Waarom Google de Android app-toestemmingen moet aanpakken

Dat Android als besturingssysteem mijn voorkeur geniet boven de concurrentie is geen geheim. De aanpasbaarheid en rauwe kracht die Googles OS in de handen van zijn gebruikers steekt is ongeëvenaard. Zowat alles in Android is aanpasbaar, behalve het dwaze toestemmingensysteem voor apps. Daar heeft iOS meer dan een streepje voor, en het is hoog tijd dat Google zijn mobiele OS wat dat betreft naar hetzelfde niveau tilt.
Geen middenweg
Het probleem zal iedere Androidgebruiker duidelijk zijn: wanneer je een nieuwe applicatie downloadt, krijg je een waslijst aan toestemmingen te zien die de app in kwestie nodig heeft. Ofwel aanvaard je ze allemaal, ofwel installeer je de app niet. Een middenweg krijg je niet en daar is geen goede reden voor. Op iOS moet een app per functie afzonderlijk toestemming vragen. Een gebruiker kan er mee akkoord gaan dat een toepassing zoals bijvoorbeeld Facebook door het adresboek mag neuzen, maar van de locatie-instellingen moet die app dan weer afblijven. Een dergelijke selectie is onmogelijk bij Google.
Met de I/O conferentie om de hoek is de kans groot dat Google eindelijk de permissies onder handen zal nemen. Het bedrijf uit Mountain View wil met de nieuwe versie van Android, voorlopig enkel gekend als Android M, de harten van ondernemers wereldwijd veroveren. Om een vaste plaats in de bedrijfswereld te verzilveren is een nieuw en krachtig permissiesysteem onontbeerlijk. Het spreekt voor zich dat niet iedere app in het adressenbestand van een bedrijfssmartphone mag rondneuzen, en voorlopig is een scheiding tussen een toepassing en de rest van het systeem enkel mogelijk met apps van derden, zoals Mobile Iron.
Onzichtbare aanpassingen
Het toestemmingensysteem zit ingebakken in de kern van Android, waardoor een update enkel mogelijk is met de komst van een nieuwe versie. Met Android Lollipop maakte Google zijn besturingssysteem eindelijk mooi, Android M moet het binnenwerk onder handen nemen. Of de permissies echt een update krijgen blijft afwachten, maar als Google Android even geliefd wil maken als de iPhone in de professionele wereld, dan heeft de gigant geen keuze.
Niet alleen de toestemmingen verdienen een update, ook het updatesysteem zelf moet geëvalueerd worden. Google is er meestal als de kippen bij om een nieuwe update van zijn OS uit te rollen, waarna fabrikanten er schijnbaar een eeuwigheid over de doen om de updates naar hun eigen toestellen te brengen. De aanpassingen moeten getest worden en moeten compatibel zijn met de eigen Android-schil, die niemand in eerste instantie op z’n toestel wil.
Schot voor de boeg
De oplossing: de kritieke onderdelen van Android linken aan de Play Store, waar Google updates zelf kan pushen. Dat zou het open source-karakter van het OS teniet doen, maar gezien de nonchalante manier waarop telefoonfabrikanten omgaan met updates lijkt een overstap in het voordeel van de consument. Zo ver zal het tijdens de komende I/O-conferentie vermoedelijk niet komen, maar wat mij betreft mag Google gerust een schot voor de boeg van de smartphonebouwers wereldwijd lossen door een deel van het raamwerk naar zich toe te trekken.













