Virtualisatie: waarom zijn minder servers beter?

Een doorsnee server wordt in de meeste gevallen zwaar onderbenut. Als je meerdere gevirtualiseerde servers op één machine groepeert, wordt de onderliggende hardware efficiënter benut.

Wie in zijn bedrijf de servers aankoopt, koopt vaak één machine per taak. Eén e-mailserver, één server om een database te raadplegen, één server om bestanden te bewaren enzovoort. Op zich is het inderdaad niet slim om al die taken door één machine te laten uitvoeren. Zodra het ergens misgaat, komen namelijk alle taken in de problemen.

Maar dat betekent ook dat een doorsnee server maar vijf of tien procent van zijn totale rekenkracht gebruikt, wat een enorme verspilling is van hardware. Bovendien verbruiken vier of vijf servers meer stroom dan één grote machine.

Door te virtualiseren wordt hier het beste van twee werelden samengebracht. Een server wordt opgedeeld in pakweg vier virtuele servers, maar die draaien elk los van elkaar. Als een van de virtuele servers crasht, heeft dat geen impact op de overige exemplaren.

Een bijkomend voordeel is dat je server beter wordt benut. Vroeger had je misschien acht servers die elk voor tien procent werden belast. Nu heb je genoeg aan één server die al die taken op zich neemt, en daardoor voor vijftig procent wordt benut. Hetzelfde werk op minder machines.

cloudoptimalisatieservertechzonevirtualisatievmworld

Gerelateerde artikelen

Volg ons

Verleng de levensduur van jouw e-bike accu.

Verleng de levensduur van jouw e-bike accu.

Bescherm jouw accu!