende datacenters. Zo begint het in augustus aan de bouw van een uitbreiding voor het NetCenter in Evere. De investering bedraagt enkele miljoenen euro’s en vergroot de beschikbare oppervlakte met 2.250 vierkante meter.

Tegelijkertijd mikt Belgacom op kostenverlaging. Het wil dat niet alleen doen door voornamelijk te koelen met buitenlucht, maar ook door zelfgebouwde serverhardware in te zetten: “We onderzoeken momenteel hoe we dit soort machines kunnen gaan inzetten voor onze cloudinfrastructuur”, zegt John Myklebust, director datacenter van Belgacom.

Scheiding hard- en software
Een van de voordelen van de cloud en virtualisatie is dat hardware en software volledig gescheiden worden, en dus ook niet meer afhankelijk zijn van elkaar. Het vervangen van een fysieke server heeft bijgevolg geen invloed op de werking van software en diensten.

De zet doet denken aan Google, dat al langer werkt met goedkope servers die grotendeels bestaan uit eenvoudige desktopcomponenten en die gemakkelijk te vervangen zijn. In tegenstelling tot Google overweegt Belgacom niet om iedere server uit te rusten met een eigen UPS.

Myklebust merkt ook op dat een van de redenen waarom klanten voor Belgacom kiezen is dat ze zekerheid willen hebben over waar hun data zich bevinden. In Googles datacenter in Bergen is die zekerheid er niet omdat de servers zelfs regelmatig uitgezet worden, waarna de data migreren naar een ander datacentrum, en mogelijks zelfs buiten Europa.