Sociale media censuur vrijheid van meningsuiting
Two direction signs, one pointing left (Censorship) and the other one, pointing right (Free speech).

De bestorming van het Capitool heeft het socialemedialandschap blijvend veranderd. In een wake-upcall trekken de platformen ook zichzelf in twijfel en volgen er aangepaste spelregels.

Advertentie

Twitter ging na de hallucinante taferelen van 6 januari iets na middernacht over tot een blokkering van toen nog zittend president Donald Trump. Twee dagen later werd die omgezet in een permanente verbanning van het platform. Een unicum, want nooit eerder werd een Westers staatshoofd van Twitter verwijderd voor het aanzetten tot geweld. Het was duidelijk dat er iets moest veranderen, niet in het minst bij de socialemediaplatformen zelf. Ook zij dragen immers een verpletterende verantwoordelijkheid voor het ondersteunen van extreme meningen en zogenaamde alternatieve feiten. 

Burgerwacht Birdwatch

In de strijd tegen misinformatie reageerde Twitter door zijn Birdwatch-platform op te richten. Dat moet een soort burgerwacht worden waarbij u en ik onze ogen open moeten houden voor de verspreiding van ‘valse informatie’. Waarom geeft Twitter die verantwoordelijkheid uit handen? Door zelf in te grijpen riskeert het sociale medium zijn neutraliteit te verliezen. Het platform blokkeerde in één weg een aantal extreemrechtse groeperingen die deelnamen aan de bestorming van het Capitool. Op die manier kan bij de bevolking een gevoel van partijdigheid ontstaan en de schijn gewekt worden dat er een meer linkse agenda is. Er komt (voorlopig alleen in de VS) een aparte Birdwatch-pagina waarop gebruikers tweets kunnen rapporteren die vervolgens enkel daar verschijnen. In een latere fase zou het technisch mogelijk gemaakt worden om notities toe te voegen aan de tweets in kwestie, met een woordje uitleg over de rapportering. Twitter wil daarmee benadrukken dat het systeem zo transparant mogelijk moet zijn. Dat is een nobel doel, maar of het in de praktijk even gesmeerd gaat lopen, moet nog blijken. De kans bestaat namelijk dat de functie misbruikt gaat worden wanneer gebruikers simpelweg content negatief gaan markeren omdat die botst met hun eigen opvattingen. Mogelijk zullen politieke discussies ook daardoor kunnen ontsporen en worden minderheden mogelijk sneller het slachtoffer van haatspeech. Linke boel, dus. Critici vinden dat Twitter er zich te eenvoudig vanaf wil maken door de verantwoordelijkheid door te schuiven. 

Comité voor Facebook

Ook Facebook besloot om de verantwoordelijk uit te besteden, maar om andere redenen. Het is algemeen bekend dat Mark Zuckerberg en co. aangewreven wordt een almachtig medium te zijn dat zich te arrogant opstelt en onder meer de privacywetgeving aan zijn laars lapt. Om die schijn van partijdigheid te doorbreken zocht Facebook de oplossing bij een extern comité. Dat moest zich op het moment van schrijven nog altijd uitspreken over hoe het nu (na de eerste, tijdelijke blokkering) verder moet met de Facebook-account van oud-president Donald Trump. De sociaalnetwerksite stelt zich daarmee soepeler op dan Twitter, dat ervoor koos Trumps account permanent te blokkeren. In de tussentijd werd de account van de vorige president vlak na de gebeurtenissen van 6 januari voor onbepaalde duur bevroren. Het vijfkoppige comité zal zich als een soort van rechter moeten uitspreken in de zaak. Eerst zal het ook de verdediging van Trump de kans geven om zich te laten horen via een geschreven verklaring.  Het eerste proces dat voor en door sociale media gevoerd wordt, lijkt zo een feit. Facebook heeft ook al bekendgemaakt wie er in de jury zal zetelen. Het lijkt een mix van politici en journalisten te zullen worden, met onder meer voormalig Deens premier Helle Thorning-Schmidt en Alan Rusbridger, gewezen hoofdredacteur van The Guardian.

Verantwoordelijkheid doorschuiven

We moeten ons uiteindelijk wel de vraag durven stellen of de gewone Facebookgebruiker gebaat is bij zo’n proces. Het lijkt er in elk geval sterk op dat Mark Zuckerberg en de zijnen op een licht geforceerde manier willen laten zien hoe transparant en onafhankelijk ze wel kunnen zijn. De sociaalnetwerksite kreeg ook al de kritiek dat ze zelf niet het lef zou hebben om een beslissing te nemen en daarom de verantwoordelijkheid zou doorschuiven naar externen. Daartegenover staat wel dat een goed overwogen beslissing bijna altijd te verkiezen is boven een opgelegde maatregel, zonder wederwoord. Facebook verwijst dan ook weer terecht naar het gebrek aan een wettelijk kader in zulke zaken. Op internationaal niveau hinkt de wetgeving achterop. En dan moet er helaas geïmproviseerd worden totdat de regelgeving wél op punt staat. Tot nader orde zijn sociale media net als gewone websites verantwoordelijk voor het beheer van de inhoud op hun platform.

73 procent minder fake news

De gerenommeerde Amerikaanse krant The Washington Post pakte tien dagen na de bestorming van het Capitool en Trumps verwijderen op Twitter uit met straf nieuws: de hoeveelheid fake news is met maar liefst 73 procent gedaald. Het ging dan uiteraard voornamelijk over de achterban van de voormalige president, die verkiezingsfraude claimde. Nadat Trump die theorie niet meer kon voeden, moest Twitter veel minder tussenbeide komen om twijfelachtige tweets als dusdanig te markeren. Accounts blokkeren (het zogenaamde ‘deplatforming’) is vaak het enige wapen dat sociale media hanteren. Maar op de lange termijn biedt het geen structurele oplossingen. Haat- of nepnieuwsberichten kunnen tijdelijk de kop ingedrukt worden, maar de boodschappers verplaatsen zich onvermijdelijk naar andere platformen. Het grootste voorbeeld daarvan is het rechtste Twitter-alternatief Parler. Het succes van het nieuwe favoriete platform voor Trump-fans bleek van korte duur. Amazon Web Services, dat het platform in de lucht hield, besloot om de app niet langer te hosten. Amazon vond het onethisch om de dienst te blijven ondersteunen omdat Parler niet voldoende zou kunnen ondernemen om gewelddadige en desinformerende content te weren. Parler zou uiteindelijk een maand lang niet functioneren. Nadien herhaalde het platform nog eens dat de big tech-bedrijven hen hebben tegengewerkt en dat ze hen niet nodig hebben.

Trump als posterboy

Parler zocht mogelijke steun bij politieke kanonnen. Buzzfeed beweerde over vier bronnen te beschikken die meldden dat Donald Trump mede-eigenaar had kunnen worden van Parler. We nemen de berichten van de sensatiewebsite met een korrel zout, maar het had zomaar gekund. Trumps voormalige campagnemanager Brad Parscale had eerder al het idee geopperd dat Trump ook zakelijk in zee zou kunnen gaan met Parler. Naar verluidt kreeg Trump de kans om 40 procent van Parlers aandelen te verwerven. De enige tegenprestatie die de oud-president daarvoor zou moeten leveren was een actieve account onderhouden en van Parler zijn thuishaven maken. Trump zelf zou nooit aan de gesprekken deelgenomen hebben. In de zomer van 2020 zou Parscale samen met Trumps advocaat Alex Cannon gesprekken gevoerd hebben met toenmalig Parler-CEO John Matze. Ook in november, kort nadat Trump de presidentsverkiezingen verloor, zou er opnieuw gesproken zijn. Het zou niet verbazen dat ook Parler heel erg hoopte op een deal. Zonder een invloedrijke figuur als Trump om het platform op sleeptouw te nemen, lijkt het bijzonder moeilijk om te kunnen opboksen tegen grote jongens als Facebook en Twitter. Trump, van zijn kant, zou met Parler weer een steviger digitaal podium krijgen om zijn trouwe fans te bedienen. De deal kwam er alleszins niet. Zowel ethisch als legaal was het een netelige kwestie. Trumps achterban wou wellicht liever geen negatieve aandacht opwekken in het kader van de anti-omkopingswetgeving. Toch houdt niets Trump tegen om op een later tijdstip alsnog met Parler in zee te gaan. De laatste weken groeien de geruchten dat hij aan politiek wil blijven doen. Of hij zelf opnieuw presidentskandidaat zal zijn in 2024, valt af te wachten. Het zou net zo goed een familielid of iemand anders uit zijn entourage naar voren kunnen schuiven. En in zulke omstandigheden kan een platform als Parler een centrale rol gaan spelen in de communicatiestrategie.

Alternatieve feiten

Niet alleen het fake news-fenomeen stuurt een schokgolf door het online medialandschap. Ook de samenzweringstheorieën rond de coronapandemie zorgen voor een gevaarlijke stroom aan desinformatie. De moderators van sociale media hebben sinds de uitbraak van COVID-19 in het Westen overuren gedraaid. Zo liet Twitter onlangs weten dat het sinds maart vorig jaar al 8500 tweets met misleidende informatie verwijderde. Dat de microblog de strijd tegen desinformatie wil opvoeren nu we in de vaccinatiefase zitten, is een goede zaak. In de praktijk verbiedt Twitter zijn gebruikers om oproepen te lanceren tegen de coronamaatregelen. Een veelvoorkomend voorbeeld zijn de berichten dat maskers en afstand houden geen nut zouden hebben of dat de vaccins gevaarlijk zijn. Alle berichten die tot gezondheidsschade kunnen leiden, moeten in de prullenbak belanden, vindt het sociaal medium. Ook Facebook gaat strenger optreden tegen valse informatie over de coronavaccins. Mark Zuckerberg en de zijnen hebben de spelregels verstrengd en gaan nauwer samenwerken met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Niet-onderbouwde claims, zoals dat COVID-19 in een laboratorium gemaakt werd of dat men zich beter ziek laat worden dan vaccineren, wil Facebook sneller onschadelijk maken. Beheerders focussen voortaan meer op pagina’s, groepen en accounts die de nieuwe regels overtreden. Wie herhaaldelijk in de fout gaat, is niet langer welkom. Beheerders van groepen die al eens werden bestraft zullen daarom elk bericht verplicht moeten goedkeuren voordat het verschijnt. Als een extra beveiligingslaag kunnen gebruikers aan factchecking doen om berichten nader te onderzoeken die door de mazen van het net dreigen te glippen. Blijkt het om misleidende info te gaan, dan zal Facebook die vervolgens verwijderen.

Betrouwbare gatekeepers

Niet alleen sociale media, maar ook een instituut als Wikipedia is zijn beleid aan het omgooien. The Wikimedia Foundation wil zijn online encyclopedie betrouwbaarder maken. Het globaal netwerk aan vrijwilligers wordt in een nieuwe regelgeving op zijn verantwoordelijkheid gewezen. 1.500 vrijwilligers uit 30 verschillende taalgebieden hebben een nieuwe gedragscode van 1.600 woorden opgesteld. In het huidige politieke klimaat voelt Wikipedia duidelijk dat de druk rond hun betrouwbaarheid nog nooit zo hoog was. De nieuwe universele gedragscode voor wie een bijdrage schrijft, moet de betrouwbaarheid van de online encyclopedie ook in de toekomst op een aanvaardbaar niveau houden. Hoe dat concreet in zijn werk zal gaan, moet nog blijken. Bij een erg strak beleid ontstaat natuurlijk het risico dat het platform zijn open, sociale karakter kwijtspeelt. De eindconclusie blijft voor alle platformen dezelfde. In een belangrijke evenwichtsoefening wordt het balanceren tussen desinformatie en de vrije meningsuiting. Zolang de belangrijkste kanalen (zowel de traditionele nieuwsmedia- als de socialemediaplatformen) betrouwbare ‘gatekeepers’ blijven en meningen of alternatieve waarheden niet als feit zullen voorstellen, dan hoeven we niet bang te zijn voor wat de toekomst brengt.

Advertentie

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here