waterstof

Toyota en dochterbedrijf Woven Planet hebben een prototype van een cartridge ontwikkeld om waterstof draag- en stockeerbaar te maken.

Advertentie

Een van de uitdagingen bij het opslaan en vervoeren van waterstof is dat het gas nu eenmaal extreem explosief is. Dat maakt het erg duur om te vervoeren en te stockeren. De waterstofcartridge van Toyota zou een oplossing kunnen zijn. Het idee is om de cartridges te laten bijvullen op een speciale site, van waaruit ze vervoerd worden naar hun bestemming, om later leeg terug te keren wanneer de gebruiker een nieuwe lading geleverd krijgt. 

Waterstof-cartridge 

De waterstofcartridges zouden relatief klein zijn: ruim 40 cm lang en net geen 18 cm in diameter, met een gewicht van ongeveer 5 kilogram. Toyota noemt het prototype voor het transport van waterstofcellen “draagbaar, betaalbaar en gebruiksvriendelijk”. Bovendien maakt het een infrastructuur van leidingen overbodig, aangezien het transport de cellen tot bij de eindverbruiker levert.  

De Japanse autoconstructeur ziet in zijn waterstofcartridges toepassingen voor “mobiliteit, huishoudens en nog veel meer mogelijkheden die we nog gaan ontdekken”. Nog volgens Toyota zou een waterstofcartridge genoeg elektriciteit kunnen genereren om een typische microgolfoven voor drie tot vier uur lang te laten werken. 

Niet zo groen? 

In zijn persbericht stelt Toyota ook dat het besteft dat waterstof van fossiele brandstoffen gemaakt wordt en dus niet bepaald groen is. De autobouwer denkt wel dat waterstof in de toekomst op een veel milieuvriendelijkere en uitstootarme manier gewonnen kan worden. De cartridges zouden alvast een belangrijk praktisch probleem oplossen. 

In de automobielsector komt waterstof niet van de grond, in de eerste plaats door de hoge kosten en het gebrek aan tankstations. De technologie lijkt voorlopig meer op zijn plaats bij industriële toepassingen, zoals treinen en grote vrachtwagens. Ook voor de luchtvaart zijn er opties, omdat er voor elektrificatie zware batterijen nodig zijn. Tot slot lijkt ook energie-efficiëntie voor de privésector een heikel punt, omdat er doorgaans ook nog eens elektriciteit opgewekt moet worden om waterstof te produceren.