Twitter spaces

Vanaf nu kan iedereen een audiochatroom aanmaken in Twitter’s Clubhouse-alternatief Spaces.

Advertentie

Twitter lanceerde Spaces officieel aan het einde van 2020, al duurde het nog wel tot mei dit jaar vooraleer de mobiele en webversie voor iedereen beschikbaar was. Met Spaces meende Twitter het perfecte antwoord te hebben gevonden op de audiochat-app Clubhouse die toen razend populair was. Twitter gooide het in ieder geval vanop een andere boeg dan Clubhouse door niet met een uitnodigingssysteem te werken, al was er wel een vleugje exclusiviteit verbonden aan Spaces. Zo moest je minstens 600 volgers hebben om een chatroom te kunnen aanmaken. Die beperking gaat nu overboord, laat Twitter ons weten.

Iedereen die wil kan dus een Spaces-chatroom aanmaken. Dat doe je door langer op de Tweeten-knop te duwen tot Spaces als een optie verschijnt. Geef je ruimte een naam, kies een topic en zet een datum voor wanneer het gesprek live moet gaan. Je kan vervolgens kiezen om de ruimte open te stellen voor al je volgers (ze verschijnt in de mobiele app dan bovenaan je nieuwsfeed) of mensen uitnodigen via een link. Wanneer de chat live is, kan je nog twee mensen als co-host aanduiden en tweets vastpinnen in de ruimte om het gesprek op gang te trekken. Reageren door enerzijds het woord te vragen of een emoji te versturen. Sinds kort voorziet Twitter zelfs de mogelijkheid om betaalde Spaces te creëren.

De hype voorbij?

Door Spaces breder beschikbaar te maken, zal de adoptie van de feature er op moeten toenemen. Toch is het maar de vraag of het audiochatplatform op de lange termijn populair zal kunnen blijven. De hype rond Clubhouse lijkt al volledig te zijn uitgedoofd. Toch wil ook Facebook nog graag mee op de trein springen.

Spaces zou niet het eerste mislukte experiment van Twitter zijn om de app nieuw leven in te blazen. De Instagram-achtige functie Fleets gaf er na een jaar al de brui aan wegens te weinig interesse van gebruikers.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here