Weinig dingen zijn frustrerender dan een onstabiel netwerk. Je netwerkverbinding valt constant weg, die spannende ontknoping op Netflix wordt verpest door laadtijden, etc. In deze koopgids kijken we naar elk aspect dat komt kijken bij een netwerk, en waar je precies op moet letten. 

Vaak wordt gezegd dat de algemene prestaties van iets worden bepaald door de zwakste schakel. In netwerken geldt dat dubbel en dik. Als je een switch hebt die 1Gbps ondersteunt, maar je kabel ondersteunt slechts 100Mbps, dan gaat je netwerkverkeer een maximale snelheid van 100Mbps hebben. Het loont dus absoluut om elk onderdeel van je netwerk goed te overwegen zodat je het meeste uit je netwerk kan halen.  

Modem  

Alles begint met de modem. Dit apparaat zorgt ervoor dat je verbinding kan maken met het netwerk van je provider (Telenet, Proximus, etc). Je modem is eigenlijk een soort vertaler tussen jouw netwerk en dat van je provider. Het is dankzij je modem dat je verbinding kan maken met “het internet”. Het binnenkomende internetsignaal wordt vertaald naar een ‘taal’ die begrijpelijk is voor al je internetapparaten. Wat de keuze van de modem betreft heb je dus niet meteen te kiezen, want dit wordt geregeld door je internetprovider. Makkelijk! Er zijn echter nog meer dan genoeg apparaten die een groot aandeel hebben in de prestaties van je netwerk.  

Voor particuliere klanten worden de modem en router quasi altijd gecombineerd in één pakket. 

Router  

Veelal worden de termen ‘router’ en ‘modem’ door elkaar gebruikt. Toch hebben ze beiden een volledig eigen functie. De modem is zoals hierboven gezegd jouw weg naar het netwerk van je provider, het is het apparaat dat het binnenkomende internetsignaal vertaalt zodat het bruikbaar is voor jouw internetapparaten (computers, smartphones, etc). Het is vervolgens de taak van de router om dat signaal te verdelen naar al die apparaten. Stel dat John met zijn smartphone naar Clickx.be surft, dan is het de taak van de router om bij te houden dat de smartphone van John de website van Clickx te zien wil krijgen. Dit doet hij in een ‘routing table’. Vervolgens geeft de router dit door aan de modem, die vervolgens via het netwerk van je provider het internet consulteert om de website van Clickx op te vragen. De router ontvangt deze website en dankzij zijn routing table, weet hij nu dat hij deze website moet doorsturen naar de smartphone van John. Het lijkt een heel lang proces, maar in de praktijk gaat het vliegensvlug!  

De verwarring tussen een modem en een router is echter zo gek nog niet, want in de meeste gevallen bevat de modem die je krijgt van je provider reeds een ingebouwde router. Mocht je om de een of andere reden toch een router willen die afzonderlijk opereert van je modem, dan kan je bij de meeste aanbieders je all-in-one modem inwisselen voor een modem-only. In dat geval zal je wel een eigen router moeten voorzien. Ook wanneer je gewoon de all-in-one-modem behoudt, is het handig om toch een eigen router te gebruiken om de simpele reden dat de router die in je ‘gratis’ modem zit verpakt, simpelweg niet van de beste kwaliteit is. Koop je een afzonderlijke router die je vervolgens verbindt met je modem, dan krijg je quasi altijd betere prestaties. Let er daarbij wel op dat je op je all-in-one wel de routerfunctionaliteit uitschakelt. Meerdere routers in je netwerk hebben, kan namelijk voor verwarring zorgen.  

Tegenwoordig heeft zowat elke particuliere router ook een wifisignaal ingebouwd zodat je er draadloos mee kan verbinden. Het is dan enkel een kwestie van je router verbinden met je modem en deze goed te configureren om toegang te krijgen tot het internet. Vervolgens kan je met al je apparaten verbinden met de router en zou je probleemloos moeten kunnen surfen.  

Er zijn een paar dingen waar je op dient te letten bij het kopen van een router. Allereerst is het belangrijk om te checken of de router beschikt over een Gigabit Ethernetpoort. Verder dien je de snelheid van de draadloze functionaliteiten te bekijken. Je zal zien dat een router een 2,4 Ghz-band heeft en een 5 Ghz-band. Je zal altijd betere snelheden hebben wanneer je verbonden bent met 5 Ghz, maar het bereik is dan wel beperkter. Je zal je dus in de nabijheid van je router moeten bevinden.  De snelheid wordt altijd uitgedrukt in Mbit/s. Het is belangrijk om te beseffen dat dit staat voor ‘Megabit per seconde’ en niet ‘Megabyte per seconde’. Met een snelheid van 1000Mbps kan je dus niet 1000 megabyte per seconde downloaden. Door Mbit/s te delen door acht, weet je hoeveel megabyte per seconde je mag verwachten. 1000 Mbit/s komt dus overeen met ongeveer 125 megabyte per seconde.  

Access point  

Zoals gezegd heeft je router heel vaak al draadloze capaciteiten ingebouwd, dus er wordt al een draadloos wifisignaal uitgezonden. In uitzonderlijke gevallen kan je router echter geen draadloos signaal uitzenden en dan zal je een afzonderlijk access point moeten aanschaffen. Dit kan ook een goede optie zijn wanneer je het draadloze signaal wil versterken, bijvoorbeeld op de bovenverdieping. Het access point verbind je dan met een netwerkaansluiting en vervolgens stuurt deze het draadloze signaal opnieuw uit. Je kan het zelfs zodanig configureren dat het geen afzonderlijk netwerk wordt, maar één groot netwerk zodat je apparaat automatisch verbindt met het dichtste access point.  

Met een access point stuur je het draadloze signaal (opnieuw) uit. 

Wifi-repeaters 

Heb je geen netwerkaansluitingen, maar is je wifisignaal toch te zwak, dan kan je een wifirepeater installeren. Deze pikt het draadloze signaal op en verspreidt het vervolgens terug opnieuw. Over het algemeen wordt er aangeraden om weg te blijven van repeaters, want je snelheid lijdt er wel onder. Steeds vaker zie je ook de mesh-netwerken, een betere optie. In zo’n pakket vind je verschillende stations die je verspreidt in je huis. Zo bouw je heel eenvoudig één sterk wifinetwerk. Een powerline met wifi is ook een goede optie.  

Switch 

Wanneer je het tegenwoordig hebt over een switch, denken mensen nogal vaak aan de Nintendo Switch. Voor het ontstaan van die console, was een Switch echter een typisch netwerkapparaat dat al eeuwen gebruikt wordt. Een switch kan je vergelijken met een stekkerdoos. Een stekkerdoos gebruik je om van één stopcontact meerdere stopcontacten te maken, en een switch gebruik je om van één netwerkaansluiting meerdere netwerkaansluitingen te maken. Stel dat je in je bureau slechts één netwerkaansluiting in de muur hebt, maar toch meerdere apparaten bekabeld wil verbinden. In dat geval zal je een switch kopen en deze via een netwerkkabel verbinden met de netwerkpoort in de muur. Vervolgens verbind je alle apparaten bekabeld met de switch. Een switch kopen is makkelijk en doorgaans ook goedkoop. Allereerst dien je te kijken naar de ethernetsnelheid per poort. Deze moet minimaal 1000Mbit/s zijn. Verder is er ook iets zoals de Switching-capaciteit, maar die waarde is voornamelijk belangrijk wanneer je met veel apparaten simultaan een grote belasting gaat leggen op het netwerk.  

Je kan er geen spelletjes op spelen, maar een switch is onontbeerlijk in elk netwerk.  

Bekabeling  

“Een kabel is een kabel.” Was het maar zo makkelijk. Ben je op zoek naar een netwerkkabel, dan kijk je best even wat voor vlees je in de kuip hebt. Op de kabel zelf staat steeds gedrukt om wat voor kabel het gaat. Zo kan het bijvoorbeeld een CAT5, CAT5e of CAT6-kabel zijn. Het grootste verschil zit hem in de doorvoersnelheid. Een CAT5-kabel kan maximaal 100Mbit/s transporteren, terwijl CAT5e en CAT6 1000Mbit/s kunnen vervoeren (Gigabit). We adviseren dus om minstens een CAT5e-kabel te kiezen (of hoger).  

Op de kabel staat steeds aangegeven om wat voor type het gaat.

Powerline   

De beste netwerkverbinding krijg je altijd door je toestel rechtstreeks met kabel te verbinden in plaats van wifi te gebruiken. Helaas heeft niet elk huis (vrije) netwerkaansluitingen in de muur zitten, wat doe je in zo’n geval? Speciaal daarvoor is er een knappe technologie ontwikkeld die internetverkeer kan transporteren via het reguliere stroomnet: powerline. Een powerlineset bestaat altijd uit minstens twee adapters. De ene adapter plug je in een vrij stopcontact nabij je router en verbind je vervolgens via een netwerkkabel met je router. De andere adapter kan je vervolgens in eender welk vrij stopcontact kwijt. Vervolgens kan je eenvoudig een netwerkkabel in deze adapter pluggen om te genieten van alle voordelen van een bekabelde netwerkverbinding. Bovendien hebben veel powerline-adapters ook een ingebouwd access point zodat het wifisignaal versterkt wordt. Een powerline is dus ideaal wanneer je boven bijvoorbeeld geen netwerkaansluitingen hebt, maar toch je netwerkprestaties wil opkrikken zonder hiervoor een kabel te moeten trekken. Let bij de aanschaf opnieuw op de mogelijke snelheden. Wil je de maximale snelheid, dan raden we de devolo Magic 2 WiFi aan, al heeft deze wel een fiks prijskaartje. 

Met een powerline verstuur je het internetsignaal over het stroomnetwerk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here