Vooraleer een routerfabrikant zijn draadloze waren op de markt mag brengen, moeten die aan heel wat regels rond straling en veiligheid voldoen. Hoe gaat dat in zijn werk?

2539

Het gebruik van de twee frequentiebanden waarin wifi-apparatuur werkt (2,4 en 5 gigahertz) is dan wel “vergunningsvrij”, vooraleer je apparaten op de markt brengt die deze banden gebruiken, moet je er als fabrikant wel zeker van zijn dat ze aan enkele voorwaarden voldoen. Zo hebben draadloze routers een maximaal zendvermogen waar ze niet mogen over gaan, zijn er beperkingen over wat voor soort antennes en de kanalen die ze mogen gebruiken, en is het natuurlijk ook niet de bedoeling dat ze andere gebruikers gaan storen.

Henning Kroll
Henning Kroll

“De meeste van die kaderwetgeving wordt door Europa opgesteld”, zegt Henning Kroll, Presales Engineer bij de Duitse fabrikant AVM (bekend van de Fritz!Boxen). “De bedoeling is dan dat de verschillende landen die regels daarna uniform gaan implementeren. In theorie zouden al die wetten over heel Europa dus grotendeels gelijk moeten zijn. In de praktijk echter is dat niet zo. De nationale regulatoren hebben allemaal verschillende regels en regeltjes, waardoor wifi in Frankrijk anders gereguleerd is dan in Duitsland en in Duitsland anders dan in de Benelux.”

Dat soort zaken komen fabrikanten trouwens ook in andere zaken dan wifi tegen, zegt Sjors Hendriks, Chief Product Officer van het Nederlandse Sitecom. “Met bijvoorbeeld stekkers en stopcontacten is het net zo. In Italië moeten die aan net iets andere specificaties voldoen dan in Nederland bijvoorbeeld. Voor bedrijven is het natuurlijk wel wat werk om dat allemaal in de gaten te houden.”

Router met 22 kilometer bereik

Het probleem wordt ook in de hand gewerkt doordat in Europa elk land zijn eigen instantie heeft die over telecomwetgeving gaat, en er niet één centrale dienst is die dit soort zaken controleert, zegt Kroll. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld bestaat die wel: de FCC (Federal Communications Commission). Al is zo’n instantie ook niet helemaal zaligmakend. Dat er regels zijn over hoe een wifi-apparaat zich zou moeten gedragen, betekent immers niet automatisch dat elke fabrikant zich daar aan houdt. Ook de verkoop van illegale apparatuur is moeilijk in te dijken. “Er zijn Chinese fabrikanten die routers hebben waarmee ze een bereik van 22 kilometer claimen”, aldus Kroll. “Compleet illegaal natuurlijk. Maar ja, wie op online markten of eBay begint te zoeken, zal dat soort spullen zeker tegenkomen. Grote, gevestigde fabrikanten kunnen het zich natuurlijk niet veroorloven om daar aan mee te doen. Als de autoriteiten er niet achter komen, zijn onze concurrenten er wel als de kippen bij om ons te verlinken (lacht).”

Geen klachten? Niks aan de hand

TUV
TÜV

Goed, fabrikanten moeten dus aan heel wat regels en wetten voldoen. Hoe zijn ze er zeker van dat hun apparatuur conform die wetgeving is? “Daarvoor voeren we zowel in de fabriek tests uit, als tests door onafhankelijk labo’s”, zegt Hendriks. “TÜV en Intertec zijn er zo twee bijvoorbeeld. Zij testen de apparatuur en geven aan of ze al dan niet voldoen aan de geldende normen. Op die manier weet je zeker dat je goede en veilige producten maakt. Breng je spullen op de markt die niet aan de normen voldoen, kan je een boete krijgen en worden je routers uit de verkoop gehaald.”

Dat klopt, bevestigt Kroll, alleen is de theorie ook hier weer een beetje mooier dan de praktijk. “Zolang bijvoorbeeld de Duitse autoriteiten geen klachten ontvangen, zullen ze zelf niks doen en kan je dat soort spullen lustig verder verkopen. Er is dus in Europa geen enkele overheidsinstantie waar je op voorhand al je wifi-apparaten naartoe moet sturen om ze te laten testen. Naar mijn weten gebeurt dat enkel in Australië, de V.S. en Zuid-Afrika.”

AVM houdt een groot deel van de ontwikkeling van zijn apparaten in huis. Zij hebben dus zelf heel wat ervaring met de verschillende normen waaraan routers moeten voldoen. “Veel fabrikanten kopen een referentiedesign van een chipsetfabrikant en bouwen daar een kastje rond”, zegt Kroll. “Op de wifi-module na maken wij alle hardware en antennes zelf. We beschikken dus over speciale kamers waarin we bijvoorbeeld de elektromagnetische straling kunnen testen.”

Als dat allemaal op orde staat, is het ook zaak om elke router nog eens apart te kalibreren tijdens het fabriceren. “Op die manier ben je er zeker van dat elke router die in de winkel ligt, zich min of meer hetzelfde gedraagt”, zegt Kroll. “Dat kalibreren gebeurt op firmwareniveau en het is een vrij gecompliceerd en tijdrovend proces.”

Snelheid versus bereik

Uiteraard proberen fabrikanten steeds betere (lees: snellere) apparaten op de markt te brengen. En dat lukt ook aardig, de snelheid waarmee routers data doorsluizen is er de laatste jaren stevig op vooruit gegaan. Welke technieken zetten ze daarvoor in? Een hoger zendvermogen? “Nou, nee, niet meteen”, reageert Hendriks. “Meer zendvermogen betekent vooral dat het bereik van je router beter wordt, iets wat je ook kunt aanpassen door bijvoorbeeld de antennes die je gebruikt. De snelheid ligt vooral aan de kwaliteit van de hardware en de gebruikte wifi-standaard. De nieuwe ac-standaard bijvoorbeeld, maakt gebruikt van de 5 GHz-band: die laat meer bandbreedte toe en heeft ook minder last van interferentie. Op de oudere 2,4 GHz zenden immers ook veel draadloze muizen, bluetooth-apparaten en microgolfovens uit.”

Een hogere frequentieband is dus een oplossing om meer snelheid uit je router te puren, maar er kleeft ook een belangrijk nadeel aan, waarschuwt Hendriks. “Hoe hoger de frequentie, hoe kleiner het bereik. Je kunt bijvoorbeeld op 40 GHz gaan uitzenden en dan zal je gigantische snelheden verkrijgen, alleen zal je router maar een paar meter bereik hebben.”

Green-Tesla-Roadster

“Eerlijk gezegd: als individuele fabrikant heb je niet zo gigantisch veel zeggenschap over de snelheid van een router”, geeft Kroll toe. “Die snelheid wordt vooral intern uitgewerkt in de Wifi Alliance, waarvan verschillende fabrikanten lid zijn. Als lid kan je dan proberen om de toekomstige specificaties mee helpen vorm te geven, door standaarden te pushen die je zelf hebt ontwikkeld.”

Het is die Wifi Alliance die over de befaamde 802.11-standaard gaat, die de snelheid van wifi-apparaten regelt. De standaard begon in 1997 aan een maximale data rate van 2 Mbps. Ondertussen zitten we aan 802.11ac (II) met een (theoretische) doorvoersnelheid van bijna 7 Gbps. “En volgens mij zitten we nog lang niet aan het einde van het verhaal”, meent Hendriks. “Er zit op de ac-standaard voldoende rek om die nog een stuk sneller te maken.”

Ook Kroll denkt er zo over. “Er zijn, buiten de frequentieband, nog verschillende manieren om meer snelheid uit een router te persen, hoor. Bijvoorbeeld door efficiënter data op je spectrum te zetten, door bredere kanalen te gebruiken, bredere frequenties,…noem maar op. Ook de antennes spelen een belangrijke rol. De ac-standaard voorziet bijvoorbeeld in MiMo of Multiple Input, Multiple Output. Dat is bijvoorbeeld een slimme techniek om je bandbreedte optimaal te benutten, en om zo goed mogelijk gebruik te maken van de ruimte die je tot je beschikking hebt.”

Maar ondanks die vooruitgang zal er op een gegeven moment toch weer naar een hogere frequentieband moeten opgeschoven worden, voorspelt Kroll. “Door de overbevolking op de 2,4 GHz-band is die, zeker in steden, al bijna onbruikbaar geworden”, zegt hij. “Zo zal het met 5 GHz waarschijnlijk ook gaan. Over een paar jaar zit iedereen op die band en hebben we weer dezelfde problemen.”

Daarom ook dat, niettegenstaande de snelle vooruitgang van draadloze technieken, Kroll er toch van overtuigd is dat ook bedrade toepassingen nog altijd hun nut hebben. “Als de toepassing die je voor ogen hebt echt kritisch is, blijft een draad toch nog altijd betrouwbaarder dan wifi. Ik denk bijvoorbeeld aan pakweg beveiligingscamera’s. Of bijvoorbeeld NAS-apparaten (Network Attached Storage, red.). Ken jij een NAS die je draadloos kan gebruiken? Die spullen zijn specifiek bedoeld om met een draad verbonden te worden.”

“Ik denk niet dat straling kwaad kan, maar ik ben ook niet 100% zeker”

Radiation-Hazard stralingsgevaar

Wifi-straling en gezondheid, over weinig onderwerpen zijn er de laatste jaren zoveel studies, onderzoeken en experimenten gepubliceerd. Hebben we daarmee dan enige zekerheid over wat de effecten van die straling zijn? Allerminst, zo blijkt.

Vele duizenden studies en rapporten zijn er over de hele wereld al gepubliceerd over de gevaren van wifi-, GSM-, DECT-, Bluetooth- en radarstraling. Niets minder dan een complete bibliotheek is er dus al over dit onderwerp volgeschreven. Betekent dit dan dat er al enige wetenschappelijke consensus over het onderwerp bestaat? Of dat er al definitieve conclusies zijn getrokken? Totaal niet. Voor elke studie die zegt dat de straling die ons elke dag omringt, schadelijke gevolgen zal hebben, zijn er drie andere die beweren dat er niets aan de hand is en omgekeerd. Ook onderzoeken van gerenommeerde wetenschappers en instituten worden even later door andere, even gerenommeerde wetenschappers weer in twijfel getrokken.

Professor Luc Verschaeve is als hoofddocent verbonden aan het departement Biomedische Wetenschappen van de universiteit Antwerpen. Hij is lid van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid. Ook hij volgt al enkele jaren de problematiek rond straling. “Het klopt dat er in de academische wereld al heel veel gepubliceerd is over straling, maar dat er nog weinig consensus over is”, geeft hij toe. “Maar je moet ook oppassen: heel veel van die onderzoeken zitten wetenschappelijk krakkemikkig in mekaar, komen uit obscure publicaties of zijn uit hun context getrokken. Vaak zie je dat bijvoorbeeld cijfers gigantisch geëxtrapoleerd worden om een bepaalde stelling te bewijzen, maar dan ben je al niet goed bezig natuurlijk.”

Hersentumor van de gsm (of toch niet?)

Zelf is Verschaeve ervan overtuigd dat de eventuele schadelijke gevolgen van wifi en consoorten al bij al zeer klein zullen zijn, maar toch houdt ook hij een slag om de arm. “Als er al een effect is, denk ik dat dat waarschijnlijk heel beperkt zal zijn en de meerderheid van de specialisten en onderzoekers denken er ook zo over. Maar honderd procent zeker ben ik er ook niet van. Stel dat iemand die veel met een GSM heeft gebeld, een hersentumor krijgt. Dan is het heel lastig om te bewijzen dat die GSM daar iets mee te maken heeft. Maar het is zo mogelijk nog lastiger om te bewijzen is dat het daar niet aan ligt. Bewijzen dat iets geen kwaad kan, is bijna onmogelijk. Met die instelling hadden er ook nooit auto’s rondgereden, of hadden we ook nooit elektriciteit gehad.”

Een van de problemen zit hem erin dat de technologie rond straling nog een relatief jonge technologie is, zegt Verschaeve. En de eerste kiemen voor een tumor kunnen soms decennia vroeger gelegd worden dan de eerste uiterlijke tekenen of symptomen. “Maar zelfs dan nog denk ik dat, als er eventuele schadelijke gevolgen zouden zijn, we die ondertussen toch al zouden opgemerkt hebben”, meent de professor. “Een tweede factor is dat dit behoorlijk “ambetante materie” is om te onderzoeken omdat je er een multidisciplinair team voor nodig hebt. Je moet je als arts laten bijstaan door een ingenieur of stralingsdeskundige. Als je dat niet doet, kan je onderzoek natuurlijk heel snel de mist ingaan.”

Sigaretje roken

bluetooth-logo

Heel de heisa doet wat denken aan het onderzoek naar tabak in de jaren vijftig. Ook toen doken er met de regelmaat van een klok “specialisten” op die stelden dat een sigaretje roken totaal geen kwaad kon. “Je had toen inderdaad een machtige tabakslobby die regelmatig ‘studies op maat’ bestelde”, zegt Verschaeve. “De asbest-fabrikanten deden dat ook geregeld. Ook nu zullen gsm-fabrikanten dat wel al geprobeerd hebben, maar het verschil met toen is dat er nu toch veel meer aantoonbaar onafhankelijk onderzoek is. Bovendien zijn ook de onderzoekstechnieken veel beter geworden. Vijftig jaar geleden was het veel gemakkelijker om een onderzoek een bepaalde richting in te “duwen”.”

Maar als er dan eigenlijk nog geen wetenschappelijke consensus is, kunnen we dan niet beter het zekere voor het onzekere nemen? In Frankrijk is het sinds kort bijvoorbeeld verboden om wifi te gebruiken in kindercrèches. Ook bij ons gaan er stemmen om de mogelijke risico’s (ook al zijn we er niet zeker van dat ze er zijn) zoveel mogelijk uit te sluiten. De professor is het met die attitude alvast eens. “We moeten inderdaad voorzichtig blijven. De wifi-straling voegt zich natuurlijk ook nog eens toe, bovenop alle andere straling waar we aan blootgesteld worden, van GSM over Bluetooth tot radar en wat weet ik allemaal.

Ik heb zelf ook een wifi-router thuis, maar ik ga er niet vlak naast zitten. Als je die een halve meter verder zet, werkt die even goed, maar de impact van de straling is al veel minder. Ik zou die router ook alleen maar opzetten als je hem daadwerkelijk gebruikt, zodat die niet de hele dag staat te stralen. En daarnaast kan je je natuurlijk ook de vraag stellen: is het nu echt nodig dat we zelfs in de trein en op het strand Wifi ter beschikking hebben? Volgens mij is het vooral een kwestie van gezond verstand.”