Een Brits agentschap onderzoekt of Facebook databeschermingswetten heeft overtreden tijdens het deze week bekendgemaakte emotie-experiment.

Overtrad Facebook met zijn psychologische onderzoek naar de emoties van gebruikers – zonder aankondiging of toestemming – de wetten op databescherming en privacy? Een Brits agentschap wil dat als eerste achterhalen.

Het ICO (Information Commissioner"s Office) is van plan om Facebook te ondervragen over de studie. Daarbij manipuleerde het bedrijf de nieuwsfeed van bijna 700.000 gebruikers, om hen welbepaalde emotionele uitingen voor te schotelen.

 

Facebook stelt dat het "voldoende bescherming aanbracht voor de informatie van gebruikers", en zegt zeker te zijn dat het alle vragen van regelgevende organen kan beantwoorden.

Tijdens het experiment werden gebruikers van Facebook respectievelijk enkel blootgesteld aan negatieve of positieve posts van hun netwerk. Daarna werd hun gedrag op het sociale platform bestudeerd. Daaruit bleek dat deze ingrepen wel degelijk invloed hadden op de posts die gebruikers zelf plaatsten: wie minder negatieve berichten te zien had gekregen, was zelf ook minder geneigd om een negatief bericht te plaatsen, en omgekeerd.

De uitkomst van dit onderzoek zijn wetenschappelijk gezien natuurlijk interessant, maar Facebook kreeg bakken kritiek te verduren omdat het gebruikers niet op de hoogte had gebracht van de ingrepen in hun tijdslijn.

Facebook verklaarde eerder al dat het geen onnodige persoonlijke data verzamelde voor het experiment en dat zijn doel, naast dat van het onderzoeksteam van Cornell University, alleen was om hun dienstverlening naar gebruikers te verbeteren.

Het ICO is het eerste Europese agentschap dat officiële vraagtekens plaatst bij het experiment, en de resultaten van hun onderzoek zouden andere instanties kunnen overtuigen om eveneens actie te ondernemen.