[Opinie] De wetgeving van de EU omtrent netneutraliteit krijgt de wind van voren. Waar schieten de nieuwe regels tekort?

internet

De wetgevers van Europa kloppen elkaar op de rug: ze stemden vorige week een wetgeving die de netneutraliteit in ons eengemaakt continent moet garanderen. Een nadere inspectie van wat er beslist is, en vooral wat er niet beslist is, suggereert dat het enthousiasme enigszins misplaatst is.

Vrije keuze

De EU wil er met de regels voor zorgen dat wij, de eindgebruikers, vrij kunnen kiezen waar we onze internettoegang halen. We hebben allemaal recht op internet, en jouw trafiek is even belangrijk als de mijne. De enige uitzondering daarop, zo klinkt het, zijn Europese wetten. Daarmee doelt de EU op wetgeving tegen bijvoorbeeld kinderporno: een regering mag de trafiek naar dergelijke sites uiteraard wel stoppen.

Om dat doel te bereiken schuiven de wetgevers enkele concrete punten naar voren. Zo zijn providers verplicht om alle internettrafiek gelijk te behandelen. Er mogen geen restricties zijn gebaseerd op de ontvanger, de verzender, de inhoud of de apparatuur die je gebruikt om online te gaan. Tot zo ver zijn we helemaal akkoord.

Nuance

In paragraaf drie van artikel drie nuanceert de EU bovenstaande principes echter. Het terugschroeven van de prioriteit van bepaalde internettrafiek mag wel om netwerkcongestie te voorkomen. Als het netwerk overbelast dreigt te raken, mag een provider bepaalde trafiek-categorieën als minder urgent behandelen. Belangrijk daarbij is dat een provider alle trafiek binnen één categorie als evenwaardig moet behandelen. Dreigt het netwerk overbelast te zijn, dan mag de provider een lagere prioriteit geven aan videostreaming, maar niet afzonderlijk aan Netflix terwijl YouTube-trafiek wel door mag.

Vaagheid troef

Belangrijk hier is dat de EU er bij vertelt dat het throttlen van snelheid van beperkte duur moet zijn. Is een netwerk structureel overbelast, dan moet de provider investeren in betere infrastructuur. Helaas lezen we nergens in de tekst wat onder ‘beperkte duur’ valt. Gaat het om uren, dagen, weken, of nog langer?

 

Internetgebruik dat geen internetgebruik is

Erg sluitend is die verwoording niet, maar de geest van de tekst zit goed. Problematischer wordt het wanneer we naar de internetdiensten kijken die geen internetdiensten zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan machine to machine-communicatie In paragraaf vijf van het derde artikel van de tekst zien we dat providers bepaalde services mogen aanbieden die wel via het internet-netwerk lopen, maar zogezegd geen internet-pur-sang zijn.

Providers mogen die diensten voorrang bieden omdat de EU redeneert dat klanten voor 100% moeten kunnen rekenen op doorgang van hun trafiek. Denk daarbij bijvoorbeeld aan operaties die vanop afstand via videostreams worden uitgevoerd. Dat die voorrang krijgen, vindt niemand abnormaal.

Uit te buiten omschrijvingen

Helaas laat de EU ook hier na te definiëren wat voor trafiek als ‘dienst die gebruik maakt van het internet maar geen internet is’ wordt beschouwd. Teleconferentiestreams om levens te redden, daar zal weinig discussie over bestaan, en machine 2 machine-communicatie begrijpen we ook. Maar wat met minder vitale diensten? Kunnen bedrijven hun teleconferentiesysteem als een dienst buiten het internet beschouwen?

Een provider mag dergelijke diensten enkel aanbieden als ze niet afdoen aan het internet voor de eindgebruiker. Het bedrijf moet met de snelheid van het echte internet minstens tegemoet komen aan een minimumstandaard, en die mag ieder land zelf bepalen rekening houdend met de huidige stand van de technologie.

Geen financiële neutraliteit

De tekst is dus voorzien van de nodige gaten, maar het pijnlijkste aspect aan de netneutraliteit-regeling is wat er niet in de tekst staat. De EU ontneemt providers niet de mogelijkheid om bepaalde trafiek financieel aantrekkelijker te maken. De regeling over de gelijke behandeling van pakketjes en categorieën van pakketjes handelt over de technische kant van de zaak. Een provider mag trafiek van Netflix geen voorrang geven op het netwerk. Wat hij wel mag doen, is die trafiek gratis maken. Streamen van Netflix telt dan niet bij je datavolume, streamen via de concurrent wel.

Oneerlijke concurrentie

Dergelijke regelingen vormen de grootste bedreiging voor de netneutraliteit. Ze maken het onmogelijk voor kleine start-ups om te concurreren met grote websites die deals hebben met grote providers. Voor die providers zijn dergelijke samenwerkingen aantrekkelijk. Denk maar aan een Proximus die Netflix in z’n digitale televisie integreert. Commercieel zou een verbod door de EU voor de grote bedrijven als onaangenaam worden ervaren, maar als de EU de eerlijke concurrentie nu en in de toekomst wilde vrijwaren, dan had ze het probleem van financiële gelijke behandeling moeten adresseren.

Wat het parlement goedkeurde is een goede maar onvolledige tekst, het resultaat van te lang onderhandelen en vooral te weinig visie. De zogenaamde eengemaakte wetgeving is veel te vaag en voor interpretatie vatbaar: een gemiste kans, maar geen totale ramp. Op technisch vlak wordt neutraliteit wel relatief goed gegarandeerd, en dat is toch beter als niets.